Eindhovense vrouwen in verzet

In 2026 is 'Vrouwen in Verzet' het thema van het voorprogramma Bevrijding 18 september '44 van de gemeente Eindhoven.
Monument voor de vrouw

Burgemeester Jeroen Dijsselbloem

Burgemeester Jeroen Dijsselbloem tijdens 18 september herdenking 2026
© foto's fotograaf ir. Bram Saeys / www.saeys.nl 

Samenvatting speech herdenking bevrijding van Eindhoven 18 september 2026  

Beste Eindhovenaren en betrokkenen bij de bevrijding van onze stad. Welkom op dit plein bij het bevrijdingsmonument dat ons herinnert aan de dag dat Eindhoven zijn vrijheid terugkreeg na 4,5 jaar onderdrukking.
Zij die zich verzetten zien zich tegenover grove wreedheid en redeloosheid gesteld. Maar vanuit moreel oogpunt weegt verzet wel degelijk zwaarder dan onderdrukking.
En wat dan opvalt, is dat de geschiedenis van verzetshelden, vaak de geschiedenis is van mannen. Misschien omdat mannen vaker de geschiedenis optekenen dan vrouwen. Of dat de rol van vrouwen in onze samenleving is veranderd, en nog steeds veranderd. Maar verzetshelden zijn meestal mannen.

In het recent verschenen boek Verzetsvrouwen beschrijven Agnes Cremer en Mark Bergsma hoe vrouwen in de oorlog een belangrijke rol speelde in het verzet, maar na de oorlog weinig erkenning kregen. Hun rol werd als ondersteunend gezien maar de risico’s die zij namen voor zichzelf en hun naasten waren enorm. Zonder hun bijdragen had het verzet in Nederland niet kunnen functioneren. Zonder hun werk hadden niet zoveel duizenden kunnen onderduiken.
Ik wil graag vijf voorbeelden geven van dit soort heldinnen: Eindhovense vrouwen die het verschil maakten. Zoals Neeltje Luijendijk. Zij was dienstbode, maar werkte voornamelijk als maatschappelijk werkster, waarbij ze voor de oorlog arme gezinnen hielp aan kleding, schoenen en soms geld. Vanuit haar geloof nam ze tijdens de oorlog deel aan het verzet. Als lid van het "Natura-Comité" legde ze voorraden levensmiddelen aan, zo zorgde ze voor 378 Eindhovense gezinnen met onderduikers.



Na een inval waarbij de Nazi’s wonderwel niets aantroffen, werd de etenswaar met een kinderwagen, verstopt onder dekentjes, elders gebracht. Neeltje Luijendijk wordt gezien als grondlegger van het Gereformeerd Maatschappelijk Werk in Eindhoven, waar ze in 1963 een lintje voor kreeg. Haar verzetsdaden bleven echter – onterecht - onvermeld.

Daarnaast is er het verhaal van Hilda Verwey-Jonker die met een uit het stadhuis gestolen stempel identiteitsbewijzen vervalste, ten behoeve van zo’n 1000 onderduikers, met gevaar voor eigen leven.

Mia van der Burg, ook verzetsvrouw uit Eindhoven, is zowel vóór, tijdens en na de oorlog actief voor de in bezettingstijd illegale kranten zoals Vrij Nederland en Het Parool. Dan hebben we nog de daden van Greet Kelder die op vele fronten actief, bijvoorbeeld als koerierster, bij het smokkelen van piloten en onderduikers over de Belgische grens en sabotageacties. Ook lerares Mien Tinbergen van het Lorentz Lyceum is zo’n Eindhovense verzetsvrouw, die hielp met laten onderduiken van mensen.

Dit zijn vijf Eindhovense heldinnen en er zijn er meer. Maar ik wil u ook meenemen in de alledaagsheid van de oorlog, met andere vormen van verzet. Van onbekende vrouwen. Voor hen staat in het plantsoen aan De Parklaan het ‘Monument voor de Vrouw’. Een kalkstenen reliëf, ingemetseld in een muur van baksteen, met drie vrouwenfiguren en een man. Het is zo treffend omdat het monument geen namen bevat, het vraagt niet om het gedenken van personen. Het monument uit 1956 is voor ‘de onzichtbare vrouw’, de stille kracht, de steunpilaar, die met creativiteit en volharding het hoofd boven water wist te houden in oorlogstijd.

De volledige toespraak van Burgemeester Jeroen Dijsselbloem is te lezen op:
https://www.eindhoven.nl/bestuur-en-beleid/bestuur/college-van-burgemeester-en-wethouders/speeches-en-publicaties-jeroen

De onthulling van het Monument voor de Vrouw vond plaats op zaterdag 12 mei 1956 door burgemeester mr. H.A.M.T. Kolfschoten.
Onder de aanwezigen bevond zich onder anderen Hilda Verwey-Jonker en waarschijnlijk een aantal vrouwen die hieronder genoemd worden.
Klik op de tekening voor de foto. Bron: https://villaparkeindhoven.nl/buurtgeschiedenis/

Aantal van de 24 portretten 
De portretten zijn getekend door Google Gemini op basis van een foto.

24 portretten van vrouw in verzet

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwamen duizenden vrouwen in verzet tegen de Duitse nazibezetting van Nederland. In Eindhoven verborgen honderden vrouwen onderduikers in hun woning. Anderen organiseerden de hulpverlening en verdeelden bonnen, persoonsbewijzen of geld. Weer anderen werkten als koerierster of zetten anti-nazi-activiteiten op. Deze vrouwelijke inzet was essentieel en onmisbaar.

Waarom tonen we slechts 24 portretten? Op deze website staan namen van ruim 500 verzetsmensen. Een klein deel hiervan is vrouw en we beschikken over nog minder foto's van deze verzetsvrouwen. Dit terwijl er naast bijna iedere verzetsman een vrouw stond. Daarom staan deze 24 portretten en verhalen symbool voor alle verzetsvrouwen in Eindhoven. Ieder portret bevat een kort verhaal en onderaan vindt u een link naar meer informatie.
Portret 01 is voor alle anonieme vrouwen. 

Kent u nog verzetsvrouwen uit Eindhoven? Neem dan contact op via deze website.

