Jan Hezemans tocht naar de Britse troepen

Een van de vele schakels in het verzet

C. Los

Ir Cornelis Bastiaan Los 

Bevrijding van Aalst-Waalre 

De bevrijding van Aalst-Waalre vond plaats op 17 september 1944 De geallieerden hadden eerst Valkenswaard veroverd en wilden nu oprukken via de Eindhovenseweg naar Eindhoven. Twee verzetsmensen hebben de geallieerden hierbij van belangrijke informatie voorzien, waardoor de bevrijding bespoedigd is. De een was ir. C. Los uit Aalst die een gewaagde tocht had ondernomen door het bos naar Valkenswaard om door te geven hoe de situatie in Aalst op dat moment was.

Ir Cornelis Bastiaan Los werkte op het Octrooibureau van Philips. Was al vroeg actief in het verzet, echter verraden door Anton van de Waals voorjaar 1942.
Opgesloten gezeten in de SD-gevangenis te Haaren, 29 augustus 1942 - tot ? 

Verhaal is gebaseerd op het boek "Ooggetuigen van de bevrijding. De laatste oorlogsweken in de Kempen". Auteur: Ad van Gool.
Afbeeldingen zijn omgezet naar een tekening met behulp van Google Gemini.

Jan Hezemans

Jan Hezemans foto circa 1980 /1990

Jan Hezemans

Jan Hezemans was op zijn beurt uit Eindhoven gekomen om aan de Britten te vertellen dat de Amerikanen inmiddels de stad vanuit het noorden waren binnengetrokken.
Jan Hezemans (1912), destijds woonachtig aan de Eindhovenseweg in Aalst, had vanaf 1938 een woningbureau annex assurantiekantoor op de Wal 1 in Eindhoven, een kantoor dat gedurende de oorlog nog een bijzondere functie kreeg: het werd een van de hoofdkwartieren (W1) van de landelijke onderduikersorganisatie (L.O.) en september'44 van de P.A.N., de Partizanen Actie Nederland.
De P.A.N. was een verzameling van verzetsgroepen die bij de naderende bevrijding door middel van sabotagedaden de bevrijders moest helpen. Voor zijn werk voor deze verzetsbeweging werd Hezemans in 1983 door prins Bernhard onderscheiden met het verzetskruis.

Wal Eindhoven 1944


Tekening van foto van de Wal Eindhoven met de situatie waar een paard en een koe een kar trekken tijdens de terugtrekkende Duitse troepen, begin september 1944


Geruchten

"De laatste dagen voor de bevrijding kwamen er steeds meer gunstige oorlogsberichten. Dat ging gepaard met het terugtrekken van heel veel Duits materieel. Dat was meestal in slechte staat. Zo kwamen er zelfs wagens voorbij met wielen waarop geen band meer lag. Wij stonden dat langs de Wal glimlachend te bekijken, met in het achterhoofd het idee dat het allemaal wel spoedig voorbij zou zijn. Bij een aanrijding die hier voor het huis plaatsvond, bleek dat er in één wagen een paard en een koe stonden. Die moesten blijkbaar ook nog mee.

Uit de P.A.N. verslagen van zondag 3 september P.A.N.

Plastiek (kneedbommen) leren maken.

Tegen half tien stopt er een auto bij Hezemans op Wal 1 (W.1). Daar er geen andere wagens mochten rijden op zondag dan van mof en S.D. en aanverwanten, was onze Districtcommandant (D.C.) in de naam van Ad Hoynck van Papendrecht (schuilnaam Frits) oprecht verwonderd. Deze verwondering veranderde spoedig in enthousiasme toen bleek wat er gebeuren moest. Frank ( J.A. van Bijnen ) kwam met een auto van de N.S. een honderdtal kg. plastiek brengen alsmede een vakkundig instructeur. Onze D.C. tevens KP-leider moest onverwijld alle rayons op de hoogte brengen en zorgen dat onmiddellijk minstens acht ploegen naar W.1 gingen om instructies en plastiek in ontvangst te nemen. Dit bleek nog noodzakelijker, toen de contacten van Frank in Breda, Tilburg en Den Bosch niet te bereiken waren en dus het gehele werk neerkwam op de beide KP's (die van Frits en van Theo Dirks) aangevuld met enkele groepen van de P.A.N.

