Bibliotheken in Eindhoven tijdens de bezettingsjaren  

Bibliotheek Eindhoven tijdens de bezettingsjaren

10 januari 1916 is de officiële oprichtingsdatum van de Openbare bibliotheek Eindhoven. Gedurende de eerste twaalf jaar van haar bestaan had de Rooms-Katholieke (R.K.) Openbare Bibliotheek 'St. Catharina' nagenoeg een monopolie in Eindhoven en omgeving. Er bestonden destijds slechts enkele kleine volks- en winkelbibliotheken en de bibliotheek van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen. In de periode 1919-1940 steeg het aantal inwoners van Eindhoven van 46.000 naar 110.000. Onder hen bevonden zich veel arbeiders en kaderleden die door Philips naar de stad waren gehaald uit Groningen, Friesland, Drenthe en andere delen van Nederland.

Er werd zeker rekening gehouden met de wensen van deze nieuwkomers. Niet iedereen was daar echter even blij mee; men vreesde dat de behoeften van de oorspronkelijke bevolking ondergesneeuwd zouden raken. Een krantenartikel uit die tijd stelde: "De leeszaal moet een resultaat zijn van de culturele krachten die tot uiting komen in de stad waar zij gevestigd is."

Door de collectie uit te breiden en bewuste keuzes te maken in de selectie van boeken en tijdschriften, probeerde men tegemoet te komen aan zowel de wensen van de oorspronkelijke Eindhovenaren als die van de nieuwkomers.

De paternalistische bemoeizucht van de R.K. Bibliotheek – die bepaalde wat goed was voor de lezer – werd echter niet door iedereen gewaardeerd. Tegen het einde van de jaren twintig ontstonden er initiatieven die het monopolie van de R.K. Bibliotheek doorbraken. De Philips Ontspanningsbibliotheek werd in 1929 opgericht met een startcollectie van 1800 boeken hetgeen uitgroeide naar 10.000 boeken. Hoewel deze oorspronkelijk alleen toegankelijk was voor medewerkers van Philips, werd de bibliotheek al snel voor iedereen opengesteld. In de crisis- bezettingsjaren waren ook de commerciële leesbibliotheken in trek.

Tekening is gebaseerd op een foto beeldbankwo2 van een Eindhovense woonkamer in 1944.
Klik op de tekening voor de foto.

Leesexplosie in oorlogstijd

Nooit is er zo intensief van bibliotheken gebruikgemaakt als in de oorlogsjaren. Al in de herfst van 1940 steeg het aantal leden en uitleningen spectaculair. Dit gold voor alle typen bibliotheken, van openbare tot volks- en winkelbibliotheken. De uitleencijfers uit 1940 werden in de jaren daarna telkens overtroffen, met 1943 als absoluut recordjaar. Veel bibliotheken leenden toen vier tot vijf keer meer boeken uit dan in de stilte voor de stormjaar 1939.

De belangrijkste oorzaak van deze leesexplosie was het ontbreken van andere vormen van ontspanning. Omdat mensen noodgedwongen thuiszaten door de spertijd, razzia's en de sluiting van cafés, theaters en bioscopen, was een goed boek een groot bezit. Bovendien waren voorjaar 1943 radiotoestellen in beslag genomen. Het boek bood een perfecte manier om even aan de harde werkelijkheid te ontsnappen.

Dit vluchtgedrag gold in het bijzonder voor onderduikers, die via kennissen aan boeken kwamen om de tijd door te komen. Vooral romans waren in trek, evenals geschiedenisboeken, sterrenkunde en praktische boeken over het houden van bijen of konijnen en de teelt van 'eigenteelttabak'. Dat er tijdens de hongerwinter in het bezette deel van Nederland zelfs een grote vraag was naar kookboeken, als uiting van een culinair masochisme, wordt door verschillende jaarverslagen bevestigd.

R.K. Openbare Leeszaal

Ingang naar de R.K. Openbare leeszaal. Rechtestraat 52 Eindhoven.

Elisabeth Antonetta Maria (Bets) Glaudemans
Directrice R.K. Openbare leeszaal en boekerij 
foto datering: 1930
Bron foto 145252  https://www.rhc-eindhoven.nl

Bets Glaudemans

Bets Glaudemans was sinds 1918 in dienst als bibliothecaresse van de R.K. Openbare Leeszaal en Bibliotheek. Vanaf 1925 vervulde zij de functie van directrice. Zij bleef tot 1958 aan de bibliotheek verbonden; in dat jaar nam zij zelf ontslag, een paar maanden voor haar veertigjarig dienstverband, omdat zij het oneens was met de plannen van het nieuwe bestuur. Zij was afkomstig uit de welgestelde steenfabrikantenfamilie Glaudemans.

Tijdens de Duitse bezetting slaagde zij er samen met het bestuur in om de NSB-invloed buiten de bibliotheek te houden. Daarnaast was zij in het laatste bezettingsjaar betrokken bij het werk voor de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (L.O.). Samen met Neeltje Luijendijk zette zij zich in voor het zogenaamde 'Natura-Comité'.

Privé: op 15 februari 1950 trouwde zij op 51-jarige leeftijd met de penningmeester van de bibliotheek, Lucas B.M. (Luc) van Agt, die toen 55 jaar oud was. Negen jaar later overleed Luc.

