Eindhovense vrouwen in verzet

MONUMENT VOOR DE VROUW

Een deel van de begrafenisbloemen van Riek de Waal-IJsseldijk bij het monument. In die tijd was het gebruikelijk om begrafenisbloemen bij het monument achter te laten.
Foto Jan de Waal: 20 april 2005.

Monument voor de Vrouw

Het 'Monument voor de Vrouw' in Eindhoven is een bas-reliëf in kalkzandsteen, ingemetseld in een bakstenen muur. Op het reliëf staan drie vrouwen en een man afgebeeld. De tekst op het reliëf luidt:

"1940 – In trouw onwrikbaar – 1944 schraagden zij de weerstand."

Het monument bevindt zich in het plantsoen op de hoek van de Parklaan en de Zilvermeeuwlaan in Eindhoven. Hoewel het reliëf al in 1947 gereed was, werd het pas in 1956 als monument onthuld.

Het Vredesburo Eindhoven organiseert op 4 mei 2026 om 17:00 uur een herdenking bij het 'Monument voor de Vrouw' (het Vrouwen Vredesmonument) in het Mignotplantsoen aan de Parklaan in Eindhoven. Naast het Vredesburo gaat ook Dolle Mina Eindhoven een bijdrage in de vorm van "spoken word" leveren aan de herdenking.

Het Vredesburo heeft in het verleden gedurende een aantal jaren een dodenherdenking bij dit monument georganiseerd onder de naam: Vrouwen Vredesmonument. De laatste jaren was het niet meer gelukt om een bijeenkomst te organiseren; de coronapandemie en een gebrek aan vrijwilligers waren daarvan de oorzaak. Gelukkig wordt het initiatief in 2026 weer opgepakt. Nu met als naam: Vrouwenmonument.

Stichting 18 september organiseert traditiegetrouw op 4 mei om 18.30 uur een plechtige bijeenkomst in Eindhoven op de gemeentelijke begraafplaats Woensel, Oude Toren.
Meer info: https://stichting18september.nl of
https://stichting18september.nl/dodenherdenking-4-mei/

Feitelijk worden de bevrijding en de herdenking in Eindhoven jaarlijks op 18 september gevierd en herdacht.

Daarnaast staat het iedereen vrij om op 4 mei een bloem neer te leggen bij het vrouwenmonument.

De Eindhovense beeldhouwer Willy Mignot, wonend in Laren (N.H.), werkte in het voorjaar van 1947 aan een reliëf dat ter ere van de moedige Eindhovense vrouwen uit de oorlogsdagen zou worden aangebracht in het nieuwe stadhuis. Omdat dit stadhuis nog niet voltooid was, werd het kunstwerk na voltooiing tijdelijk ondergebracht in een gemeentelijke opslagplaats. Uiteindelijk kreeg het monument een definitieve plek op het voormalige terrein van de familie Mignot aan de Parklaan, dat als het gemeentelijke "Mignotplantsoen" werd aangelegd. Dit braakliggende terrein was in 1955/1956 door de gemeente aangekocht.

De welgestelde tabaksfabrikant Mignot had oorspronkelijk het plan om op deze locatie woningen te bouwen. Dit verklaart waarom er in de huisnummering van de Parklaan een opvallend gat zit tussen de nummers 33 en 73.

Stichting Bevrijdingsherdenking

In opdracht van de Stichting Bevrijdingsherdenking hakte Willy Mignot in 1947 een groot reliëf. De stichting bood dit werk, dat de dankbaarheid uitbeeldt voor de houding van de vrouw tijdens de oorlogsjaren, aan het gemeentebestuur van Eindhoven aan.

Het reliëf stelt drie vrouwenfiguren voor, van wie de middelste een zwaard overhandigt aan een man. De rechterfiguur, een neerknielende vrouw die haar handen beschermend om een huilend kind slaat, symboliseert de moederlijke zorg; de linkerfiguur verbeeldt de huisvrouw.

Een andere verklaring beschrijft het gedenkteken als zijnde opgericht "ter ere van de Eindhovense vrouwen die zich tijdens de oorlogsjaren hebben ingespannen om zo goed en zo kwaad als het ging hun werk te verrichten en met moed en vasthoudendheid hun huishoudens op peil te houden."

De onthulling vond pas jaren later plaats, op 12 mei 1956 (de dag voor Moederdag). Het is opvallend dat de onthulling niet op een dag zoals 4 of 5 mei (Dodenherdenking of Bevrijdingsdag) is gehouden. Deze specifieke data zijn pas na 1988 prominenter in beeld gekomen voor dergelijke plechtigheden.

Dit Eindhovense monument is een van de eerste gedenktekens in Nederland die aandacht besteedden aan de rol van de vrouw tijdens de bezettingsjaren. Ter vergelijking: Arnhem onthulde in 1949 het monument ‘De vrouw in oorlogstijd’ en Haarlem onthulde in 1982 het beeld ‘Vrouw in het verzet’ ter ere van Hannie Schaft.

