Postduiven duiken onder in Eindhoven 

De postduif tijdens en na de oorlog 

Eindhoven had voor 1940 een aantal bloeiende duivenverenigingen. In de periode 1934-1938 waren er zo'n twintig verenigingen met voor de hand liggende namen, zoals de Reisduif, Vredesduif, Luchtpost, Luchtbode en zelfs een vereniging die "de Spion" heette.

De verenigingen waren vaak verbonden aan een café. Een voorbeeld is het nog steeds bestaande café de Vredesduif (de Beer) aan de Tongelresestraat 187. De Luchtpost hield haar bijeenkomsten in café A. v.d. Broek aan de Kruisstraat 156. Momenteel heeft Eindhoven voor de duivenliefhebbers nog steeds de vereniging Concours Commissie Eindhoven e.o.

Tijdens de Duitse bezetting waren postduiven verboden en werden ze meestal geslacht, maar sommige duivenbezitters durfden het aan om ze te laten onderduiken. Lees het verhaal over de duif in oorlogstijd.

In 1927 startte Cor de Zeeuw uit Eindhoven met het weekblad De Duivenbode. Hierin werden wekelijks de vluchtuitslagen en het verenigingsnieuws van verenigingen uit Eindhoven en omgeving opgenomen. Al snel publiceerden ook verenigingen uit de wijde omtrek hun nieuws in dit blad. Uiteindelijk groeide De Duivenbode uit tot hét duivenblad voor de drie zuidelijke provincies. Het weekblad werd uitgegeven tot aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog groeide het uit tot het Nederlands Postduiven Orgaan.
 Bron: https://cceindhoven.nl/de-duivenbode/

 Visuele ode aan deze "gevleugelde soldaten".
Bron: https://haiths.com

Wings of War (Vleugels van de Oorlog)

Tijdens de Tweedewereldoorlog waren radiozenders van groot belang voor de Duitse Wehrmacht, de geallieerden en het verzet. Maar wat weinig mensen weten, is dat naast deze techniek ook de postduif een heel bijzondere rol speelde in de organisatie van het verzet.

De postduif leek iets uit het verleden; men dacht dat deze had plaatsgemaakt voor moderne communicatiemiddelen. De praktijk bewees al snel na het uitbreken van de oorlog het tegendeel: de postduif bleek nog steeds onmisbaar voor het overbrengen van berichten.

Neem bijvoorbeeld de beroemde Engelse legerduif 'Section's Hope'. Deze duif bracht het eerste nieuws over de landing in Normandië naar Engeland en kreeg daarvoor een verdiende militaire onderscheiding. Piloten namen tijdens verkennings- of bombardementsvluchten bijna altijd duiven mee. In geval van nood konden deze vogels foto's of berichten veilig naar de eigen linies brengen.

Soms werden duiven ook in kleine mandjes met parachutes gedropt achter de vijandelijke linies, zodat verzetsmensen in contact konden blijven met militairen in Engeland. Honderden duiven hebben zich onmisbaar gemaakt voor de bevrijding.

Verordening: Verbod tot het houden van duiven. 

Het houden van duiven is verboden

Toen het Nederlandse leger zich in mei 1940 overgaf, werden er via de radio verschillende bevelen gegeven, waaronder een order over postduiven. Wat zeker is, is dat velen dachten dat het bevel inhield dat alle postduiven onmiddellijk gedood moesten worden. Achteraf bleek dat het waarschijnlijk alleen ging om militaire postduiven en burgerduiven die door het leger waren gevorderd.

Desondanks was het voor de Nederlandse postduiven – en voor alle postduiven in de bezette gebieden – snel gedaan met de vrijheid na de Duitse inval. Eerst kwam het bevel dat duiven niet meer vrij mochten uitvliegen, daarna moesten ze allemaal geregistreerd worden. De genadeklap voor de liefhebbers was het uiteindelijke bevel in augustus 1942 dat alle postduiven gedood moesten worden.