Riek van Wijk-Thomson
02 Riek van Wijk-Thomson (1901-1975)
Verzet

De woning van Riek was een van de belangrijkste adressen waar persoonsbewijzen werden vervalst in de bezettingstijd. Haar echtgenoot Aart van Wijk had zich gespecialiseerd in de techniek om identiteitsbewijzen aan te passen en maakte deel uit van een netwerk van ambtenaren die originele persoonsbewijzen bewerkten, het geruisloze verzet. Dit gebeurde stiekem op het privéadres van Aart en Riek, niet op het NatLab.
Daarnaast hadden zij vanaf het najaar van 1942 tot de bevrijding een Joodse onderduikster in huis, en zelfs een tijdje een inwonende Duitse officier.
Riek was ingeschakeld bij een (mislukte) bevrijdingsactie uit een gevangenis in Utrecht voor haar broer Tommie, kapitein Thomson.
Ze organiseerde bij haar thuis een benefietconcert voor de ontslagen Joodse harpiste Rosa Spier (1891-1967), die niet meer mocht optreden. Zelf was ze opgeleid aan het conservatorium in Utrecht als zangeres en pianiste.
Terwijl haar huis aan de Gaailaan 7 vol lag met illegale stempels en onderduikers huisvestte, woonde op nummer 5 (direct naast hen) eerst een nazi-Kringleider en later de beruchte NSB-politieman P.J. Kooijmans. Als moeder droeg Riek de dagelijkse verantwoordelijkheid voor de veiligheidsmaatregelen in en rond het huis, zoals het verzetten van de kamerplanten in de vensterbank om bezoekers te waarschuwen bij onraad.
https://www.eindhoven4044.nl/50/Wijk.html

Loek van der Heijden
03 Loek van der Heijden (?-?)
Koerierster 

Op 18 september 1964 legde Loek van der Heijden namens alle vrouwen in het verzet een krans. Zij was actief bij de groep van Eddy Verkaik, Jules Gijsbers en pastoor Sicking. Als onderwijzeres in de Gerardusparochie liet zij zich door zenuwarts E.M.L. Sassen tijdelijk ongeschikt verklaren om les te geven. De motivatie was dat zij "minder enerverend" werk moest doen. In werkelijkheid verrichtte ze de laatste oorlogsjaren dag en nacht koeriersdiensten. Niet alleen in en rond Eindhoven, maar voor de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO) reisde zij het gehele land door, behangen met distributiekaarten, stempels en valse persoonsbewijzen. Ook bracht ze berichten over. Haar ouderlijk huis aan de Lakerstraat 1 was een trefpunt voor de illegaliteit. Daarnaast werkte zij voor de Eindhovense Koerierscentrale No 13A en begeleidde ze gestrande piloten naar veilige schuiladressen. Verder bracht zij overtollige distributiekaarten naar de zogenoemde vreetclub in Amsterdam, waar Loek contact mee had. Deze bonnen dienden om ondergedoken studenten te voeden. Samen met andere P.A.N.-leden was ze aanwezig op de Leenderhei, waar een schotenwisseling plaatsvond tussen Duitse militairen en P.A.N.-leden; hierbij zijn aan beide kanten doden gevallen.
https://www.eindhoven4044.nl/10/Heijden.html

Hilda Verwey-Jonker
04 Hilda Verwey-Jonker (1908-2004)
Verzet op diverse fronten

Hilda Verwey-Jonker was zowel voor, tijdens als na de oorlog zeer actief op allerlei terreinen. Al voor het uitbreken van de oorlog was zij een stuwende kracht bij de opvang van gevluchte Joodse jongeren in het Dommelhuis, waar zij door de jongeren als de 'ziel' van het huis werd beschouwd. Tijdens de bezetting groeide zij uit tot een essentiële schakel tussen verschillende verzetsgroepen in Eindhoven. Omdat zij precies wist wie op het stadhuis te vertrouwen was, kon zij via de afdeling Bevolking honderden aanpassingen in het gemeentelijk bevolkingsregister laten doorvoeren.

Daarnaast hield zij zich intensief bezig met het verspreiden van distributiebonnen en valse identiteitspapieren om mensen te laten onderduiken. Het zoeken naar geschikte schuilplaatsen en het bieden van hulp en onderdak was een levensgevaarlijke taak. Haar scherpe mensenkennis hielp haar hierbij enorm; zo trad ze doortastend op als bemiddelaar wanneer er conflicten ontstonden op onderduikadressen, en verplaatste ze onderduikers razendsnel als een situatie onveilig dreigde te worden. Voor het redden van al deze levens ontving zij in 1987 de Yad Vashem-onderscheiding. Na de oorlog bleef zij zich onvermoeibaar inzetten en was zij onder meer betrokken bij het Tribunaal voor Bijzondere Rechtspleging in Eindhoven.
https://www.eindhoven4044.nl/6/Hilda_verwey_jonker.html

Greet Kelder-Vroom
05 Greet Kelder-Vroom (1919-2012)
Koerierster

Als koerierster voor de groep rondom de knokploeg Sander pendelde Greet Kelder-Vroom, vaak in samenwerking met haar zus Lenie en het Belgische verzet, onophoudelijk tussen Eindhoven, Limburg en België. Haar werk bestond uit veel meer dan het bezorgen van berichten. Ze speelde een cruciale rol in het over de grens smokkelen van geallieerde piloten en Nederlandse onderduikers.

Naast het smokkelwerk was Greet ook bijzonder scherp als inlichtingenverzamelaarster. Begin september 1944 kreeg zij samen met Else Engel de opdracht om in de bossen rond Eindhoven te zoeken naar verborgen Duits afweergeschut.

Wanneer ze niet onderweg was als koerierster, werkte Greet in de laatste weken voor de bevrijding in het zenuwcentrum van het verzet aan de Willemstraat. In dit pand, dat fungeerde als wapenopslag, hielp ze onder andere mee met de munitieproductie door slaghoedjes te draaien. De spanning in het gebouw kwam tot een kookpunt toen vlak voor de bevrijding een willekeurige Duitse soldaat argeloos binnenliep om een slok water te vragen. Hij zag direct de enorme wapenvoorraad liggen. Enkele aanwezige verzetsleden wilden de man ter plekke executeren om ontdekking te voorkomen. Het was echter Greet die resoluut ingreep en een executie voorkwam. Ze beloofde de doodsbange soldaat dat hem niets zou overkomen, op de strikte voorwaarde dat hij roerloos op een stoel zou blijven zitten. Zo behield ze, te midden van de harde gewapende strijd, haar menselijkheid en redde ze het leven van een eenvoudige soldaat, hoewel ze eerder uit noodzaak een Duitse soldaat had neergeschoten.
https://www.eindhoven4044.nl/10/kelder.html

Maria Maas (Tante Mietje)
06 Maria Maas (Tante Mietje) (1891-1967)
Hulp aan onderduikers en organisatie verzet

Maria Maas, ook wel Tante Mietje genoemd, was mede-eigenaar van drogisterij "Het Kruispunt", het centrale adres voor alle L.O.-werkzaamheden in Strijp. Later werden hier persoonsbewijzen vervalst en bonnen verspreid in fotozakjes aan honderden personen. In de laatste maanden van de bezetting was het een van de verzamel- en overlegadressen van de steeds groter wordende verzetsgroep P.A.N. (Partizanen Actie Nederland).

