'Gij' (onbeklemtoond: 'ge') is een persoonlijk voornaamwoord van de tweede persoon, gebruikt als 'jij/je' of 'u'.
Het woord "ocherm" is een typisch Zuid-Nederlandse uitroep van medelijden of beklag ("armoe"), wat in de hertaling is weergegeven als "godbetert" of "helaas" om de emotie te vangen.
Gepeddeld, wat een toenmalige uitdrukking was voor fietsen (het trappen op de pedalen). Het is historisch accurater dan simpelweg 'fietsen'. Pol en Jetty naar Tegelen zijn "gepeddeld" (gefietst) om de Passiespelen te zien,
De schrijver gebruikt wouen in plaats van wilden. Dit is een informele of dialectische vorm die destijds veel voorkwam in Noord-Brabant.
Kveelt: In de originele tekst staat "kveelt al lustig mee". Dit is een Brabantse/archaïsche variant van "kweelt", wat zingen of vrolijk geluid maken betekent.
"Helsch donker": duisternis totaal
"21 mud" kolen. Een mud was destijds een gebruikelijke maat voor kolen (ongeveer 70-75 kg per mud). Voor een koude winter in een groot huis was 1500 kg inderdaad niet veel.
Ter kerke: Dit is een archaïsche uitdrukking die in 1940 nog heel gewoon was, maar in modern Nederlands vervangen wordt door "naar de kerk".
Surrogaat: Dit woord werd in de oorlogstijd veelvuldig gebruikt voor vervangingsmiddelen van slechte kwaliteit (zoals kurkzolen of cichorei-koffie).
Prei per spier: De term "spier" voor een stengel prei is een prachtige oude benaming die we tegenwoordig niet meer gebruiken, maar die heel typerend is voor de taal van die tijd.
Dorpels: Met "dorpels" worden hier waarschijnlijk niet alleen drempels bedoeld, maar ook de randen van de trottoirs. Door deze wit te schilderen, konden voetgangers en voertuigen tijdens de totale verduistering de weg en de stoeprand nog enigszins herkennen.
Uit zijner doen: Dit is een verouderde uitdrukking voor van de wijs zijn of uit zijn gewone doen raken.
Peperkoek: Hoewel dit nog steeds correct is (vooral in België), wordt in Nederland vaker de term ontbijtkoek gebruikt.
Tusschen / zoo / vreeselijke: In de moderne spelling schrijven we deze woorden als tussen, zo en vreselijke.
Vinnig koud: Een nog altijd gebruikte uitdrukking voor snijdende, scherpe kou.
Het woord "knetserig" is een prachtig lokaal of verouderd woord voor deegachtig, niet-gaar brood.
De beschrijving van het brood als "knetserig" (klef, niet goed gerezen of doorgebakken) duidt op de slechte kwaliteit van het meel in oorlogstijd.
De term "de spraak gaat" is een verouderde vorm van "het gerucht gaat".
Kwakske: Een prachtig Brabants woord voor een kleine hoeveelheid of een "kwakje".
Het woord "geroem" van de vliegtuigen wordt tegenwoordig meestal als "geronk" of "gebrom" omschreven, maar "geroem" geeft prachtig de lage, trillende klank weer die de schrijfster hoorde.
Gevent: Dit komt van venten, het aan de deur verkopen van goederen.
"Ook een bak, hè": Een typische uitdrukking voor "Dat is ook wat" of "Wat een vreemd verhaal".
"Lekker bakske koffie": De schrijver gebruikt dit hier duidelijk cynisch, aangezien het om surrogaat gaat (vaak gemaakt van gebrande granen of cichorei).
Vim en soda: Dit waren destijds de standaard schoonmaakmiddelen die blijkbaar nog wel enigszins voorradig waren terwijl de rest van de winkels leegstond.
Ging het helemaal los: Een moderne en informele manier om te beschrijven dat een situatie escaleert of dat er een groot feest ontstaat.
In plaats van "mompelen" gebruiken we nu vaak "fluisteren" of "er gaan geruchten" als het over onbevestigd nieuws gaat.
"Oranjebitterkes": Het verkleinwoord op -ke is typisch voor de regio Eindhoven en geeft de tekst een gemoedelijk, lokaal karakter.
"Gerequireerd": Een formeel woord voor "opgevorderd".
"Klonk als een klok": Een uitdrukking die nog steeds betekent dat iets heel duidelijk en overtuigend is.
"Stillekes": Typisch Brabants voor "stilletjes".
"Ietske": Verkleinwoord voor "een beetje".
"
Arm Holland": Hier wordt "Holland" gebruikt als pars pro toto voor heel Nederland.
Jeremiades: In modern Nederlands is dit woord nog steeds bekend, maar we zouden eerder zeggen: "genoeg geklaagd" of "genoeg over mijn zorgen"
Direct op de baan: Een uitdrukking voor "direct ter plaatse" of "meteen op straat".
Drietjes: Een koosnaam voor drie personen (waarschijnlijk familieleden/kinderen die elders verbleven).
Oude klare: Een gangbare term voor jenever.