De onthulling van het Monument voor de Vrouw vond plaats op zaterdag 12 mei 1956 door burgemeester mr. H.A.M.T. Kolfschoten. Onder de aanwezigen bevond zich onder anderen Hilda Verwey-Jonker.
Klik op tekening voor de foto. Bron: https://villaparkeindhoven.nl/buurtgeschiedenis/

Eindhovensch dagblad 14 mei 1956

Huldigingsmonument 

De besturen van alle Eindhovense vrouwenorganisaties waren zaterdagmorgen aanwezig aan de Parklaan in Eindhoven, waar burgemeester Kolfschoten een monument ter ere van de Nederlandse vrouw in oorlogstijd onthulde. Dit monument, vervaardigd door de in Laren wonende Eindhovense beeldhouwer Willy Mignot, werd in opdracht van de Stichting Bevrijdingsherdenking Eindhoven gemaakt voor het nieuwe stadhuis. Omdat het terrein aan de Parklaan door de medewerking van de familie Mignot en omwonenden beschikbaar kwam voor parkaanleg, heeft men daar uiteindelijk een passende plaats gevonden voor dit sobere gedenkteken. Het monument verzinnebeeldt de steun die de Nederlandse vrouw in oorlogs- en bezettingstijd voor de man is geweest. „In trouw onwrikbaar schraagden zij de weerstand”, staat in het monument gebeiteld. Op de foto is het moment van de onthulling te zien.
(Foto v. Beurden E.D.)

Eindhovense vrouwen in het verzet

Er is relatief weinig bekend over verzetsvrouwen in Eindhoven. In ieder gezin waar iemand, en zeker een Joods persoon, onderdook, was de vrouw volledig op de hoogte en nam zij waarschijnlijk ook de zwaarste taak op zich. In Eindhoven moeten dat honderden gezinnen zijn geweest, zie https://www.eindhoven4044.nl/9/duikadressen.html

Vaak waren getrouwde vrouwen wel enigszins op de hoogte van wat hun man deed. Cor Gehrels, de verzetsman bij Philips, zei tegen zijn vrouw: "Wat je niet weet, kun je ook niet vertellen." Hun gezin had wel onderduikers in huis, wat in die oorlogsdagen al voldoende was voor een zware straf in een kamp. Zijn vrouw G.A.M. (Grietje Aartje Magdalena) Gehrels-de With wist bovendien van Cors activiteiten rondom de bouw van zenders voor Herrijzend Nederland.


Op 18 september 1964 legde Loek van der Heijden namens alle vrouwen in het verzet een krans. Zij was actief bij de groep van Eddy Verkaik, Jules Gijsbers en pastoor Sicking. Als onderwijzeres in de Gerardusparochie liet zij zich door zenuwarts E.M.L. Sassen tijdelijk ongeschikt verklaren om les te geven. De motivatie was dat zij “minder enerverend” werk moest doen. In werkelijkheid verrichtte ze de laatste oorlogsjaren dag en nacht koeriersdiensten. Niet alleen in en rond Eindhoven, maar voor de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO) reisde zij het gehele land door, behangen met distributiekaarten, stempels en valse persoonsbewijzen. Ook bracht ze berichten over. Haar ouderlijk huis aan de Lakerstraat 1 was een trefpunt voor de illegaliteit. Ze vocht bovendien gewapend mee met andere P.A.N.-leden op de Leenderhei tegen de Duitsers, waarbij aan beide kanten doden vielen.

Ook Greet Kelder-Vroom verrichtte allerlei koeriers- en inlichtingendiensten. Ze vertelde later dat ze tijdens haar verzetsjaren in België heeft leren schieten. Haar zus Lenie Vroom was eveneens actief in het verzet.

Else Engel uit de Hooghuisstraat was actief bij de groep van Eddy Verkaik en voerde samen met Greet gevaarlijke verkenningen uit.

Ineke ( M.E.L.) Zwartendijknam regelmatig in een soort korset allerlei briefjes, gecodeerde boodschappen en illegale krantjes mee om deze door het gehele land te verspreiden. Ze kreeg deze in Eindhoven van een oud-klasgenoot die ze kende van het Lorentz Lyceum. In Utrecht liep ze door verraad in de val; toen ze alleen in een cel zat, heeft ze alle papieren opgegeten. Zonder dat er bewijs was en zonder iets los te laten, heeft ze tot oktober 1944 in Den Bosch gevangen gezeten. Ineke werkte voor de A13-centrale en student Victor Beermann.

Lida Lucia Voorhoeve, sinds 1965 weduwe van Philips-verzetsman dr. ir. N.A.J. Voorhoeve, was draagster van het Verzetsherdenkingskruis. Ook Elisabeth Adewina Simonetta Elbrink-Remmert (6 januari 1897 – 12 oktober 1987) ontving het Verzetsherdenkingskruis. Wat hun exacte activiteiten waren, is onbekend.