Maria Maas werkte actief mee aan de verzetsactiviteiten van mede-eigenaar Jacques Hermans, die de laatste maanden voor de bevrijding moest onderduiken. Maria nam al zijn taken over. Zij werkte vooral op de achtergrond, maar was het stabiele middelpunt van het verzetswerk. Zelf schreef ze in september 1945: "Vanuit het huis Hermans (waar zij ook woonde) is het meeste illegale werk verricht van geheel Eindhoven."
https://www.eindhoven4044.nl/9/Tante-Mietje.pdf

Mia van Meurs-van der Brug
07 Mia van Meurs-van der Brug (1910-2001)
Journaliste

Ze waarschuwde al vroeg voor de gevaren van het nazisme. Al voor de oorlog, als correspondente in Polen voor onder meer de Nieuwe Rotterdamsche Courant, schreef ze zeer kritisch over het nazi-regime en de vroege Jodenvervolging. Door haar weigering om zich te schikken naar de censuur werd ze Polen uitgezet. In Eindhoven verzette zij zich samen met haar man actief tegen de fascistische en antisemitische partij Zwart Front. Hun woning aan de Boschdijk 516 in Eindhoven diende als een belangrijk adres voor het verzet. Ze vingen er regelmatig Joodse en andere onderduikers op, waaronder Frans Goedhart, de oprichter van Het Parool, toen hij na zijn vlucht uit kamp Vught plotseling moest onderduiken Mia rolde via haar persoonlijke vriend Ger van Heuven Goedhart in het verzetswerk voor de illegale krant Het Parool. Ze verzorgde de verspreiding en schreef artikelen. Ook was ze actief als koerierster. Zo bracht ze boodschappen over vanuit de Stichting Psychotechniek in Utrecht, een dekmantel die diende als onderkomen voor illegalen. Na de bevrijding van het Zuiden bracht ze rapporten voor de Nederlandse regering door de vijandelijke linies. Ze reisde clandestien over en weer en liet zich  om voor Het Parool verslag te doen vanuit het bevrijde Eindhoven.
https://eindhoven4044.nl/9/Mia-van-Meurs.html

Neeltje Luijendijk
08 Neeltje Luijendijk (1903-?)
Steun aan L.O. 

Neeltje Luijendijk: stille kracht van het Eindhovense verzet. Neeltje Luijendijk (geboren op 27 januari 1903 te Vlaardingen) was al vroeg actief in het gereformeerd jeugd- en maatschappelijk werk, waarmee ze begin jaren dertig startte. Zij wordt beschouwd als de grondlegster van het gereformeerd maatschappelijk werk in heel Brabant.
Tijdens de bezettingsjaren verzorgde zij vooral ondersteuning aan arme gezinnen in Eindhoven, ze had de zorg voor in totaal 378 gezinnen sommige met onderduikers.
In mei 1944 werd zij door de LO-Eindhoven benaderd voor het zogeheten "Natura-Comité". Samen met mejuffrouw Glaudemans  kreeg zij de taak om voorraden boter, suiker en andere levensmiddelen aan te leggen voor de LO. Dit diende als noodvoorraad voor het geval de reguliere bonnenvoorziening door oorlogshandelingen zou vastlopen.
Ze stuurde medewerksters aan in Tongelre, Strijp, Woensel en Gestel. Geldige bonnen werden direct naar de medewerksters gedistribueerd. Bonnen die dreigden te verlopen, wisselde zij zelf onmiddellijk in voor goederen, waarna ze de levensmiddelen per fiets rondbracht.
https://www.eindhoven4044.nl/11/Luijendijk.html

Jakomina Tinbergen
09 Jakomina Tinbergen (1905-2006)
Hulp aan onderduikers en organisatie verzet

Jakomina (Mien) Tinbergen liet al ver voor de oorlog haar afkeer van het nazisme blijken. Dit vormde de kern van haar verzetswerk. Zij was als universitair geschoolde lerares Duits verbonden aan het Lorentz Lyceum. Tijdens de bezettingsjaren zette zij haar principiële opvattingen om in daden door actief Joodse onderduikers te helpen. Ook Joodse leerlingen van het Lorentz Lyceum zijn naar alle waarschijnlijkheid door haar geholpen. Duidelijk is dat Jakomina Tinbergen in al haar bescheidenheid een groot aantal dappere en levensreddende daden heeft verricht en terecht staat vermeld op de naoorlogse gemeentelijke lijst van "Karaktervolle verzetter en illegale werker". Zij had nauw contact met Hilda Verwey-Jonker en andere Philips-verzetsmensen.
Voor haar moedige en levensreddende hulp aan Joodse onderduikers ontving zij later de prestigieuze Yad Vashem-onderscheiding als Rechtvaardige onder de Volkeren.
Tijdens haar sobere leven heeft zij nooit in het openbaar over haar verzetswerk gepraat. Pas op haar begrafenis werd dat duidelijk voor de vele aanwezigen.
https://www.eindhoven4044.nl/11/Tinbergen.html

Martha Soboll
10 Martha Soboll (1905-1988)
Internationale hulp

Martha Soboll, een Duitse, was op 11 maart 1933 getuige van hoe dertig SA-mannen haar ouderlijke woning in Bochum-Werner binnendrongen. Hitlers straatleger had opdracht om haar broer Fritz te arresteren. Fritz, ook bekend als "der rote Teufel", was de plaatselijke jeugdleider van de Kommunistische Partei Deutschlands (KPD), maar hij was al ondergedoken.

Ze verliet nazi-Duitsland en kwam in Eindhoven terecht, waar zij al vóór de bezetting onderdak verleende aan vele politieke vluchtelingen. Martha Soboll werd in oktober 1940 door de Duitse bezetter gearresteerd, omdat zij er op grond van haar eerdere communistische politieke opvattingen van werd verdacht nog steeds actief te zijn voor deze partij en in haar huis zogenaamde staatsvijanden onderdak en steun te verlenen. Zij overleefde van 1940 tot 1945 diverse concentratiekampen, waaronder Ravensbrück.
https://www.eindhoven4044.nl/10/CPN-EHV-oorlogsjaren.html

Johanna van Bruggen-van Moorsel
11 Johanna van Bruggen-van Moorsel (1902-?)
Pilotenhulp, opvang onderduikers. 

Johanna van Bruggen-van Moorsel stond beslist niet in de schaduw van haar man Rien, die als chemicus bij het Philips NatLab werkte. Zij speelde een absolute sleutelrol in het Eindhovense verzet. Samen vormden ze een formidabel team, waarbij ze soms van elkaar niet wisten waar ze mee bezig waren.

Hun huis in Eindhoven fungeerde als een doorgangshuis, waar Johanna bijna dagelijks geallieerde piloten ontving. Zo'n 225 neergehaalde bemanningsleden uit het gehele land zijn via hen aan een veilige doortocht richting België en Frankrijk begonnen.