In Eindhoven zelf was het een wisselende drukte van Duitse vrachtauto's, hand- en boerenkarren, motoren en ex-Nederlandse fietsen. Tank en P.A.K. (PantserAfweerKanon / Panzerabwehrkanone) reden af en aan, in diverse, haast alle richtingen. Op de Wal, een vrij brede straat in het centrum van Eindhoven, waar het meeste verkeer moest passeren, hadden de moffen een pleisterplaats gemaakt. Alle mogelijk voertuigen, reeds meer of minder zonder verband hielden er even een rustpauze, na hun vermoeiende planmatige terugtocht uit Noord Frankrijk en België.

Ook Ben Postema beschrijft die 3 september 1944: De hele dag terugtrekkende Duitsers, al of niet vergezeld van Franse meiden. Ook veel particuliere wagens met Franse en Belse burgers ("kameraden"). Vreugdevolle stemming bij de Nederlanders. De terugtocht is begonnen! Een paar uur op de Wal, Keizersgracht en omgeving vertoefd om alles te bekijken. Alles trekt in de richtingen Geldrop, Nuenen en Son.

Tegen half elf hadden de diverse berichten alle rayoncommandanten bereikt. Dat er werk aan de winkel was en ze onverwijld naar W.1. moesten komen. Bij druk burgerverkeer, kwamen ze met onregelmatige tussenpozen binnen, sommigen alleen, anderen met tweeën of drieën. Voor de deur van Wal, no. 1, slenterden chagrijnige moffen en verderop stond zelfs een overvalwagen van de Grüne. En op Wal 1 werd theorie gegeven, over de juiste plaats waar en de juiste wijze waarop plastiek kon worden aangewend. Struikelend over plastiek en slagkoord in het nauwe keukentje waar de lessen gegeven werden, ging er een die zich zo in het hartje van de stad niet erg prettig voelde in verband met een zeer recente kennismaking van de plaatselijke S.D. chef, even polshoogte nemen of er soms een achteruitgang was. Deze was maar niet aanwezig, om de affaire echter te maken. Aan de straatzijde waren een drietal jongelieden opgesteld, een pistool, het roemruchte handkanon zoals dit in de wandeling genoemd werd, gereed, om indien nodig hun huid zo duur mogelijk te verkopen. Een van de aanwezigen die er van Speijk-allures op na hield, opperde het plan dat ze in het uiterste geval die 100 kg. plastiek nog konden opblazen. Deze uitlating bezorgde hem een lang niet malse terechtwijzing, daar men ook te denken had aan de omwonenden burgers die hier het leven zouden verliezen. Maar de moffen namen geen notitie van het onooglijke kantoortje met zijn spiegelruit achter gordijntjes, al stond er in het vertrek dat vroeger waarschijnlijk winkel geweest was ook een zeer groot aantal fietsen, die, wanneer de deur openging, voor de fietsenorganiseerders zichtbaar waren. Misschien hadden zij onderling wel de nodige aanmerkingen op die "Dumme Holländer" die in zo'n tijd, terwijl zij vochten voor de vrijheid !! van Europe !!, nog naar een makelaarskantoor gingen. Van achter de ruiten werden de passerende moffen door ons drietal scherp, doch grinnikend gadegeslagen. Moppen werden op hen en hun Führer getapt en in het keukentje ging de theorie snel doch rustig verder te midden van plastiek, slagkoord, fog pencils (tijdontstekers voor explosieven) en KP-ers in hun element.
Bron https://eindhoven4044.nl/4/Gedenkboek_PAN_pdf_Origineel.pdf zie pagina 241 en 242.

Wal 1 Eindhoven

Wal 1 is het kleine pandje in de tekening, met extra uitsnede van de rechterkant van het pand. 

Dynamiet "Dan maar liever samen de lucht in…"

Op 11 september, het was al vele dagen door al die geruchten heel spannend, mocht plotseling niemand meer over de Aalsterweg. Iedereen verwachtte dat er iets bijzonders zou gebeuren, maar wat wist niemand.

’s Nachts sliep ik al een tijdje niet meer thuis. Samen met mijn vrouw had ik een goed heenkomen gezocht in Eindhoven. Er waren al verschillende keren Duitsers aan de deur geweest en daarom was het beter om niet in Aalst te blijven."

Overdag was ik meestal op mijn kantoor te vinden. Daar was ook de P.A.N. ondergebracht, op W1 (zijn pand aan de Wal nummer 1, dat door de P.A.N.-staf werd gebruikt). Het was een samengestelde verzetsgroep die van hieruit allerlei operaties plande. Zij zaten er al veel langer; dat kwam doordat ze op een gegeven moment een onderkomen zochten voor enkele verzetsmensen. Als woningbureau klopten ze toen bij mij aan om te horen of ik ergens een woning achteraf te verhuren had. Ik zei hun toen dat ze beter in de anonimiteit van de stad konden gaan zitten en bood mijn kantoor daarvoor aan. Het kantoorpand was immers groot genoeg en ’s avonds en ’s nachts had men vrij spel, omdat ik dan zelf in Aalst of elders was.