Mevrouw S. Wijtman-Vleer vertelde: “In onze woning verstopten we wapens voor het echtpaar Van Bruggen en we hielpen hen bij het zoeken naar onderduikadressen.” Op een dag vernamen zij dat ze geen contact meer met hen mochten opnemen: de SD had hun illegale werkzaamheden ontdekt. Verder brachten moeder en dochter illegale bladen rond en hielpen zij Joodse onderduikers.

Een aantal vrouwen staat bekend als pilotenhelpers, onder wie Maria H.J Aarts, Johanna van van Bruggen-van Moorsel, Geertruida Mudde, Mrs v.d. Ven-de Haas. Er zijn nog meer namen bekend rondom de pilotenhulp in Eindhoven en omgeving.

Jakomina (Mien) Tinbergen was lerares Duits aan het Lorentz Lyceum en een actieve verzetsvrouw in Eindhoven tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Hilda Verwey-jonker is zowel voor, tijdens als na de oorlog zeer actief geweest op allerlei terreinen: de opvang van gevluchte jongeren in het Dommelhuis, het doorvoeren van honderden aanpassingen in het gemeentelijk bevolkingsregister om mensen te laten onderduiken, het verspreiden van bonnen en identiteitsbewijzen, en het bieden van hulp en onderdak aan onderduikers. Daarnaast was zij betrokken bij het Tribunaal voor Bijzondere Rechtspleging in Eindhoven.

Mia van der Brug (Meurs) heeft haar hele leven strijd gevoerd tegen onverdraagzaamheid en onrecht. Dit is het verhaal over haar Eindhovense verzetsperiode tijdens de oorlogsjaren 1940-1945. Haar strijd tegen het fascisme begon eigenlijk al ruim voor die periode door haar ervaringen in Polen.

Neeltje Luijendijk was actief in het gereformeerde verzet en bood voornamelijk steun aan gezinnen.  
 
Rie Jansen (doopnaam Maria) was zeer actief in de hulp aan (Joodse) onderduikers. Zij was begin veertig tijdens de oorlogsjaren en woonde aan de Paradijslaan 50 (tegenwoordig 22-C) in Eindhoven. Als verpleegster had Rie door haar functie toegang tot het Eindhovense politiebureau. Daar kreeg zij hulp van politieagent P.E. (Piet) Soethout en oud-burgerwachter J. Bogers. Zij smokkelde brieven en boodschappen naar buiten en zorgde ervoor dat gevangenen in het ziekenhuis werden opgenomen, waarna zij konden onderduiken. Ook op het gemeentehuis had zij veel contacten, evenals bij diverse ziekenhuizen en instellingen waar mensen tijdelijk werden ondergebracht. Zij onderhield nauwe contacten met de P.A.N. en andere verzetsleden in Eindhoven voor onder andere extra voedsel- en distributiebonnen.

Martha Soboll was vooral actief vóór de bezetting, waarbij zij Duitse communistische vluchtelingen hielp.

Maria Maas [PDF], ook wel Tante Mietje genoemd, was mede-eigenaar van drogisterij "Het Kruispunt", het centrale adres voor alle L.O.-werkzaamheden in Strijp. Later werden hier persoonsbewijzen vervalst en in de laatste maanden van de bezetting was het een van de verzamel- en overlegadressen van de P.A.N. Maria Maas werkte actief mee aan de verzetsactiviteiten van mede-eigenaar Jacques Hermans.

Irene Marie Joanna Dorenbosch was koerierster voor de illegale krant Trouw. Ook raakte ze betrokken bij de voorbereidingen van een overval op een distributiekantoor in Sint Laurens. Dit kantoor fungeerde als centraal punt en beschikte over de grootste voorraad bonnen. Irene observeerde wekenlang de gang van zaken bij het kantoor. Naast de voorbereiding wilde ze ook deelnemen aan de daadwerkelijke overval. Na de succesvolle overval moest ze wegens herkenning onderduiken. Ze kwam in Eindhoven terecht, waar ze opnieuw actief werd in het verzet en uiteindelijk overleed. In september 1946 vond op de algemene begraafplaats in Vlissingen een sobere plechtigheid plaats. De burgemeester, mr. Kolff, droeg de grafsteen over aan de familie van wijlen mejuffrouw Irene Dorenbosch (7 februari 1916, Hoboken – 5 april 1944, Eindhoven). De voorzitter van de GOIW te Vlissingen, de heer J. Blankenburg, memoreerde namens haar vrienden uit het verzet de moed die zij toonde tot haar tragische dood.

Maria Antonia Cornelia van Hoof (2 februari 1919, Eindhoven) was koerierster van J.M. (Jo) Pennings, de leider van de G.D.N. (Geheime Dienst Nederland). (bron)

Het dagboek geschreven door Theresia (Trees) A.A. Nouwen-van Soest beschrijft de bezettingsjaren op haar eigen wijze.

Veel meer vrouwen zijn actief geweest in het verzet in Eindhoven.