Voor dit levensreddende werk onderhield Johanna nauwe contacten met andere prominente Eindhovense verzetsmensen. Op het Eindhovense stadhuis kreeg ze medewerking van goede ambtenaren. Haar man werd in juli 1944 door de SD gearresteerd en enkele weken voor de bevrijding van Eindhoven gefusilleerd. Het vrijkopen van hem mislukte omdat ze werd opgelicht. Zij ontving het Verzetsherdenkingskruis.
https://eindhoven4044.nl/50/rienvanbruggen.html

Bets Glaudemans
12 Bets Glaudemans (?-?)
Hulp aan onderduikers en organisatie verzet

Elisabeth Antonetta Maria (Bets) Glaudemans was werkzaam, als directrise in de openbare bibliotheek van Eindhoven. Tijdens de Duitse bezetting slaagde zij er samen met het bestuur in om de NSB-invloed buiten de bibliotheek te houden. Daarnaast was zij in het laatste bezettingsjaar betrokken bij het werk voor de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (L.O.). Samen met Neeltje Luijendijk zette zij zich in voor het zogenaamde 'Natura-Comité'.
Zij heeft waarschijnlijk ook de ledenadministratie zo bewerkt dat onderduikers (extra) boeken konden lenen. 
https://www.eindhoven4044.nl/15/bibliotheken.html

Sylvia Philips-van Lennep
13 Sylvia Philips-van Lennep (1905-1992)
Hulp aan L.O. werk

Sylvia Philips-van Lennep was getrouwd met Frits Philips. Zij staat deels symbool voor de verzetsactiviteiten en hulp die Philips verleende tijdens de bezettingsperiode.
Sylvia was onderdeel van de verdeling van geld en bonnen die was opgezet door P.H.K.G. Cornelius op het Natlab. Cornelius bracht mevrouw S. Wijtman-Vleer in contact met de financier van zijn verzetsgroep en dat was Sylvia Philips-van Lennep. De dochter van mevrouw S. Wijtman vertelt: "Eens per maand haalde mijn moeder geld bij haar op. In de 'boekhouding' van mevrouw Sylvia Philips-van Lennep, zo vernamen we na de oorlog, werd mijn moeder met de codenaam 'Vleermuis' aangeduid."
Sylvia stelde tijdens bombardementen ook hun schuilkelder ter beschikking aan haar buren en voorbijgangers. Zijzelf is een aantal weken gegijzeld geweest om haar te dwingen te vertellen waar haar man was ondergedoken.
https://eindhoven4044.nl/50/WijtmanVleer.html

Neeltje Lykles
14 Neeltje Lykles (1900?-?)
Inlichtingenwerk 

Over Neeltje Lykles is weinig bekend. In het huis van haar alleenstaande moeder Johanna Lykles-van Gulik, een Philips-woning, werden microfilms verzendklaar gemaakt. Neeltje werkte als docente aan de Nuts-ULO in de Oranjestraat en was samen met haar moeder betrokken bij het verzetswerk van ir. Th. Tromp en de Geheime Dienst Nederland (GDN). Zij was actief als het contactpunt voor GDN-zendingen en had contacten met verschillende illegale groepen en koeriersters.
https://eindhoven4044.nl/50/Tromp.html

Margaretha Mes-van Dinther
15 Margaretha Mes-van Dinther (1920-2002)
Hulp aan onderduikers

Margaretha Mes-van Dinther en haar man, die werkzaam was bij Philips, hebben zo'n twaalf Joodse personen permanent laten onderduiken in hun gehuurde villa 'Sunny Home' aan de Hoogstraat 185 in Gestel. Zelf hadden zij twee jonge kinderen. De L.O. zorgde voor ondersteuning van de onderduikers door het leveren van de broodnodige distributiekaarten en bonnen. Twee dagen voor de bevrijding van Eindhoven op 18 september 1944 diende de voortuin van de villa als verzamelplaats voor terugtrekkende Duitse soldaten. Een surreële situatie: een huis vol Joodse onderduikers, terwijl er Duitse soldaten aanbelden voor water. Alle onderduikers overleefden de oorlog.
https://eindhoven4044.nl/6/Hoogstraat185.html

dr. Betty Levie
16 Dr. Betty Levie (1905-1992)
Onderduikster en koerierster

Dr. Betty Levie studeerde geneeskunde in Amsterdam en specialiseerde zich vanaf 1931 tot therapeutisch radiologe in het Antoni van Leeuwenhoek. In het voorjaar van 1942 dook zij in Eindhoven onder bij het Philips-gezin van dr. Hajo Bruining, en later verbleef zij op andere adressen. Zij was geen passieve onderduikerster, maar werkte ook als koerierster voor verzetsleden die specifiek Joodse onderduikers hielpen. Na de bevrijding van het zuiden van Nederland was zij actief als arts voor het Rode Kruis
https://eindhoven4044.nl/50/Bruining.html

Annie van Eerd-Mutsaers
17 Annie van Eerd-Mutsaers (1907-?)
Hulp aan onderduikers

Annie van Eerd-Mutsaers speelde, samen met haar man Ad (de bekende PSV-aanvoerder "De Spijker"), een onmisbare rol in het verbergen van een grote groep Joodse onderduikers. Vanaf half 1942 tot aan de bevrijding stelden zij hun huis aan de Wenckenbachstraat open als schuilplaats. Hun zolder werd het tijdelijke thuis voor minstens twaalf personen tegelijk. Dit onderkomen werd door de onderduikers uit dankbaarheid "Maison Van Eerd" genoemd.

De dagelijkse realiteit voor Annie was echter zwaar en eiste een enorme tol. Terwijl Ad overdag op zijn werk bij Philips was, had Annie het de hele dag druk met de grote groep onderduikers. De continue zorg rustte grotendeels op haar schouders. Het huishouden, het koken voor al deze extra monden, en het managen van de was en behoeften (zoals het dagelijks legen van de "privé-emmer" van de zolder) vergden een uitzonderlijke inspanning en opoffering.

Voor haar jarenlange inzet, de loodzware dagelijkse zorg en het redden van levens, ontving Annie van Eerd-Mutsaers op 5 november 1972 terecht de Yad Vashem-onderscheiding als Rechtvaardige Onder de Volkeren.
https://eindhoven4044.nl/5/eerd.html

G.A.M. (Grietje) Gehrels-de With
18 Grie Gehrels-de With (1907-1988)
Hulpverlening

G.A.M. (Grietje) Gehrels-de With, in Eindhoven kende iedereen haar als Grie, was slechts deels op de hoogte van de volle omvang van de vele verzetsactiviteiten van haar echtgenoot Cor Gehrels. Cor zei hierover vaak de voorzichtige woorden: "Wat je niet weet, kun je ook niet vertellen." Dit was een bittere noodzaak in een tijd waarin het gevaar van arrestatie, marteling, verraad of doorslaan onder foltering voortdurend op de loer lag. Dit was misschien wel het ergste wat een verzetsstrijder kon overkomen. Cor Gehrels was de spilfiguur en een van de belangrijkste medewerkers achter de geheime radiozender die na de bevrijding bekend zou worden als "Herrijzend Nederland".