Dit was een ramp voor deze mooie volkssport, die in Nederland de laatste jaren op zo'n hoog niveau stond dat we ons konden meten met België, de bakermat van de sport. Vele duivenmelkers dachten terug aan 1914, toen tijdens de Eerste Wereldoorlog in België op bevel van de Duitsers alle postduiven werden afgemaakt. Veel Belgische collega's konden toen hun duiven onderbrengen bij Nederlandse duivenmelkers. Het verblijf van deze Belgische duiven had een buitengewoon goede invloed op de kwaliteit van de Hollandse duiven en heeft het ras zeer verbeterd.

Tijdens de Tweedewereldoorlog was deze uitwijkmogelijkheid er niet. De meeste duiven werden slachtoffer van het bevel uit 1942, maar er waren liefhebbers die het aandurfden om enkele van hun beste duiven te laten onderduiken.


Ondergedoken postduif, WOII, 1940 -1945
Een potloodschets op verouderd papier, gemaakt met behulp van Google Gemini AI

Het laten onderduiken van duiven

Er werden allerlei creatieve verstopplaatsen bedacht om de duiven te verbergen. Daarbij moest men er wel rekening mee houden dat een duif zich graag laat horen, terwijl ook het voer steeds schaarser werd. Bovendien kon een loslippige buurman of vriend fataal zijn, wat in de praktijk helaas meer dan eens gebeurde. Ook bij huiszoekingen werden soms duiven gevonden. De straf was niet mals: vaak betekende dit 6 tot 12 maanden gevangenisstraf en de vogels werden in beslag genomen.

Hoogstwaarschijnlijk zijn er in Eindhoven geen 'duivenrazzia's' geweest bij bekende duivenmelkers, waarbij de politie – zoals elders soms wel gebeurde – een slager meenam om als beul op te treden.

Gelukkig had de Eindhovense duivensport veel steun aan agent Piet van Soerland. Hij was belast met de administratie van de duiven, maar was bovenal een goede vaderlander. Waar mogelijk gaf hij bij een eventuele Duitse controle tijdig een seintje. Daarmee heeft hij de duivensport in Eindhoven onschatbare diensten bewezen.

parkieten en zebravinken

Piet had zelf geen postduiven maar wel parkieten en zebravinken. Hij heeft samen met Wim van Hees veel mensen in Eindhoven en omgeving gered uit handen van de Duitsers. Ook de duivenmelkers konden op hem rekenen. Zij waren met zijn tweeën steeds vroegtijdig op de hoogte van de arrestaties die de Duitsers wilden gaan uitvoeren en gingen dan 's nachts op pad om de Nederlanders te waarschuwen dat ze beter konden vertrekken omdat zij door Duitsers werden gezocht.

Willem van Hees

Het politiegezin van Hees had een aantal Joodse onderduikers in huis genomen. Hij is verraden door Blonde Jet en opgepakt door de S.D. Hij is tijdens verhoren zwaar mishandeld, maar heeft niets los gelaten. Hij werd door die gewelddadige mishandelingen opgenomen in het Binnenziekenhuis waar hij onder politiebewaking moest blijven. Pas jaren later, na de oorlog, is Willem weer kunnen gaan werken.
Piet en Willem werkten veel samen in verzetsactiviteiten en waren ook vrienden van elkaar. 

Piet van Soerland

Piet van Soerland kwam uit een politiefamilie, zijn vader was ook agent. Tijdens de oorlog werkte hij op de economische afdeling onder leiding van H.J. Pijls hoofdinspecteur, die op de hoogte was en goed vond dat zijn ondergeschikten de Duitsers tegenwerkten. Zelfs Pijls ondersteunde soms het verzet. 

Zoon

Zijn zoon Aus van Soerland vertelt in 2025: "Jammer dat hij over die tijd weinig heeft verteld, maar dat zal ook waarschijnlijk zijn redding zijn geweest in de oorlog. Hij heeft jarenlang van Eindhovenaren, die door hen gewaarschuwd waren, met nieuwjaar, bedankjes en goede wensen gehad.
Foto © familie Soerland

Lees meer:

Over Willem van Hees: verraadineindhoven.html
Over P. van Soerland: oorlogsverzet_tongelre.html
Over de Politie 40 - 44politie-eindhoven-oorlogsjaren.html

Na de gedwongen opsluiting van de postduiven tijdens de bezetting van mei 1940 tot september 1944, kregen zij na de bevrijding hun vrijheid weer terug.