Leeszaal bibliotheek Eindhoven

 R.K. Openbare Leeszaal en Boekerij St. Catharina voor de Tweede Wereldoorlog.


Piet van der Putt (1885 -1957)
Peter Paul Johan Adolf van der Putt — meestal geschreven als P.P.J.A. van der Putt — was de drijvende bestuurlijke kracht achter de bibliotheek van Eindhoven. Hij was al sinds 1906 bij de bibliotheek betrokken en in 1956 was hij nog steeds voorzitter. Hij combineerde zijn landelijke en plaatselijke bestuursfuncties met het lidmaatschap van de gemeenteraad en later het wethouderschap van Onderwijs in de gemeente Eindhoven.

De middelbare school het Van der Puttlyceum was naar hem vernoemd. Hij was een zoon van de bekende sigarenfabrikant van de firma Van der Putt & De Vlam, een zeer invloedrijke familie in Eindhoven. Broers van hem waren Henri (Karel Lodewijk Hendrik) van der Putt, de burgemeester van Geldrop die door de bezetter is vermoord, advocaat mr. Jo (Johan Joseph Adolf) van der Putt (1891-1966) en arts Louis (Joseph Albert Lodewijk) van der Putt (1895-1981). Piet van der Putt woonde vrijgezel in het Villapark aan de Dommelhoefstraat 2, samen met een huishoudster. In 1942 is hij afgezet als gekozen wethouder door Duitse bezetter en NSBer Pulles.

Hij was fel tegen de Duitse overheersing en tegen het einde van de bezetting heeft hij een tijd moeten onderduiken. Als voorzitter van het bestuur heeft hij er alles aan gedaan om de NSB-invloed buiten de bibliotheek te houden. Dat is, samen met bestuursleden zoals L. van Agt, V. van de Ven, T. Tummers en directrice Bets Glaudemans ook gelukt.

Meer informatie over P.P.J.A. van der Putt onderaan op deze webpagina.

Dr. H.E. Greve
Tekening op basis van een foto 

Twijfelachtige rol van de Centrale Vereniging

Paul Schneiders besteedt in zijn boek 'Lezen voor iedereen; geschiedenis van de openbare bibliotheken in Nederland' veel aandacht aan de Tweede Wereldoorlog, en terecht. Hoewel hij zijn woorden voorzichtig kiest, is het oordeel van Schneiders over de overkoepelende organisatie, de Centrale Vereniging, vernietigend. Hij gebruikt het woord collaboratie niet direct, maar de werkelijkheid komt daar wel heel dichtbij.

De drijvende kracht achter de Centrale Vereniging (CV), waar ook Eindhoven lid van was, was secretaris Greve. Dr. H.E. Greve was een zeer gezagsgetrouwe man, eigenlijk te gezagsgetrouw. Na de inval in mei 1940 was hij doodsbang dat de Duitsers en de NSB de macht over de vereniging en de bibliotheken zouden overnemen. Om dat te voorkomen, bleek hij bereid tot zeer vergaande samenwerking. De bezetter was hier erg tevreden mee, omdat zij in de Centrale Vereniging een ideaal doorgeefluik vonden om maatregelen aan de bibliotheken op te leggen. Van enige poging tot sabotage was geen sprake. In sommige gevallen nam de Centrale Vereniging zelfs het initiatief, bijvoorbeeld op het gebied van censuur. Greve dacht dat de Duitsers de bibliotheken als een belangrijk propagandamiddel zouden zien. Dat bleek later een enorme zelfoverschatting te zijn.

In 1942 kreeg de Centrale Vereniging het voor elkaar dat bibliotheken geen ondernemingsbelasting meer hoefden te betalen. Deze maatregel zorgde voor extra financiële ruimte, eindelijk een positief bericht van de CV. 

Na de oorlog is Henri Ekhard Greve onderzocht door de Politieke Recherche Afdeling (PRA) uit Den Haag maar tot een veroordeling is het niet gekomen want in 1948 ging Greve met verlaat pensioen als directeur van de openbare bibliotheek in Den Haag. En in 1951 trad hij om gezondheidsredenen af als bestuurslid van de Centrale Vereniging.

Doorgang naar de R.K. Openbare Leeszaal en Boekerij St. Catharina
Rechtestraat 52 Eindhoven

...

Censuur

In vergelijking met alle andere ellende die een oorlog met zich meebrengt, lijkt het leed van de bibliotheken natuurlijk relatief. Toch braken er voor bibliotheken moeilijke tijden aan. Het is bekend dat een aantal bibliotheken direct begon met zelfcensuur. Boeken waarvan men dacht dat de bezetter ze niet zou goedkeuren, werden uit de collectie verwijderd.
Vanaf september 1940 stuurde de Centrale Vereniging lijsten met verboden boeken rond. De vereniging hielp zelf mee aan het opstellen van deze lijsten en adviseerde bibliotheken om de instructies op te volgen.

Ook de bibliotheek in Eindhoven deed noodgedwongen mee aan deze (zelf)censuur.  Volgens de verhalen zijn sommige boeken door de overheid in beslag genomen en opgeslagen in het Pannenhuis waar ook een afdeling van de recherche gevestigd was. Tijdens het 19 september bombardement in 1944 is het gehele pand verwoest inclusief het politiearchief en de bibliotheekboeken. 

Een aantal boeken liet men 'onderduiken' bij particulieren. De toenmalige penningmeester van het bestuur, de heer L. van Agt, herinnerde zich dat hij thuis Engelse romans had opgeslagen in afwachting van betere tijden.