Cor Gehrels was een "manusje-van-alles" in het verzet. De Philipskoerier schreef: "Hij schreef voor ondergrondse bladen en verspreidde die 's nachts, op kousenvoeten. Hij verzamelde gegevens die naar Engeland werden gestuurd, hielp onderduikers en nam zelfs Joden in huis... Ook hielp hij neergestorte geallieerde piloten en anderen te ontsnappen." Deze vluchtelingen kregen een politie-uniform aan dat Grietje had genaaid. Truus Staal, van wie de man Piet naar Engeland was uitgeweken, leverde de nog overgebleven marechaussee-uniformen van haar man en andere vertrokkenen aan de vrouw van Cor. Dergelijke uniformen werden door het verzet gebruikt bij het transport van piloten en bemanningsleden om dit gevaarlijke werk een officieel tintje te geven. Grietje paste de uniformen aan volgens de nieuwste Duitse voorschriften, waarbij onder andere het predicaat Koninklijke werd verwijderd. Dit hield in dat alle emblemen met een kroon van het uniform moesten worden afgehaald. Op 22 juli 1943 werden zij en Cor gearresteerd. Griet kwam vrij, maar Cor zou op 38-jarige leeftijd overlijden als gevolg van mishandelingen.
https://www.eindhoven4044.nl/50/Cor-Gehrels.html

Froukje Vleer-Westerhof
19 Froukje Vleer-Westerhof (1894-?)
Actief onderduikadressen zoeken, Hulp aan L.O. werk

Al in de zomer van 1940 begonnen de 47-jarige Froukje Vleer-Westerhof en haar 25-jarige dochter Sipkje Wijtman-Vleer met hun levensgevaarlijke illegale werk. Hun huis aan de Julianastraat, destijds door de bezetter omgedoopt tot Sophiastraat, groeide al snel uit tot een cruciaal doorgangshuis. Froukje fungeerde als de onmisbare spil voor diverse verzetskringen en bood soms aan tientallen Joodse onderduikers tegelijk een schuilplaats op zolder.
Sipkje hielp haar moeder waar zij kon. Zij verspreidde de illegale pers door de bladen slim te verstoppen onder het matrasje van de kinderwagen waarin haar baby lag. Zo wandelde zij onopvallend langs vertrouwde adressen. Daarnaast was zij soms wekenlang op pad om een zeer moeilijke taak uit te voeren, namelijk het zoeken naar permanente en veilige onderduikadressen in de stad voor de mensen die in hun doorgangshuis wachtten.
De contacten van Froukje reikten ver, vooral binnen de kringen van Philips. Via ingenieur Cornelius kwam zij in contact met Sylvia Philips-Van Lennep, de vrouw van Frits Philips, die als financier voor de verzetsgroep optrad. Froukje haalde hier maandelijks geld op en stond in de geheime boekhouding vermeld onder de treffende codenaam Vleermuis.  Samen regelden zij ook de broodnodige voedselbonnen. Zelfs voor wapenopslag deinsde Froukje niet terug, zo verborg ze onder meer wapens voor het verzetsechtpaar Rien en Johanna van Bruggen.
https://eindhoven4044.nl/50/WijtmanVleer.html

Dora Lindner-Pirenne
20 Dora Lindner-Pirenne (1916 - 1997)
Hulp aan onderduikers


In juli 1942 namen Dora Pirenne (26) en Karel Lindner (29) het dappere besluit om aanvankelijk drie Joodse onderduikers in huis te nemen, ondanks de gevaren die daaraan verbonden waren. Nadien kwam Gertrud Ziekenoppasser-Rosenberg (59) daar nog bij om zich in hun huis te verstoppen. Het jonge gezin, met een drietal jonge kinderen, werd waarschijnlijk benaderd door pastoor Sicking. Hij was samen met kapelaan Zigenhorn actief betrokken bij de hulp aan onderduikers. De zeer katholieke familie Lindner-Pirenne had al goede contacten met deze pastoor.

Een groot probleem was het bezighouden van de onderduikers. Zij hielpen mee in de huishouding en met koken. Er werd veel gebreid. De jongste onderduiker, Albert Marx, had te veel jeugdige energie en moest echt beziggehouden worden. Hij en zijn vrouw maakten onder andere zeep en dat is de start geweest om samen met Karel Lindner een nieuw bedrijf genaamd Treffina te bedenken. Dit Eindhovense bedrijf bestaat nog steeds en is in de loop der jaren uitgegroeid tot een International Trading B.V. waar de afgelopen 82 jaar honderden Eindhovenaren een baan vonden.

De onderduikers zijn nooit verraden, ondanks dat een aantal buurtgenoten op de hoogte was. De familie Lindner-Pirenne krijgen uiteindelijk tien kinderen.
https://www.eindhoven4044.nl/10/Lindner.html

Maria van Hoof
21 Maria van Hoof
koerierster en inlichtingenwerk

Maria van Hoof, met de schuilnaam Wietske, maakte deel uit van de Geheime Dienst Nederland (GDN). Zij was in de periode van het voorjaar van 1943 tot maart 1944 persoonlijk actief met het verzamelen van Duitse militaire gegevens en politieke en economische informatie, maar zij was voornamelijk onderweg als koerierster door heel Nederland. Op 16 maart 1944 werd zij in Eindhoven gearresteerd.
Volgens de gegevens van de gevangenisadministratie van het Oranjehotel heeft zij daarna in de periode van maart 1944 tot 8 juni 1944 daar gevangengezeten. Vervolgens is zij opgesloten geweest in achtereenvolgens Vught, Haaren, Ravensbrück en Dachau.
Zij werd op 30 april 1945 in Dachau bevrijd door Amerikaanse troepen en Maria kwam in mei 1945 terug in Eindhoven. 
https://www.eindhoven4044.nl/15/pennings.html

Mien Sprengers-van Tellingen
22 Mien Sprengers-van Tellingen (1908-1994)
Hulp aan onderduikers