In de loop der jaren is er in mijn kantoor heel wat springstof binnengebracht. Zo werden er veelvuldig staven dynamiet aangevoerd, vermomd als worstenbroodjes. Zelf was ik niet echt actief in het verzet; ik verleende enkel wat hand- en spandiensten. Ik weet nog dat er op een gegeven moment een tas met handgranaten naar W26 (Willemstraat 26) gebracht moest worden. De Duitsers waren op dat moment nogal lastig en er werd regelmatig gecontroleerd. Uiteindelijk bood ik aan de tas weg te brengen. Voor het geval ik aangehouden zou worden, had ik één handgranaat met een losse vleugelmoer in mijn jaszak zitten: "Dan eventueel maar liever samen de lucht in!"

De laatste weken voor de bevrijding was W1 te klein geworden en zijn we verhuisd naar W26 (een pand in de Willemstraat), waar gelukkig nog een telefoon was die werkte. Ook had W1 geen achteruitgang, wat levensgevaarlijk was. "W1 bleven we gebruiken, maar alleen voor speciale zaken", vertelde Greet Kelder later.

Paniek

Op zondag 17 september vertrok Hezemans met de fiets vanaf zijn onderduikadres aan de Aalsterweg naar Aalst. Zoals altijd wilde hij naar de laatste H. Mis, waarin hij collectant was.
"Het was die zondagmorgen niet druk in de kerk. Tijdens de collecte hoorden we dat er gebombardeerd werd. Dat werd allengs heviger, en op het moment dat ik achter in de kerk was, begon alles te schudden en te trillen. Er ontstond lichte paniek en iedereen wilde naar buiten om te zien wat er aan de hand was. De geallieerde vliegtuigen zag je in groepen van zes overkomen en in de verte hoorde je het geroffel van ontploffende bommen. De angst vierde hoogtij. Terwijl een aantal mensen weer naar de banken terugkeerde, bleek de kapelaan gewoon met de mis verder te zijn gegaan. Ook na de H. Mis bleven de vliegtuigen overkomen. De schatting was dat de vrachten bedoeld waren voor Best en Son en die kanten.

Toen ik ’s middags op mijn fiets met houten banden terughobbelde naar Eindhoven, gierden de "Spitfires" en "Lightnings" over me heen. Ook in Eindhoven was iedereen vol van de luchtacties. Toen dan het bericht kwam dat tussen Son en Best geallieerde parachutisten geland waren, ontstond er een geweldige hoera-stemming.

’s Avonds om een uur of elf gingen we naar bed. ’s Nachts werden we echter wakker van harde stemmen. Het waren Duitsers, die met tanks en vrachtauto’s langs het huis kwamen. Ook stond er tegenover ons onderduikadres Duits geschut opgesteld, waardoor het daar een hele drukte was. Het werd een onrustige nacht, waarin je nauwelijks een oog dichtdeed. Vanwege alle geweld en commotie stonden we om drie uur op en gingen gepakt en gezakt in de keuken zitten. Mocht het nodig zijn, dan konden we zo weg."

 Duits geschut op Aalsterweg  Fotocollectie Van de Poll

Beschoten

De volgende morgen, 18 september, was de rust enigszins weergekeerd. Ik besloot even naar kantoor te gaan. Daar kwam op een gegeven moment Ad Stork binnen, alias Ad Hoynck van Papendrecht. Hij had armbanden van de P.A.N. bij zich. We waren deze aan het voorzien van een gemeentestempel, toen rond 12 uur een politieman kwam vertellen dat de Amerikanen in het noorden Eindhoven hadden bereikt. Ad Hoynck van Papendrecht vond het dringend gewenst dat er contact werd gelegd met het uit het zuiden oprukkende geallieerde leger. Hij vroeg mij daarvoor zorg te dragen en ik ben toen meteen op pad gegaan. Het voordeel was dat Jan Hezemans officieel in Aalst woonde en volgens de telefoongids uit 1941 op de Valkenswaardseweg 46. Hij kon altijd verklaren dat hij onderweg was naar zijn woning. Achteraf was dit redelijk naïef, gezien het feit dat er onderweg op hem werd geschoten.
Ik pakte de fiets en vertrok. Onderweg zag ik een verheugend tafereeltje: een politieman en een marechaussee liepen met een man tussen hen in, lijkwit en met de handen omhoog. De eerste NSB'er die werd opgebracht.