Op zondag 27 april 1941 was op de Eindhovense Markt een grote NSB-bijeenkomst, nog voordat de NSB de de gemeentelijke macht innam.
Bron: Fotonieuws : de spiegel der beweging 15-05-1941

NSB-invloed buiten houden

De grootste angst was die voor directe bemoeienis door de NSB. Het 'coöperatieve' gedrag van secretaris Greve (van de landelijke koepel) was bedoeld om dit te voorkomen. Ook bij het bestuur en de directie in Eindhoven bestond de vrees voor de invloed van de NSB op de bibliotheekorganisatie. Daarom hield het bestuur een dubbele boekhouding bij: 'een witte en een gele'. Tot een directe overname van het bestuur kwam het gelukkig niet.

Wel werd er door de 'Commissaris voor niet-commerciële verenigingen en stichtingen' in Den Haag een buitengewoon bestuurslid benoemd. Dit was de geschiedenisleraar W.A. van Grootel. Vanwege zijn nationaalsocialistische gezindheid en zijn lidmaatschap van diverse organisaties zoals de NDK, de NVD en het Opvoedersgilde, was hij later benoemd tot chef van de afdeling Onderwijs en Volksgezondheid van de gemeente Eindhoven. Tijdens de bestuursvergadering van 4 januari 1943 werd hij geïnstalleerd als buitengewoon bestuurslid. Hij was overigens geen NSB-lid. In september 1944, na de bevrijding van Eindhoven, verdween hij weer geruisloos van het toneel. "Het was gelukkig geen lastige man," aldus de heer L. van Agt. Na de bevrijding werd hij ontslagen als hoofdcommies bij de gemeentesecretarie en is hij korte tijd geïnterneerd geweest. Hij is verder niet vervolgd.

In het jaarverslag van 1945 staat hierover: "Het bestuur heeft in de bezettingsjaren vastgehouden aan de goede gewoonte om wekelijks te vergaderen, maar deed dit om de beurt bij de bestuursleden of de directrice thuis. Hier werden de echte zaken afgehandeld. Slechts om de twee of drie maanden werd er officieel in de leeszaal vergaderd in aanwezigheid van het nationaalsocialistische bestuurslid."

De propagandatentoonstelling van "het nieuwe Duitsche boek" is nooit in Eindhoven te zien geweest, er was in de bibliotheek geen tentoonstellingsruimte. De opening in de bibliotheek van 's-Hertogenbosch werd in 1941 wel bijgewoond door de heer P.P.J.A. van der Putt uit Eindhoven, voorzitter van de Bond van Katholieke leeszalen in Nederland en voorzitter van het bestuur in Eindhoven. Voorts werd deze bijgewoond door directies en besturen van de leeszalen te Breda, Tilburg, Maastricht, Eindhoven en Oss.

Eindhoven heeft geen boeken uitgekozen uit het aanbod van Duitse boeken, door een voorgewend misverstand omtrent de keuze. Na een onderhoud met de NSB-wethouder hebben we onze verhoogde gemeentesubsidie gekregen, na de opheffing van de kortingen op de rijkssubsidie. De tekst van het plaatselijke subsidiebesluit liet trouwens geen andere uitvoering toe.

De bibliotheek van Eindhoven behoorde, samen met Dordrecht, Heerlen en Apeldoorn, tot een handjevol weigerachtige leeszalen. Het overlijden van de controleur en de vroege bevrijding van Eindhoven hebben er uiteindelijk voor gezorgd dat dwingende maatregelen om meer NSB-boeken, tijdschriften en kranten in de collectie op te nemen, aan Eindhoven voorbijgingen.

Bestuurslid ir. A.W.A. van Velzen, die overigens door de NSB-burgemeester was ontslagen omdat deze tegenstand verwachtte, heeft als vergeldingsmaatregel de periode tussen 13 juli 1942 en 19 april 1943 in gijzeling in Haaren en Sint-Michielsgestel doorgebracht.
   

Verboden voor Joden

In juni 1941 probeerde de Eindhovense NSB-kringleider H.A. Pulles, die een aantal maanden later werd benoemd tot burgemeester, de bordjes "Verboden voor Joden" in te voeren bij de horeca. De maatregel werd op dat moment nog door het zittende gemeentebestuur afgewezen.
Halverwege september 1941 verschenen de beruchte plakkaten met het opschrift 'Voor Joden verboden' echter alsnog. Joden mochten vanaf toen niet meer komen in dierentuinen, cafés, restaurants, schouwburgen, bibliotheken en musea, en geen concerten meer bezoeken.
Ook de bibliotheek van Eindhoven ontving, net zoals alle bibliotheken in Nederland, een door de overheid toegezonden jodenbordje met de tekst 'Verboden voor Joden'. Dit bordje is in de Eindhovense bibliotheek nooit opgehangen. Het werd stilletjes door bestuurslid en penningmeester Luc van Agt meegenomen en thuis in de kachel opgestookt. 

De Bibliotheek Eindhoven had geen Joodse bibliotheekmedewerkers. In Nederland zijn elf bibliotheekmedewerkers om hun Joodse afkomst ontslagen, van wie zes de oorlog uiteindelijk hebben overleefd. Ook zijn landelijk Joodse bestuurders en vrijwillers ontslagen. Het boek van Mark Deckers, Geruisloos verdwenen uit de bibliotheekgeschiedenis, beschrijft de lotgevallen van al deze elf personen. 