In de loop van 1943 kreeg de familie Sprengers het verzoek om de Joodse Mina van der Heim bij hen te laten onderduiken. Mina was alleenstaand en zo'n 65 jaar oud. Niemand mocht weten van haar onderduik en haar plotselinge aanwezigheid bij de familie Sprengers. Voor de kinderen van de familie Sprengers, Jan (12 jaar) en Cor (8 jaar), was het een hele opgave om nooit over "tante Mientje" te praten. Er was altijd de mogelijkheid van verraad. In dezelfde straat woonde een NSB-gezin van wie de zoon zich had aangemeld voor de SS. Ook woonde er in de straat een foute Rijksduitser. Mina kreeg haar eigen kamer op de tweede verdieping van het huis aan de Iepenlaan. Mien zorgde voor al haar behoeften en de kinderen verzwegen het geheim. Mina bleef tot de bevrijding van Eindhoven in september 1944.
Ook hadden de Sprengers enige tijd een andere onderduiker. Hij had geweigerd zich te melden voor dwangarbeid (Arbeitseinsatz) in Duitsland. De familie Sprengers en hun onderduikers kregen ondersteuning vanuit het Eindhovense verzet.
Na de oorlog verhuisde Mina naar Amsterdam, maar het contact tussen haar en de familie Sprengers bleef frequent. In 2003 kregen zij voor hun verzetswerk de erkenning door middel van een Yad Vashem-onderscheiding.
https://eindhoven4044.nl/5/sprengers.html

Gijsje Colet-Branderhorst
23 Gijsje Colet-Branderhorst (1894- 1974)
Hulp aan onderduikers

Gijsje was cruciaal voor de dagelijkse overleving en het verbergen van het al wat oudere Joodse echtpaar Thalmann, dat vanaf 1942 in hun eenvoudige huis aan de Dommelhoefstraat zat ondergedoken. Gijsje nam de taak op zich om extra voedsel te regelen voor de vijf monden die ze plotseling moesten voeden, terwijl er maar drie bonkaarten in huis waren. Ze fietste twee keer per week op een fiets met houten banden naar een boer in Nuenen. Om dit eten te kunnen bemachtigen, verrichtte ze samen met een vriendin klusjes op de boerderij.
Het gezin had het extra moeilijk omdat zij geen contact hadden met verzetshulp die vanaf 1943 in Eindhoven ontstond. Ze leefden met hun onderduikers zeer geïsoleerd.
De last van het hebben van onderduikers was zwaar voor het gezin en vooral voor hun 7-jarige dochter. Zij mocht geen vriendinnetjes mee naar huis nemen, vierde geen verjaardagen en hield buitenshuis structureel haar mond, wat leidde tot isolement en spanningen (wat zelfs ten koste ging van haar schoolprestaties). Riet kreeg zelfs een rol in het smokkelen van bonnen, die een tante uit Heusden en Altena ter beschikking had gesteld. Het echtpaar Thalmann overleeft de bezettingsjaren.
https://eindhoven4044.nl/4/colet.html

Dina Veth-Slotboom
24 Dina Veth-Slotboom  (1901-1994)
Hulp aan onderduikers

Dina en Bas Veth-Slotboom vormden een standvastig echtpaar in het Eindhovense verzet. Zij waren overtuigde SDAP'ers en hadden waarschijnlijk contact met Hilda Verwey-Jonker.

In 1942 hielden zij zich bezig met het redden van Joodse medeburgers. Toen de systematische deportaties begonnen, wendde Nettie van Tijn, de directrice van de Joodse school in Eindhoven, zich tot hen. Zij zocht wanhopig naar onderduikadressen voor haar moeder en haar twee nichtjes, Els en Rivka. Dina en Bas zetten direct hun netwerk in en regelden veilige schuilplaatsen voor hen.

Nettie zelf kon nog tot medio 1943 aanblijven als directrice. Toen de situatie ook voor haar te gevaarlijk werd, zorgde de familie Veth voor een plek bij de familie Hendriks, waar haar moeder al liefdevol was opgenomen. Later, toen het verblijf in Eindhoven te onveilig werd, organiseerden zij voor Nettie een onderkomen in Utrecht. Dina was een onmisbare psychologische en emotionele steun voor Netties moeder. Zij hielp haar door de immense spanningen van het onderduiken heen.

Dankzij hun toewijding overleefden alle onderduikers voor wie zij een adres hadden verzorgd de oorlog. Voor deze heldendaden en hun enorme menselijkheid werden Bas en Dina Veth in 1965 door Yad Vashem terecht geëerd als Rechtvaardige Onder de Volkeren
https://eindhoven4044.nl/5/veth.html

Molly van Heel-Gelderman
25 Molly van Heel-Gelderman ( 1908-1993)
Hulp aan onderduikers, vervalsen documenten

Molly van Heel-Gelderman verleende onderdak aan zeer riskante onderduikers. Zo verbleef generaal Jans, de commandant van de Ordedienst in Limburg, een maand bij hen toen hij door de Duitse Sicherheitsdienst werd gezocht. Ook belangrijke verbindingsofficieren van de Ordedienst, zoals luitenant Pieter Cornelis Vroom en Chris Navis, doken een tijd bij hen onder. Vanaf november 1942 nam ze Judith en Elise Kann in huis. Dit waren de jonge dochters van haar Joodse jeugdvriendin Dora Kann-Spanjaard. Ze bleven tot na de bevrijding in 1944 veilig bij hen in huis. Hun woning in het Eindhovense Villapark diende als tijdelijk toevluchtsoord voor veel Joodse vluchtelingen, meestal op doorreis naar een permanente schuilplaats. Zelfs toen ze tijdelijk een Duitse officier moesten huisvesten, hielden ze vol dat Judith en Elise daadwerkelijk weeskinderen uit Rotterdam waren.
Samen met haar man Gerard, werkzaam bij Philips, vervaardigde zij valse identiteitskaarten. Haar broers waren actief in het verzet.
Voor hun inzet werd Molly, samen met haar man, op 13 februari 1968 door Yad Vashem onderscheiden als Rechtvaardige onder de Volkeren.
https://eindhoven4044.nl/5/heel.html

Eindhovense vrouwen in het verzet zonder portret

Er is relatief weinig bekend over verzetsvrouwen in Eindhoven. In ieder gezin waar iemand, en zeker een Joods persoon, onderdook, was de vrouw volledig op de hoogte en nam zij waarschijnlijk ook de zwaarste taak op zich. In Eindhoven moeten dat honderden gezinnen zijn geweest, zie: https://www.eindhoven4044.nl/9/duikadressen.html

Vaak waren getrouwde vrouwen wel enigszins op de hoogte van wat hun man deed. Cor Gehrels, de verzetsman bij Philips, zei tegen zijn vrouw: "Wat je niet weet, kun je ook niet vertellen." Hun gezin had wel onderduikers in huis, wat in die oorlogsdagen al voldoende was voor een zware straf in een kamp. Zijn vrouw G.A.M. (Grietje Aartje Magdalena) Gehrels-de With wist bovendien van Cors activiteiten rondom de bouw van zenders voor Herrijzend Nederland.