Hoe verder ik kwam, hoe stiller het werd. Toen ik voorbij het St. Jozefziekenhuis was, was ik nagenoeg de enige op de weg. Je hoorde in de verte overal geschuts- en mitrailleurvuur. Ik vertrouwde de stilte op de weg niet helemaal en stapte even af. Toch wilde ik verder; ik besloot door te gaan. Maar wat verder hoorde ik ineens een fluitend geluid om me heen. Toen ik voor en naast me wat zand zag opspatten, begreep ik dat er geschoten werd. Ik liet mijn fiets vallen en sprong in een droge sloot langs de weg. Toen het weer rustig was, maakte ik rechtsomkeer en ging het ziekenhuis binnen. Daar kwam ook Jac van der Lubbe, die me zei dat je gerust naar Aalst kon. Hij was tot bij de Aalsterbrug geweest en nu teruggekomen om hulp te halen voor een zwaargewonde Duitser die daar zou liggen."

Situatie Duitse stellingen op 13-9-1944 rondom Aalsterweg Eindhoven 0 = mitrailleur [___] = ingegraven stelling

"Tot mijn grote verbazing zag ik op het dashboard van de auto een situatieschets liggen van het opgestelde Duitse geschut in en langs de Aalsterweg. Dat had ik nota bene een paar weken geleden zelf getekend voor de verzetsmensen op mijn kantoor! "

Engelsen

"Na een tijdje hielden de beschietingen op en besloot ik het opnieuw te wagen. Ik ging op pad. Ter hoogte van de dreef naar de zwarte brug onder Aalst zag ik vernielde stukken Duits geschut. Er lag een Duitser met een ernstige hoofdwond. Hij leefde nog en vroeg, nauwelijks verstaanbaar, hoe laat het was. Op dat moment werd er opnieuw geschoten en vluchtte ik de sloot langs de weg in. Plotseling zag ik in de verte over de brug een auto komen met voorop twee zware mitrailleurs. De soldaten hadden platte helmen! Het konden dus geen Duitsers zijn. Ik besloot om de weg op te gaan. Voor alle voorzichtigheid hield ik de handen omhoog. Toen ik dichterbij kwam, was het gevaar geweken. Het bleken Engelsen te zijn!
Dat gaf me een geweldig blij gevoel! We gaven elkaar een hand. Met mijn beste Engels vertelde ik hun dat de weg naar Eindhoven vrij was. "Er wordt alleen soms nog vanaf de linkerkant gevuurd", voegde ik eraan toe. "O, dat zijn onze mensen", antwoordde de soldaat laconiek. Tot mijn grote verbazing zag ik op het dashboard van de auto een situatieschets liggen van het opgestelde Duitse geschut in en langs de Aalsterweg. Dat had ik nota bene een paar weken geleden zelf getekend voor de verzetsmensen op mijn kantoor! Even later kwam er een zelfde soort wagen achter de eerste aan. Hoe durven ze, dacht ik, zo lichtgewapend de vijand tegemoet!"

Reusachtige tanks rukken op van Aalst op naar Eindhoven
Klik op afbeelding voor foto. Bron Fotocollectie Van de Poll 

Bedenkelijk

"Maar bij het passeren van de brug bleek dat ze allesbehalve alleen waren. Drie aan drie stonden de reusachtige tanks opgesteld.
Verder Aalst in rijdend kwam de stoet weer in beweging en het gaf een oorverdovend lawaai. Het was een ononderbroken rij die ’s avonds laat nog altijd voortging, steeds gehuld in door rupsbanden veroorzaakte stofwolken. De vlaggen hingen overal uit en de mensen wensten elkaar proficiat. Het was langs de weg nauwelijks mogelijk zich verstaanbaar te maken. De Engelsen in hun tanks zwaaiden terug, steeds het V-teken makend. Toen ik in de buurt van mijn huis kwam, Valkenswaardseweg 46, zag ik dat de woning van mijn buurman, Jacob Jansen, flink beschadigd was. Ook die van Schoenmakers, twee deuren verder, had het nodige te verduren gehad. Bij mij waren enkel een paar ruitjes stuk en was er wat stof binnengedrongen. In de garage van Jos Kuijken, was net als bij mij een kantoor van de P.A.N. gevestigd. Daar hadden ze een zware Harley-Davidson, die Henk van der Werff in zijn werkplaats verstopt had weten te houden, tevoorschijn gehaald. Daarop toerde ik naar Eindhoven om verslag te doen van mijn onvergetelijke ontmoeting. Mijn vrouw is daarna met de fiets naar huis vertrokken.
De volgende dag bleven de geallieerden voorbij komen. In Eindhoven was men al overgegaan tot het vieren van de bevrijding."