Er zijn geen foto's bewaard gebleven van de bibliotheekschade tijdens het Sinterklaasbombardement.

Oorlogsschade aan de bibliotheek

Tijdens het bombardement op Eindhoven door de Royal Air Force op 6 december 1942, het bekende Sinterklaasbombardement, werd ook de bibliotheek getroffen. De schade was enorm. Het achterste gedeelte van het gebouw, met de mooie lees- en studiezaal, ging volledig verloren. Ook een magazijn in de tuin met ongeveer tweeduizend boeken werd verwoest. Hoe krachtig de inslag was, bleek wel uit het feit dat er van een papiersnijder van zeshonderd tot zevenhonderd kilo geen splinter meer werd teruggevonden. Resten van boeken lagen zelfs in tuinen aan de zuidkant van de Keizersgracht.

Tot schrik van het bestuur en de directie kwam bij de ravage het koperwerk tevoorschijn dat de bestuursleden achter de lambrisering van de bestuurskamer hadden verstopt om het uit handen van de bezetter te houden.

Daarnaast zijn door het bombardement veel uitgeleende boeken verloren gegaan bij de getroffenen.

Geen NSB-partij kranten in de Eindhovense bibliotheek.

Partij-kranten en tijdschriften

Gezien het rooms-katholieke karakter van de bibliotheek is het aannemelijk dat veel verboden boeken, zoals communistische literatuur, nooit onderdeel van de collectie zijn geweest. De principiële houding van het bestuur en de directie bleek vooral uit hoe zij omgingen met de andere kant van de censuur: de verplichting om NSB-tijdschriften ter inzage te leggen en boeken van de NSB te accepteren, werd resoluut geweigerd. Hoewel de Centrale Vereniging een positief advies gaf, behoorde Eindhoven tot de weinige bibliotheken die weigerden deze partijlectuur aan te nemen, zo valt te lezen in Boek op de plank: 75 jaar openbaar bibliotheekwerk in Eindhoven.

De bibliotheek had in 1938 op de hoofdleeszaal 16 kranten, 96 vakbladen en 129 tijdschriften beschikbaar. Dit aantal zal tijdens de bezettingsjaren flink gekrompen zijn, alleen al door verschijningsverboden en papiergebrek.

Na het verschijningsverbod op 31 oktober 1941 voor het Eindhovensch Dagblad stopte ook de Eindhovensche en Meierijsche Courant (EMC) met verschijnen. Op de drukpers van de EMC werd voortaan het gecensureerde Dagblad van het Zuiden gedrukt. In feite waren in Eindhoven vanaf november 1941 alleen nog landelijke, Duitsgezinde kranten beschikbaar, zoals De Telegraaf en het Algemeen Handelsblad. Het plaatselijke nieuws stond in het Dagblad van het Zuiden, dat volledig onder Duitse controle stond.

Hugo Jonkers Boek- en tijdschriftenhandel, Kleine Berg 74.

"Veel leesvoer van niet te hoog peil"

Kort na de oorlog is het bestaan van een gemeenteverordening die toezicht voorschreef op leeszalen en uitleenbibliotheken in de stad. Omdat de R.K. Openbare leeszaal en boekerij St. Catharina ook rijkssubsidie kreeg, viel deze onder rijkstoezicht. Een gemeentelijke 'Commissie van maatschappelijke wederopbouw, sectie onderwijs', waarvan onder andere een politiefunctionaris lid was, was belast met het toezicht op parochie- en winkelbibliotheken. In een overzicht uit 1945 met de namen van alle toen bestaande Eindhovense parochie- en winkelbibliotheken, ingedeeld naar parochie, zijn beknopt de bevindingen van de commissie te lezen. Naast de opmerkingen over de bibliotheken waarover niets bijzonders te melden was — zoals het feit dat ze bijvoorbeeld neutraal waren — komen er achter sommige namen veelzeggende zinnen voor als: "leent ook slechte boeken uit; door paters reeds bezocht, niet te bewegen", "neutraal en erger", "van alles, niet veel goeds van te zeggen; in de gaten houden" en "veel leesvoer van niet te hoog peil". In 1949 werd deze gemeentelijke verordening ingetrokken en werd een nieuwe wet op uitleenbibliotheken van kracht.

Tekening boven: De stijlvolle lees- en studiezaal vóór het
bombardement op 19 september 1944. 
Tekening onder: verwoesting in de Rechtestraat, 19 september 1944.
Trapgevelpand is de ingang naar de bibliotheek die via een gangtje achter de gebouwen ligt.

Wederopbouw van de bibliotheek

De wederopbouw van de bibliotheek na de Tweede Wereldoorlog verliep moeizaam, ondanks de grote inzet en de idealen van het bestuur. De oorlog had geleid tot een flinke achterstand in de aanschaf van boeken. Van alle werken die door de rijksoverheid waren gevorderd, keerden er uiteindelijk slechts negen terug. Daarnaast gingen de boeken die de Eindhovense politie in beslag had genomen en had opgeslagen in het Pannehuis aan de Stratumsedijk, volledig verloren; dit pand brandde af tijdens het bombardement op Eindhoven van 19 september 1944.
De bibliotheek had geen bijzondere schade, wel veel glasschade, vooral de hoofdleeszaal. We mogen van geluk spreken, dat het hierbij bleef, waar in de onmiddellijke omgeving een 18 a 20-tal panden totaal weggebombardeerd zijn op 19 Sept.1944. Zoals gezegd, de glasschade was aanzienlijk. En het heeft heel wat moeite gekost de zaak weer dicht te krijgen, al was het dan niet allemaal glas.