De zus van Greet Kelder-Vroom: Lenie Vroom was eveneens actief in het verzet.

Else Engel uit de Hooghuisstraat was actief bij de groep van Eddy Verkaik en voerde samen met Greet gevaarlijke verkenningen uit.

Ineke ( M.E.L.) Zwartendijk nam regelmatig in een soort korset allerlei briefjes, gecodeerde boodschappen en illegale krantjes mee om deze door het gehele land te verspreiden. Ze kreeg deze in Eindhoven van een oud-klasgenoot die ze kende van het Lorentz Lyceum. In Utrecht liep ze door verraad in de val; toen ze alleen in een cel zat, heeft ze alle papieren opgegeten. Zonder dat er bewijs was en zonder iets los te laten, heeft ze tot oktober 1944 in Den Bosch gevangen gezeten. Ineke werkte voor de A13-centrale en student Victor Beermann.

Lida Lucia Voorhoeve, sinds 1965 weduwe van Philips-verzetsman dr. ir. N.A.J. Voorhoeve, was draagster van het Verzetsherdenkingskruis. Ook Elisabeth Adewina Simonetta Elbrink-Remmert (6 januari 1897 – 12 oktober 1987) ontving het Verzetsherdenkingskruis. Wat hun exacte activiteiten waren, is onbekend.

Een aantal vrouwen staat bekend als pilotenhelpers, onder wie Maria H.J. Aarts, Johanna van Bruggen-van Moorsel, Geertruida Mudde, Mrs v.d. Ven-de Haas. 
 
Rie Jansen (doopnaam Maria) was zeer actief in de hulp aan (Joodse) onderduikers. Zij was begin veertig tijdens de oorlogsjaren en woonde aan de Paradijslaan 50 (tegenwoordig 22-C) in Eindhoven. Als verpleegster had Rie door haar functie toegang tot het Eindhovense politiebureau. Daar kreeg zij hulp van politieagent P.E. (Piet) Soethout en oud-burgerwachter J. Bogers. Zij smokkelde brieven en boodschappen naar buiten en zorgde ervoor dat gevangenen in het ziekenhuis werden opgenomen, waarna zij konden onderduiken. Ook op het gemeentehuis had zij veel contacten, evenals bij diverse ziekenhuizen en instellingen waar mensen tijdelijk werden ondergebracht. Zij onderhield nauwe contacten met de P.A.N. en andere verzetsleden in Eindhoven voor onder andere extra voedsel- en distributiebonnen.

Irène Marie Joanna Doornbos was koerierster voor de illegale krant Trouw. Ook raakte ze betrokken bij de voorbereidingen van een overval op een distributiekantoor in Sint Laurens. Dit kantoor fungeerde als centraal punt en beschikte over de grootste voorraad bonnen. Irene observeerde wekenlang de gang van zaken bij het kantoor. Naast de voorbereiding wilde ze ook deelnemen aan de daadwerkelijke overval. Na de succesvolle overval moest ze wegens herkenning onderduiken. Ze kwam in Eindhoven terecht, waar ze opnieuw actief werd in het verzet en uiteindelijk overleed. Ze overleed op 28 jarige leeftijd op 5 april 1944 aan difterie. Een goede verzorging was op het onderduikadres niet mogelijk.
In september 1946 vond op de algemene begraafplaats in Vlissingen een sobere plechtigheid plaats. De burgemeester, mr. Benjamin Kolff, droeg de grafsteen over aan de familie van wijlen mejuffrouw Irène Doornbos (7 februari 1916, Hoboken – 5 april 1944, Eindhoven). De voorzitter van de GOIW te Vlissingen, de heer J. Blankenburg, memoreerde namens haar vrienden uit het verzet de moed die zij toonde tot haar tragische dood.

Mien, Dora en Bets de Brouwer waren als koeriersters actief vanaf landgoed Eckart. Bets werkte jarenlang als koerierster voor kapelaan Clemens Zigenhorn van de parochie van Onze-Lieve-Vrouw van Altijddurende Bijstand.

Het dagboek geschreven door Theresia (Trees) A.A. Nouwen-van Soest beschrijft de bezettingsjaren op haar eigen wijze.

Ineke Tromp-Gerritsz (1907–1968) 
Gerdina (Ineke) Tromp-Gerritsz (6 mei 1907 - 9 nov. 1968) is draagster van het Kruis van Verdienste, volgens Koninklijk besluit van 21 december 1949. Zij heeft sedert 1943 tot de bevrijding van Eindhoven in 1944 in haar woning zeer grote aantallen microfilms voor het Bureau Inlichtingen der Nederlandse Regering te Londen klaar te maken, zomede belangrijke gegevens en rapporten omtrent de vijand in Nederland, welke eveneens voor dit Bureau waren bestemd, te verzamelen en uit te werken. Voorts door haar echtgenoot bij zijn werkzaamheden voor een belangrijke inlichtingengroep met gevaar voor haar leven ook verder bijstand te verlenen, onderdak te verlenen aan verschillende personen, die niet mochten worden gesignaleerd, alsmede door het onderbrengen van een uit Engeland per valscherm neergekomen zender. De activiteiten van haar man Ir. Th.Ph. (Theo) Tromp is meer bekend: https://eindhoven4044.nl/50/Tromp.html

Veel meer vrouwen (vrouwen met * zijn op deze pagina genoemd) zijn actief geweest in het verzet in Eindhoven op de lijst uit december 1944 van Landelijk Herstel [link] staan de volgende vrouwen:
Boer, M. (Martha) de Zwaanstraat 36  
Prinsen M.G. (Marietje) Strijpsestraat 85
* Kelder-vroom M.G.V. (Grietje / Greetje) Kerkakkerstraat. 43a
Suykerbuyk, Anna C. (Tante Annie ) Bezemstraat 24 

Lijst van Pilotenhulp [link]
Aarts, Maria H.J. St. Martinusstraat 22
* Bruggen-v. Moorsel, Johanna van Nicolaas Beetsstraat 41
* Heijden, Louk van der Lakerstraat 1
Freeman-Raats, A.H. Stationsplein 13 (gehele familie was Freeman, G. P. Beh. account.kant, Stationspl. 13.
Ven-de Haas, Mrs. v.d. Tramstraat 1

Namenlijst G.O.I.W.N
Mevr. Beijer-de Kort, Adolf van Cortenbachstraat 87. Lid S.D.A.P. en verzorgster onderduikers en gezinnen
Mevr Bruining-Fransen C.N. Frankrijkstraat 40 
Dirks-Cruijs, Jeanne Ida Maria van de Schouwbroekscheweg 65
Ebeling-Koning K. Elzentlaan 40 Stratum
* Freeman-Raats, A.H. Stationsplein 13 
Goede-de Boer, A.A. Heezerweg 209
* Kelder-Vroom, M.G. Kerkakkerstraat 43a
Kort-Bakkenes, A. de Adolf van Cortenbachstraat 87 
Nijst-Stabbé, M. Pasteurlaan 109
Pijnenburg-van Uden, M.G. Bezemstraat 36
Prinsen-van Gemert, Weduwe Strijpschestraat 85
Suykerbuyk (Suijkerbuijk-Free A.C.) Bezemstraat 24 

De onthulling van het Monument voor de Vrouw vond plaats op zaterdag 12 mei 1956 door burgemeester mr. H.A.M.T. Kolfschoten. Onder de aanwezigen bevond zich onder anderen Hilda Verwey-Jonker.
Klik op de tekening voor de foto. Bron: https://villaparkeindhoven.nl/buurtgeschiedenis/

Een deel van de begrafenisbloemen van Riek de Waal-IJsseldijk bij het monument. In die tijd was het gebruikelijk om begrafenisbloemen bij het monument achter te laten.
Foto: Jan de Waal, 20 april 2005.