In de garage van Jos Kuijken, Valkenswaardseweg 38 was net als bij mij een kantoor van de P.A.N. gevestigd.

Markt Eindhoven 18 september 1944

’s Avonds - ik zat met wat vertraging aan de soep - kwam er echter iemand bij ons binnen, die zei snel de vlag binnen te halen. Er zouden Duitse vliegtuigen in de lucht zijn. De trek van militairen stopte. We besloten naar de provisorische schuilkelder te gaan, niet wetend wat er boven ons hoofd hing. Toen de bominslagen na verloop van tijd ophielden, gingen we naar buiten en zagen wat er aan de hand was. Eindhoven in een zee van vuur. Je begrijpt dat de stemming meteen omsloeg, zeker omdat er geruchten waren dat de Duitsers aan het oprukken waren. Gelukkig bleek dit allemaal niet waar en was voor ons de definitieve bevrijding een feit en was de oorlog voorbij.
Ik heb me daarna niet meer bezig gehouden met de P.A.N.
De oorlog had me genoeg angst en energie gekost. Er moest weer verdiend worden. En ik wilde me absoluut niet bezighouden met het ophalen van een aantal zogenaamd met de Duitsers sympathiserende mensen. Dat waren bijvoorbeeld arbeiders die op het vliegveld gewerkt hadden. Om dat te kunnen moest je in naam lid zijn van de N.S.B. Maar als werkloze vader van een groot gezin had je daarin weinig keuze!
"De arrestatie van dergelijke onschuldigen vond ik maar een bedenkelijke vertoning."

Uit het boek "Ooggetuigen van de bevrijding. De laatste oorlogsweken in de Kempen".
Ad van Gool, ISBN 90 74271 68 5 / 9074271685
Verschenen 1995
103 pagina's
Uitverkocht
Website: https://advangool.nl/mijn-boeken/

De laatste oorlogsweken in de Kempen. Er is op het eind van de oorlog heel wat afgevochten in de Brabantse Kempen. In veel harten en hoofden van mensen blijkt, ruim vijftig jaar later, de toen doorstane oorlogsellende dan ook nog zeer intens aanwezig. Verslaggever Ad van Gool (1948) heeft een jaar lang gesproken met de ooggetuigen van toen. Het resultaat zijn aangrijpende verhalen die gaan over angst, terreur, verwoesting, armoede, verzet, pijn en vaak onvergetelijk leed; verhalen die leren dat de burgerbevolking in oorlogstijd altijd het kind van de rekening is.

Bronnen:

Website Ad van Gool https://advangool.nl
Bevrijding en P.A.N. in Aalst, Waalre, Valkenswaard: https://eindhoven4044.nl/4/PAN4.html
Auto van Jan Hezemans en Harley-Davidson https://deautovanmnopa.nl/help-ons/harley-davidson-bevrijd



Flaptekst boek:

Er is op het eind van de oorlog heel wat afgevochten in de Brabantse Kempen. In veel harten en hoofden van mensen blijkt, ruim vijftig jaar later, de toen doorstane oorlogsellende dan ook nog zeer intens aanwezig. Verslaggever Ad van Gool (1948) heeft een jaar lang gesproken met de ooggetuigen van doen. Het resultaat zijn aangrijpende verhalen die gaan over angst, terreur, verwoesting, armoede, verzet, pijn en vaak onver-getelijk leed; verhalen die leren dat de burgerbevolking in oorlogstijd altijd het kind van de rekening is.

Achttien van deze verhalen uit evenzovele Kempische gemeenten, die eer-der verschenen in het weekblad Kempenland Info, zijn in dit boek gebundeld. In een uitgebreide inleiding wordt daarbij tevens in kort bestek de bevrijdingsgeschiedenis van de betrokken plaats beschreven. Zodoende geeft de complete reeks een goede indruk van het verloop van de bevrijding van de Kempen.

Wie geïnteresseerd is in een stukje bevrijdingsgeschiedenis van de Kempen, of wie woont in de gemeenten Bergeyk, Best, Bladel, Diessen, Eersel, Hilvarenbeek, Hooge en Lage Mierde, Leende, Moergestel, Luyksgestel, Oirschot, Oost-, West- en Middelbeers, Reusel, Valkenswaard, Veldhoven, Vessem of Waalre, zal door het lezen van dit boek onder de indruk komen van wat zich in september en oktober 1944 in de Kempen heeft afgespeeld!