Den boer op geweest: Een bekende uitdrukking die betekent dat men langs boerderijen gaat om (vaak buiten de bonnen om) aan voedsel te komen.
Op de dorper: Dit is een interessante term. Het lijkt hier te verwijzen naar een zolder of opslagplaats (mogelijk afgeleid van "dorpel" of een lokale verbastering voor een opslagruimte boven de stal/huis).
Inhalig: Een veelgebruikte term voor hebzuchtig of gierig.
Greintje: Een heel klein beetje (oorspronkelijk een gewichtseenheid).
Deze week werden wij door den slager blij gemaakt met lach niet, spek, ge moet niet vergeten! dat wij meer dan twee jaar geen greintje varkensvleesch meer geproefd hadden De heele stad at die dag varkensvleesch, en men begreep niet hoe er zoo op eens dat vleesch kwam, maar wat is 't geval 't was voor de Deutsche Wehrmacht afgekeurd en was dus goed genoeg voor de burgers.
Zoo noode (missen): Een uitdrukking voor "met veel tegenzin" of "met veel verdriet". Ze wilden haar nog niet kwijt.
Tantes kindjes: Een charmante benaming voor neefjes en nichtjes (de kinderen van de broers en zussen van Marie).
Interlock: Een specifiek type fijngebreide stof voor ondergoed, destijds erg gewild en dus duur op de zwarte markt.
Naar de voren gooren: "Voren" is een oud woord voor varkens. Trees vraagt zich cynisch af of die schamele portie uien en wortelen niet beter direct aan de varkens gevoerd kan worden in plaats van aan mensen.
Stekraap: Een lokale benaming voor de stoppelknol of koolraap, die normaal als veevoer diende maar in de oorlog bij gebrek aan beter door mensen werd gegeten
Beierden: Het ritmisch luiden van klokken.
Rozijnenmik: De typisch Brabantse/Zuid-Nederlandse benaming voor een luxe krenten- of rozijnenbrood, vaak gegeten met feestdagen.
Bescheiden: Hier gebruikt in de betekenis van officiële documenten of papieren.
Snappen: Iemand betrappen of aanhouden.
Gappen: Stelen of wegnemen.
Betere standen: Een term uit die tijd voor de bovenlaag van de bevolking (notabelen en intellectuelen).
Tooneeltjes: Een eufemisme voor emotionele of dramatische afscheidsscènes tussen families op het station.
Gaan spitten: Het daadwerkelijke graafwerk met de schop.
Flink meisje: Een "flinke meid", een groot/gezond meisje.
Men is er hier vol van: Men praat over niets anders.
Dynamietmeteoor: Trees' eigen term voor de V1-raket.
Nergens geen: Opnieuw de dubbele ontkenning, kenmerkend voor het Brabantse dialect.
Tobbert: Een sukkelaar of een pechvogel.
Barvoets: Op blote voeten.
Knijpen 'm: Bang zijn (zoals de NSB'ers op dat moment).
Voor zoete koek aannemen: Iets zonder kritiek geloven (wat de Nederlanders dus juist niet deden bij de berichten over Hitler).
Ging 't los: Het bombardement begon (nog steeds een gebruikelijke uitdrukking voor een heftige gebeurtenis).
Getob: Een veelgebruikte term voor sukkelen, aanmodderen of een moeizame situatie.
Fuifje: Een klein feestje of Fuiven: Feesten of een uitgelaten viering houden.
Den mof: De scheldnaam voor de Duitse bezetter.
In de kniep zitten: In de knel zitten of in een benarde positie verkeren.
Miserabeler: Ellendiger of armoediger.
Snoeperye: Een oud woord voor snoepgoed.
Den ooievaar: Een eufemisme voor een zwangerschap/geboorte ("De ooievaar komt op bezoek").
Witte mik: Een typisch Brabantse/Limburgse term voor een luxe witbrood.
Uitgebonjourd: Eerder al gebruikt, maar het blijft een sterke term voor het verdrijven van de vijand.
Fuiven: Feestvieren.
Den baard mee af: Een uitdrukking die hier waarschijnlijk betekent "dat was alles" of "daarmee was het gedaan". Het kopje thee was het enige extraatje dat ze konden bieden.
Als den duvel verjaagd: Heel snel en krachtig weggejaagd.
"Soppen" wordt hier gebruikt voor het dopen van harde biscuits in koffie, thee of melk om ze eetbaar te maken.
De "Mof": De toon van de schrijver wordt feller ("ga je gang mof!"). De frustratie over het feit dat Duitsland de strijd niet opgeeft, ondanks de overduidelijke nederlaag, is groot.
"Geratst": Dit is een prachtig voorbeeld van soldatentaal/slang uit die tijd. Het is afgeleid van het Duitse "ratzen" of simpelweg een verbastering van "rausen". Geallieerde soldaten namen op grote schaal spullen (souvenirs of geroofde goederen) mee uit het veroverde Duitsland
"Hitler heeft de zak": Een prachtige volkse uitdrukking voor iemand die ontslagen is of eruit is gegooid, hier toegepast op de dictator.