De bevrijding kwam er ook voor de duiven.

In september 1944 kwam eindelijk de bevrijding van het zuiden van Nederland en daarmee het einde van het onderduikersbestaan van de duiven. De vreugde over de bevrijding werd voor ons als duivenmelkers nog groter omdat we onze gevleugelde vrienden weer vrij konden laten vliegen. Wat dit betekende na die kommervolle jaren, is voor een buitenstaander bijna niet te begrijpen.

De Koninklijke Erkende Concours Commissie Eindhoven, met ruim 350 leden in 1946, startte haar activiteiten weer. In het voorjaar van 1945 werd al begonnen met het kweken van jongen uit de onderduikers, aangevuld met vogels uit België. In 1945 werden de eerste vluchten voor jonge duiven al gehouden. Op 30 juni 1946 was er zelfs alweer een Provinciaal Concours vanuit Orléans, waarvan de opbrengst naar Stichting De Klokkenberg ging, een sanatorium voor tuberculosepatiënten.

Ook wordt in 1946 op 11 augustus, voor het eerst sinds de oorlog, weer de traditionele tbc-vlucht vanuit Quiévrain gehouden. De duivensport zet zich al jaren in voor het goede doel. Voor de oorlog werd er met gemak 3000 gulden opgehaald voor de tbc-bestrijding.

Duitse duiven!

Foto: De postduif in dienst van het Duitse leger, ter overbrenging van berichten aan de fronten van staf naar staf.

Dat de Duitsers het militaire belang van de postduif inzagen, blijkt wel uit de maatregelen die zij troffen in de gebieden die zij in 1940 bezetten.

Ze vorderden een aantal hokken van prominente liefhebbers in ons land. Ze richtten diverse centrale hokken in van waaruit de duiven militaire training kregen. In een bekende villa in Den Haag bij het Carnegieplein hielden ze bijvoorbeeld vele honderden duiven, die vooral werden gebruikt in de luchtmacht en de marine. Ieder vliegtuig en iedere onderzeeboot had duiven aan boord.

De Nederlandse duif in dienst van de vijand?

Deze maatregelen leidden tot een pijnlijke situatie voor Nederlandse duivenliefhebbers. De Duitsers gebruikten namelijk ook duiven die afkomstig waren van Nederlandse liefhebbers, die deze duiven verplicht hadden moeten afstaan. Voor de duiven zelf maakte het natuurlijk geen verschil; zij vlogen simpelweg terug naar hun hok, ongeacht wie dat hok nu beheerde. Zo kon het gebeuren dat duiven van een Nederlandse melker ongewild in dienst van de bezetter vlogen.

Het massale doden van postduiven op bevel van de Duitsers in 1940 was juist bedoeld om te voorkomen dat deze duiven door het Nederlandse verzet of het leger gebruikt konden worden. De Duitsers begrepen immers als geen ander de kracht van de postduif voor spionage en berichtgeving.

Ruim honderdjaar oude methoden om een koker aan een postduif te bevestigen.

Uit een oud boek van de Indische militaire postduivendienst.

Dat de postduif, vooral in oorlogstijd, van grote waarde is voor het overbrengen van berichten wanneer telegraaf en telefoonlijnen verstoord zijn, is algemeen bekend. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het leger zich bezighield met alles wat op dit vlak van nut kon zijn. In ons Indische leger ging men als volgt te werk met deze gevleugelde koeriers.

De berichten, zoveel mogelijk ingekort tot telegramstijl, werden met een zeer fijne pen zo klein mogelijk geschreven op reepjes papier van een zeer lichte soort, 3 à 4 cm breed en zo lang als nodig. Dit werd gedaan met behulp van een loep. Op het reepje kwam heel wat te staan: het adres, de plaatsnaam, de datum, het tijdstip van verzending, de nummers van de duiven die hetzelfde bericht overbrachten, het bericht zelf, het volgnummer ervan en de naam van de afzender.