Bij het bombardement op 19 september 1944 hebben de boeken in de hoofdbibliotheek weinig geleden, maar van de uitgeleende boeken was wederom menig exemplaar gesneuveld. Van de boeken van de correspondentschappen hebben we er een paar duizend moeten afschrijven ten gevolge van oorlogshandelingen, zoals in Best, waar zo'n duizend boeken verloren gingen.

Alleen de ondergedoken boeken, waaronder vele Engelse en Amerikaanse werken, zowel oorspronkelijke versies als vertalingen, konden na de bevrijding naar de rekken van de boekerij terugkeren.

Het aanvullen van de collectie was lastig door de hoge prijzen, de papierschaarste en financiële beperkingen, al bood een schenking van Engelse boeken enige hulp. De bibliotheek kreeg namelijk via 'The Help Holland Council' diverse Engelstalige werken geschonken.
"Ze waren goed bedoeld en werden dankbaar aanvaard. Maar meestal weinig waardevol."

In 1945 kon het gebouw nog niet volledig voor de bibliotheek worden gebruikt, omdat een katholieke meisjesschool de lees- en studiezaal tijdelijk benutte voor lessen. Pas in 1947 openden deze zalen weer voor het publiek. In het begin kwamen er nog maar heel weinig bezoekers; mensen moesten de weg naar de bibliotheek blijkbaar weer helemaal opnieuw vinden.

Philips leeszaal en bibliotheek

Philips-leeszaal en bibliotheek in het ontspanningsgebouw

In het tijdschrift In en om de Philipsfabrieken van april 1939 werd een overzicht van nieuwe aanwinsten gepubliceerd. Zelfs in september 1941 werden er nog Duitse, Engelse, Franse en Spaanse romans aangeschaft.

Mejuffrouw H. Roelants was de drijvende kracht achter de Philips-bibliotheek en het maatschappelijk werk en Leidster Unie van vrouwelijke
vrijwilligers (U.V.V.).
Na de oorlog, in 1945, stond haar naam tussen die van allerlei verzetsmensen die een onderhoud met de koningin hadden.

Philips leeszaal en bibliotheek

Philips heeftt ook een bibliotheek met 10.000 banden in het Philips Ontspanningsgebouw, speciaal voor personeelsleden. Deze bevat ook de boeken die de kerkelijke goedkeuring niet kunnen wegdragen en daarom op de Index librorum prohibitorum, de lijst van voor katholieken verboden boeken, zijn geplaatst. De classificatie door katholieke instellingen (geschikt, ongeschikt of op de index) wordt in het boek vermeld. Vraagt een katholieke lezer naar een voor hem ongeschikt boek, dan wordt hij of zij op de officiële opvatting gewezen. De beslissing om het boek al dan niet mee te nemen, wordt aan de volwassene overgelaten. Aan jongeren wordt het boek geweigerd. 

Ook tijdens de bezetting moest de Philips- en NatLab-bibliotheek boeken laten onderduiken. Boeken van Albert Einstein waren in Nazi-Duitsland al verboden, na de Duitse inval ook in Nederland. Einstein was 28 december 1923 in Eindhoven, hij bracht een bezoek aan het Natlab en hield een voordracht voor de wetenschappelijke staf.
 
Feik Fast schrijft op 12 oktober 1944: "Vandaag is de Philips bibliotheek weer open, mét de Engelse boeken en de andere boeken die door de idiote moffen verboden waren. Helaas zijn er wel een aantal geëvacueerde boeken verbrand bij het laatste bombardement."

De aparte kostbare bibliotheek van het NatLab, met veel Engelse boeken die veilig opgeborgen waren in een pand naast een schoolgebouw dat in brand stond, is door bluswerkzaamheden voor de ondergang gespaard. Dit schrijft Piet Bouma in zijn dagboek op 17 september 1944.

Bibliotheek van Philips, gevestigd in het Philips Ontspanningscentrum (POC) aan de Mathildelaan 81.
Hier was sprake van een zogenaamde 'gesloten uitleen': boeken werden aangevraagd, waarna een bibliothecaresse het boek uit de rekken haalde.
Bron tekening: gebaseerd op een foto van het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHC Eindhoven), te vinden via https://www.rhc-eindhoven.nl

Boeken-aanwinstenlijst van februari 1940 van de Philips-bibliotheek

Boeken-aanwinstenlijst van november 1940 en september 1941 van de Philips-bibliotheek

Commerciële leesbibliotheken

Advertenties Dagblad van het Zuiden.
De Tarzanboeken zijn nu nog steeds in trek bij de liefhebbers zie de website: edgarriceburroughs.nl

Leesbibliotheken in Eindhoven

Commerciële leesbibliotheken bestonden al vanaf 1900 in Eindhoven, maar vooral tijdens de crisis- en bezettingsjaren kwamen zij tot grote bloei. Voor een bedrag van 5 tot 25 cent werd men tijdelijk eigenaar van een dubbeltjesroman. Het aanbod bestond meestal uit populaire liefdes-, cowboy-, detective- en avonturenromans. Er waren ook knipkaarten te koop: 24 boeken voor 1,50 gulden of 12 boeken voor 0,90 gulden (prijsniveau 1933).