Monument voor de Vrouw

Het 'Monument voor de Vrouw' in Eindhoven is een bas-reliëf in kalkzandsteen, dat is ingemetseld in een bakstenen muur. Op het reliëf staan drie vrouwen en een man afgebeeld. De tekst op het reliëf luidt:

"1940 – In trouw onwrikbaar – 1944 schraagden zij de weerstand."

Het monument bevindt zich in het plantsoen op de hoek van de Parklaan en de Zilvermeeuwlaan in Eindhoven. Hoewel het reliëf al in 1947 gereed was, werd het pas in 1956 als monument onthuld.

Het Vredesburo Eindhoven organiseerde op 4 mei 2026 om 17.00 uur een herdenking bij het 'Monument voor de Vrouw' (het Vrouwen Vredesmonument) in het Mignotplantsoen aan de Parklaan in Eindhoven. Naast het Vredesburo leverde ook Dolle Mina Eindhoven een bijdrage aan de herdenking in de vorm van spoken word.

Het Vredesburo had in het verleden gedurende een aantal jaren een dodenherdenking bij dit monument georganiseerd onder de naam 'Vrouwen Vredesmonument'. De jaren daarvoor was het niet meer gelukt om een bijeenkomst te organiseren; de coronapandemie en een gebrek aan vrijwilligers waren hiervan de oorzaak. Gelukkig werd het initiatief in 2026 weer opgepakt, ditmaal onder de naam 'Vrouwenmonument'.

Stichting 18 September organiseerde traditiegetrouw op 4 mei om 18.30 uur een plechtige bijeenkomst op de gemeentelijke begraafplaats Woensel (Oude Toren) in Eindhoven.

Meer info: https://stichting18september.nl of
https://stichting18september.nl/dodenherdenking-4-mei/

In Eindhoven werden de bevrijding en de herdenking feitelijk jaarlijks op 18 september gevierd en herdacht.

Daarnaast stond het iedereen vrij om op 4 mei een bloem neer te leggen bij het Vrouwenmonument.

De Eindhovense beeldhouwer Willy Mignot, wonend in Laren (N.H.), werkte in het voorjaar van 1947 aan een reliëf dat ter ere van de moedige Eindhovense vrouwen uit de oorlogsdagen zou worden aangebracht in het nieuwe stadhuis. Omdat dit stadhuis nog niet voltooid was, werd het kunstwerk na oplevering tijdelijk ondergebracht in een gemeentelijke opslagplaats. Uiteindelijk kreeg het monument een definitieve plek op het voormalige terrein van de familie Mignot aan de Parklaan, dat als het gemeentelijke Mignotplantsoen werd aangelegd. Dit braakliggende terrein was in 1955/1956 door de gemeente aangekocht.

De welgestelde tabaksfabrikant Mignot had oorspronkelijk het plan om op deze locatie woningen te bouwen. Dit verklaart waarom er in de huisnummering van de Parklaan een opvallend gat zit tussen de nummers 33 en 73.

Eindhovensch dagblad 14 mei 1956

Huldigingsmonument 

De besturen van alle Eindhovense vrouwenorganisaties waren zaterdagmorgen aanwezig aan de Parklaan in Eindhoven, waar burgemeester Kolfschoten een monument ter ere van de Nederlandse vrouw in oorlogstijd onthulde. Dit monument, vervaardigd door de in Laren wonende Eindhovense beeldhouwer Willy Mignot, werd in opdracht van de Stichting Bevrijdingsherdenking Eindhoven gemaakt voor het nieuwe stadhuis. Omdat het terrein aan de Parklaan door de medewerking van de familie Mignot en omwonenden beschikbaar kwam voor de aanleg van een park, heeft men daar uiteindelijk een passende plaats gevonden voor dit sobere gedenkteken. Het monument verzinnebeeldt de steun die de Nederlandse vrouw in oorlogs- en bezettingstijd voor de man is geweest. „In trouw onwrikbaar schraagden zij de weerstand”, staat in het monument gebeiteld. Op de foto is het moment van de onthulling te zien.
(Foto: Van Beurden, Eindhovens Dagblad)

Stichting Bevrijdingsherdenking

In opdracht van de Stichting Bevrijdingsherdenking hakte Willy Mignot in 1947 een groot reliëf. De stichting bood dit werk, dat de dankbaarheid uitbeeldt voor de houding van de vrouw tijdens de oorlogsjaren, aan het gemeentebestuur van Eindhoven aan.

Het reliëf stelt drie vrouwenfiguren voor, van wie de middelste een zwaard overhandigt aan een man. De rechterfiguur, een neerknielende vrouw die haar handen beschermend om een huilend kind slaat, symboliseert de moederlijke zorg; de linkerfiguur verbeeldt de huisvrouw.

Een andere verklaring beschrijft het gedenkteken als zijnde opgericht ter ere van de Eindhovense vrouwen die zich tijdens de oorlogsjaren hebben ingespannen om, zo goed en zo kwaad als het ging, hun werk te verrichten en met moed en vasthoudendheid hun huishoudens op peil te houden.

De onthulling vond pas jaren later plaats, op 12 mei 1956 (de dag voor Moederdag). Het is opvallend dat de onthulling niet op een dag zoals 4 of 5 mei (Dodenherdenking of Bevrijdingsdag) is gehouden; deze specifieke data zijn pas na 1988 prominenter in beeld gekomen voor dergelijke plechtigheden.

Dit Eindhovense monument is een van de eerste gedenktekens in Nederland die aandacht besteedden aan de rol van de vrouw tijdens de bezettingsjaren. Ter vergelijking: Arnhem onthulde in 1949 het monument ‘De vrouw in oorlogstijd’ en Haarlem onthulde in 1982 het beeld ‘Vrouw in het verzet’ ter ere van Hannie Schaft.