Als het bericht geschreven was, werd het zo dun mogelijk opgerold. Om het losrollen te voorkomen, wond men er in het midden een draadje omheen. Dit opgerolde bericht werd vervolgens in een kokertje van 4 à 5 cm lang gestoken, gemaakt van een stuk schacht van een ganzenveer (zie fig. I). Daarna werd het kokertje aan beide uiteinden met een klein propje was afgesloten om vocht buiten te houden. Met een warme naald en een stevige draad werd aan de binnenzijde van de waspropjes door de schacht gestoken. De draden werden een paar keer om het kokertje gewonden, voorzien van een stevige knoop, en het kokertje was klaar om aan de duif te worden bevestigd (zie fig. II).

De bevestiging gebeurde aan een van de grootste staartpennen, en wel aan een pen die nog stevig vastzat (een nieuwe pen of een pen die nog niet aan de beurt was om uit te vallen) (zie fig. IV). Dit was natuurlijk om te voorkomen dat de duif het bericht onderweg zou verliezen als de pen zou uitvallen. Het kokertje werd aan de onderkant van de pen bevestigd, zo dicht mogelijk bij de huid, zonder de duif te hinderen. Een van de draden van het kokertje werd opnieuw in een naald gestoken en door de schacht van de staartpen gehaald, waarna de uiteinden van het draadje werden aangetrokken en met een knoop werden vastgelegd. Figuur III laat dit duidelijk zien (let op: de afgebeelde pen is geen staartpen). Men zorgde ervoor dat de draadjes onder de baarden van de veer bleven door de naald opzij in de schacht te steken. Hierdoor konden de draden ook niet verschuiven.

Bron: De duivenbode; geïllustreerd veertiendaagsch jeugd- en sportblad, jrg 3, 1925, no. 12, 13-06-1925, aanwezig in Delpher.nl

Bronnen

De postduif in en na den oorlog (Teksten zijn deels gebaseerd op een artikel in het  Eindhovensch Dagblad, 27 juli 1946)
Postduiven afgeslacht, maar het bevel is verkeerd begrepen! (Teksten zijn deels gebaseerd op een artikel in het Eindhovensche en Meierijsche courant : dagblad voor Eindhoven en Noordbrabant
Aantal illustraties uit De duivenbode; geïllustreerd veertiendaagsch jeugd- en sportblad ( 41 tijdschriften zijn volledig te raadplegen bij www.delpher.nl

Historie duivensport in Eindhoven 1927 -1938 https://cceindhoven.nl/de-duivenbode
Website Concours Commissie Eindhoven e.o. https://cceindhoven.nl

Duivensport verenigingen in 1938 :
De Bergvliegers;
De Blauwe Doffer;
De Duivenbode;
De Luchtbode (Gestel);
De Luchtbode (Woensel);
Lindbergh;
De Luchtpost;
De Luchtreizigers;
Neerlands Hulp;
Ons Genoegen;
De Oorlogsbode;
De Reisduif;
De Valk;
Vliegende Hollanders;
De Vliegeniers;
De Vredesduif;
De Zuidvliegers.

Duivensport verenigingen in 1934 :
De Bergvliegers, Kloosterdreef 28;
De Duivenbode, Boschdijk 24;
De Lindbergh, Tongelreschestraat 153;
De Luchtbode, Boschdijk 6;
De Luchtbode, Laagstraat 122;
De Luchtpost, Kruisstraat 156;
De Luchtreiûgers, Boschdijk 14;
De Meeuw, Woenselschestraat 375;
Neerlands Hulp, Boschdijk 11;
De Oorlogsbode, Boschdijk 11;
De Reisduif, Aalsterweg 20;
De Spion, Kreeftstraat 13;
De Vliegeniers, Strijpschestraat 128;
De Vredesduif, Tongelreschestraat 92 (nu 187);
De Zwaluw, Aalsterweg 116.

https://blog.britishnewspaperarchive.co.uk/2020/07/03/brave-pigeons-of-wartime/