De Tarzan-boeken waren volgens de katholieke index alleen bestemd voor volwassenen. De index beschreef ze als volgt: "Voor volwassenen die een sterk hoofd hebben, kan geen van deze verhalen kwaad. Maar het is vrijwel onzin." Deze beoordeling was vooral gebaseerd op de inhoud van de verhalen: "Dan is er ook te veel naaktloperij in vele zijner boeken, en een overvloed van wezens die geen apen en geen menschen zijn, maar de missing links suggereeren tusschen beiden. We willen er vooral den nadruk op leggen dat het geen jongensboeken zijn; daarvoor komt er ook te veel strijd om het wijfje in voor."

Leesbibliotheek Hansen, een boek- en leeswinkel aan de Hoogstraat 65, adverteerde tijdens de bezettingsjaren bijna iedere week in de krant.

De leeshandel in 'afleiding' was tijdens de oorlog blijkbaar zeer lucratief; dit blijkt wel uit het feit dat er in oktober 1943 een leesbibliotheek te koop stond voor 10.000 gulden, waarbij de inkomsten naar schatting 100 gulden per week bedroegen. Bedenk dat in 1943 het gemiddelde netto weekloon van een Nederlandse nijverheidsarbeider rond de 20 tot 25 gulden lag.

Ook de Eindhovense boekhandel M.F. van Piere kreeg te maken met censuur.
Dit monumentale pand is op 19 september '44 verwoest door een Duits bombardement.

Verbod op verkoop en verhuur boeken

Kort na de Duitse inval in mei 1940 kreeg de Nederlandse boekensector te maken met strikte censuurmaatregelen. Na inspecties in Haagse boekhandels door de Duitse autoriteiten werd een omvangrijk verbod op specifieke literatuur uitgevaardigd. Boekhandelaren, uitgevers en (lees)bibliotheekhouders werden verplicht om alle 'Duitsvijandige' werken direct uit hun schappen, kasten en etalages te verwijderen. Deze boeken mochten niet worden vernietigd, maar moesten in verzegelde pakketten of dichtgespijkerde kisten worden bewaard voor de bezetter.
Het verbod trof een brede selectie aan publicaties. Naast alle politieke en literaire werken met een anti-Duitse strekking, werd de verkoop van Franse en Engelse kranten en tijdschriften volledig stopgezet, ook al hebben deze totaal geen politieke strekking.
Ook het werk van specifieke auteurs zoals Heinrich Heine en Martin Niemöller werd verboden, evenals alle emigrantenliteratuur, waaronder de uitgaven van Querido Verlag en de Forum-serie.
Voor zogeheten twijfelgevallen en grensgevallen — waaronder actuele politieke boeken over Azië of de Russische geschiedenis — gold dat zij direct uit het zicht moesten worden gehaald totdat een Duitse deskundige hier uitsluitsel over zou geven. Omdat de regels zowel voor de verkoop als voor de verhuur golden, moesten ook leesbibliotheken hun collecties en leesmappen kritisch opschonen om aan de eisen van de bezetter te voldoen.

Extra en bronnen

Het merendeel van de informatie uit dit korte verslag over de toestand van september 1944 tot juni 1945 is verwerkt in de bovenstaande teksten. Met dank aan Mark Deckers voor het toezenden van dit verslag. Bron is nationaal archief.

Voorpagina nieuws Eindhovensch dagblad 25 juni 1957
Bron Delpher.nl 

Oud-wethouder Piet van der Putt plotseling overleden


Grote verdiensten op het gebied van onderwijs en cultuur

In de nacht van zondag op maandag, vijf dagen voor zijn tweeënzeventigste verjaardag, is plotseling de heer P.P.J.A. van der Putt overleden. Hij was oud-wethouder van Onderwijs, voorzitter van Ons Middelbaar Onderwijs in Noord-Brabant, voorzitter van de R.K. Leeszaal en Boekerij St. Catharina en kerkmeester van de parochie St. Antonius Villapark.

De heer Van der Putt was bijna veertig jaar lid van de gemeenteraad. Een periode van twintig jaar — van 1927 tot 1947, onderbroken tijdens de bezettingsjaren — was hij wethouder van Onderwijs. In deze jaren heeft hij veel bijgedragen aan de groei van het onderwijs in Eindhoven. Zijn inzet voor het middelbaar onderwijs was minstens zo groot. Vanaf 1917 was hij voorzitter van het plaatselijk bestuur van de vereniging Ons Middelbaar Onderwijs in Noord-Brabant, en later werd hij algemeen voorzitter. De plechtige uitvaartdienst vindt plaats op donderdag 27 juni om 11.00 uur in de parochiekerk van de H. Antonius, Villapark. Daarna wordt hij begraven op het parochiekerkhof.

De heer P.P.J.A. van der Putt werd op 29 juni 1885 geboren in de voormalige gemeente Stratum. Zijn vader was de bekende fabrikant Johan W.C. van der Putt, die jarenlang voorzitter was van de Kamer van Koophandel en Fabrieken in Eindhoven. Piet van der Putt rondde zijn opleiding af aan de Handelsschool van de Jezuïeten in Katwijk en ging daarna het bedrijfsleven in. Al snel trok het sociale en politieke leven zijn aandacht. De schoolstrijd aan het einde van het eerste decennium van de twintigste eeuw was voor hem de aanleiding om als katholiek de politiek in te gaan, vooral om de belangen van het onderwijs te verdedigen.

In 1911 was hij al kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen. Hij werd gekozen tot raadslid en bleef dat 37 jaar onafgebroken. In die tijd was hij twintig jaar wethouder van Onderwijs en Culturele Zaken, waarbij hij ook de portefeuilles Volkshuisvesting, Geneeskundige en Gezondheidsdienst en het Grondbedrijf beheerde. Vooral cultuur had zijn grote belangstelling. Zo was hij in 1909 medeoprichter van de Katholieke Kring en voorzitter van de R.K. Openbare Leeszaal en Boekerij, die uit een initiatief van deze kring was ontstaan. Ook was hij algemeen voorzitter van de bond van R.K. Openbare Leeszalen en Boekerijen, waarvan hij de laatste jaren erevoorzitter was.

Op het gebied van onderwijs heeft de heer Van der Putt zich bijzonder verdienstelijk gemaakt. In 1912 werd de vereniging Ons Handelsonderwijs in Noord-Brabant opgericht, die in 1918 werd omgedoopt tot de vereniging Ons Middelbaar Onderwijs (O.M.O.) in Noord-Brabant. Vooral de Katholieke Middenstandsbond, waar de heer P. van der Putt secretaris van was, en de R.K. Bond van Handels- en Kantoorbedienden zetten zich in die tijd in voor een R.K. Handelsavondschool. Dit leidde tot de oprichting van een middelbare handelsschool, die later uitgroeide tot het Sint-Joriscollege en het Sint-Catharinalyceum. Vanaf 1917 was Van der Putt voorzitter van het plaatselijke schoolbestuur, en later voorzitter van het O.M.O.-bestuur in Noord-Brabant.

Hij zette zich ook enorm in voor de definitieve huisvesting van deze Eindhovense scholen. Ze begonnen in het Sint-Vincentiusgebouw en kregen daarna tijdelijk onderdak in de Sint-Catharinastraat, tot ze uiteindelijk hun definitieve en prachtige gebouw in De Elzent betrokken. De bouw van het mooie, nieuwe Sint-Catharinalyceum en van de H.B.S. in Valkenswaard — beide O.M.O.-scholen waarbij Van der Putt nauw betrokken was — ligt bij velen nog vers in het geheugen.

Al in 1921, bij het eerste lustrum van de Leeszaal, werd hij vanwege zijn bijzondere verdiensten op katholiek en sociaal terrein benoemd in de Orde van Sint-Gregorius de Grote. Daarnaast was hij jarenlang lid van het algemeen Armbestuur van Eindhoven. Als voorzitter van de R.K. Leeszaal was hij medeoprichter van het museum Kempenland. Ook nam hij het initiatief voor de oprichting en de bouw van het Sportfondsenbad. In 1935 werd hij voorzitter van deze nv en hij bleef tot zijn dood voorzitter van het curatorium.

Met de dood van de heer Van der Putt verliest de parochie in het bijzonder, en Eindhoven in het algemeen, een markante persoonlijkheid. Hij heeft zich in de allereerste plaats voor het onderwijs, maar daarnaast ook voor de cultuur in de breedste zin van het woord, enorm verdienstelijk gemaakt. Moge hij rusten in vrede.

Bronnen:

Boek op de plank : 75 jaar Openbare Bibliotheek in Eindhoven
auteurs: Hans de Louw en Maria van de Ven
Uitgave: Gemeenschappelijke Openbare Bibliotheek Eindhoven : Eindhoven, 1992
Pagina's 52. Uitg. t.g.v. de afsluiting van de festiviteiten rond het 75-jarig bestaan van de Gemeenschappelijke Openbare Bibliotheek Eindhoven op 10 januari 1992

Lezen voor iedereen : geschiedenis van de openbare bibliotheek in Nederland / Paul Schneiders
Organisatie: Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum
Uitgave: 1990, 248 pagina's, ISBN: 90-6252-122-3 
Beschrijving van de voorgeschiedenis en het ontstaan van de 'leeszaal-beweging', de groei van zes eenvoudige boekerijen aan het begin van de 20e eeuw via een verzuild leeszaalwezen naar de ruim duizend moderne openbare bibliotheken van nu. De jaren 1940-1945, toen op last van de bezetter de joden de toegang ontzegd werd en duizenden boeken verboden werden, krijgen bijzondere aandacht. De geschiedenis van de openbare bibliotheken, inclusief de volks- en winkelbibliotheken, wordt in een cultuurhistorisch kader geplaatst.

Bronnen uit Delpher.nl

Krantenverslag van de jaarvergadering juli 1930
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMRHCE01:000058150:mpeg21:p002

Krantenverslag van de jaarvergadering juni 1938
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMRHCE01:000059430:mpeg21:p002

De vereniging R.K. Openbare Leeszaal en Boekerij St. Catharina te Eindhoven viert haar veertigjarig bestaan.(1956) 
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMRHCE02:163622051:mpeg21:p00002

Het koperen feest van de Openbare Leeszaal. 1916 - 1928
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMRHCE01:000058669:mpeg21:p029

Overlijden Piet van der Putt Eindhovensch dagblad 25 juni 1957
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMRHCE02:163624071:mpeg21:p00001

Het overlijden van bestuurslid LUC B. M. VAN AGT, Eindhovensch dagblad 26-02-1959
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMRHCE02:163631048:mpeg21:p00002

Extra artikelen en boeken over bibliotheken tijdens de bezettingsjaren door Mark Deckers
Geruisloos uit de bibliotheekgeschiedenis : het lot van de Joodse bibliotheekmedewerkers
https://www.markdeckers.net/2021/10/geruisloos-uit-de-bibliotheekgeschieden.html
De week van Elsa en de lessen die ik leerde van bibliotheekmensen in de oorlog
https://www.markdeckers.net/2026/04/de-week-van-elsa-en-de-lessen-die-ik.html
https://www.walburgpers.nl/nl/author/626547/m-h-j-deckers


Tijdschrift:
Bibliotheekleven: Orgaan der Centrale Vereeniging voor Openbare Leeszalen en Bibliotheken en van de Nederlandsche Vereeniging van Bibliothecarissen en Bibliotheekambtenaren.
https://www.delpher.nl/nl/tijdschriften/results?facets%5BalternativeFacet%5D%5B%5D=Bibliotheekleven&query=&coll=dts&sortfield=date

De bibliotheekhouder; officieel veertiendaagsch orgaan van den Alg. Nederl. Bond v. Leesbibliotheekhouders
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMUBA17:248141021:00003

Henri Ekhard Greve
https://resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/lemmata/bwn1/greve
https://nl.wikipedia.org/wiki/Henri_Ekhard_Greve
https://oorlogvoorderechter.nl/naam/?id=116167

Wilhelmus Antonius van Grootel is onderzocht.
De zaak is behandeld door een speciale openbaar aanklager en in de rechtbank.
https://oorlogvoorderechter.nl/naam/?id=112449


Verboden boek: De zoon van Dik Trom

De zoon van Dik Trom, voor het eerst verschenen in 1907, is het tweede boek uit de Dik Trom-serie van de schrijver Cornelis Johannes Kieviet.
In oktober 1941 kwam het boek op de lijst van verboden publicaties terecht. De reden was een passage (in hoofdstuk 11) waarin kinderen soldaatje spelen tussen de Nederlanders en Duitsers, geschreven in 1907 ruim voor de Eerste Wereldoorlog 28 juli 1914 en tot 11 november 1918.


De zoon van Dik Trom

De zoon van Dik Trom,

Passage uit De Zoon van Dik Trom

‘Hallo! Hei daar!’ ‘Werda!’ antwoordde Jan Trom, wiens bovenlijf boven den gekanteelden muur verscheen. ‘Wat is er van uw begeeren.’ ‘In naam van mijn meester, den Keizer van Duitschland, eisch ik dit kasteel op,’ was het antwoord van Karel. ‘Mijn soldaten omringen het aan alle kanten, geef u dus goedschiks over, dan beloof ik vrijen uittocht aan de manschappen. Zoo niet, wacht u dan voor de gevolgen.’ ‘Die komen voor mijne verantwoording. Dit slot behoort aan Koningin Wilhelmina der Nederlanden, en zoolang ik leef, zal geen Duitscher het binnenkomen. Dit is mijn antwoord. Leve de Koningin!’ ‘Leve de Koningin!’ juichten Jan's volgelingen. ‘Leve de Keizer!’ riep Karel van Dril, en zijn krijgers herhaalden: ‘Leve de Keizer!’ ‘Dan is het oorlog!’ riep Karel zijn vriend Jan nog toe, terwijl hij zich met zijn vaandrig verwijderde. ‘Oorlog op leven of dood!’ schreeuwde Jan. Weldra vloog de eerste sneeuwbal over de muren van het kasteel, en de belegerden keken hem lachend na. ‘Je moet beter mikken, mannetje!’ riep Willem Kroeze, de zoon van den slager. ‘Op deze manier!’ En hij wierp den Duitschen bevelhebber heel netjes zijne pet van het hoofd, tot groot vermaak van de andere Hollanders. Maar toen kwam er een regen van kogels op het kasteel af. De Hollanders moesten zich zelfs achter de kanteelen verbergen, want de Duitschers ontzagen hen niet. Zij wierpen uit alle macht, en de ballen kwamen hard aan, als zij raakten. ‘Hoera, zij worden bang!’ riep Karel zijne mannen toe. ‘Allo, allo, beklimt de muren, en werpt den vijand naar beneden.’ 't Werd een geweldige bestorming. Van alle kanten schoten de vijanden toe, en behendig klauterden zij tegen de hoogten op. Maar Jan zag het gevaar. ‘Zij wagen eene bestorming, jongens! Geeft ze de volle laag!’ riep hij. Zijn bevel werd uitgevoerd, en de Duitschers werden haast onder de sneeuw bedolven. Sommigen kregen hun oogen, mond en neus vol, zoodat zij hoestend en proestend het hazenpad moesten kiezen, en anderen kregen een flinken voorraad tusschen den kraag van hun jas, zoodat het water hun over den rug liep. Weldra was de storm met glans afgeslagen. De Duitschers trokken zich terug. De vaandrig liep zelfs wel wat erg hard voor 't mooi. Hij viel met vaandel en al voorover in eene greppel, tot groot vermaak van de Hollanders.