Wim van den Eertwegh: De ‘bijdehande bliksem’ van het Eindhovens verzet
Wanneer zijn naaste verzetskameraad E. Beukers (‘Gerrit’) hem na de oorlog een brief schrijft, noemt hij hem een "veel te bijdehande bliksem om zich door de moffen van kant te laten maken."
Wim is 21 jaar als de Duitsers op 10 mei 1940 Nederland binnenvallen. Hij trouwt op 26 september 1941 in Eindhoven met Margaretha de Bruin; zij krijgen in begin april 1943 een zoon: M.G.W.C. van den Eertwegh.
Hij is werkzaam in het Nederlandse leger als korporaal-infanterist en is gespecialiseerd in het aanleggen van verbindingen en het onderhouden van telefoonlijnen in het veld. Uit een embleem op zijn uniform blijkt dat hij het vaardigheidsembleem voor scherpschutter heeft behaald. Tijdens de Duitse inval is hij in verweer geweest tegen de bezetter en na de overgave is hij een aantal maanden in krijgsgevangenschap geweest. Hij is waarschijnlijk vrij snel, met zijn militaire achtergrond, actief geworden bij de Ordedienst (O.D.).
Deze pagina is mede tot stand gekomen door gegevens die aanwezig zijn in de digitale catalogus van het Verzetsmuseum Amsterdam. https://www.verzetsmuseum.org
Wim van den Eertwegh (1918-2001)
Wilhelmus Albertus Johannes ('Wim') van den Eertwegh (Eindhoven, 24 juni 1918 - Eindhoven, 3 april 2001)
Tekening van foto
Na de ontbinding van het Nederlandse leger zaten alle militairen zonder werk. Zij gingen bij de Luchtbeschermingsdienst of, in het geval van Wim, vanaf mei 1941 bij de Centrale Keukens werken. Dit was in eerste instantie vooral een gemeentelijke instelling die werd gecoördineerd door een andere ex-militair: de officier J. Woortman. Nadat in februari 1942 het NSB-bestuur aan de macht kwam, reikte de invloed van de NSB en haar mantelorganisaties steeds verder. Directeur Woortman kwam hierdoor in conflict met burgemeester Pulles, die hem door een ondergeschikte liet bespioneren. Wanneer de officieren van het Nederlandse leger zich op 15 mei 1942 opnieuw moeten melden voor krijgsgevangenschap, wordt dit door Pulles aangegrepen om Woortman te ontslaan. De leiding over de belangrijke voedselverdeling in Eindhoven kwam daarna in handen van M.J. Tolhoek, een fanatiek persoon en een van de eerste Eindhovense NSB-leden (al sinds 1933).
Wim van den Eertwegh begon in het voorjaar van 1943 serieus met het actieve verzetswerk. Hoewel hij al was aangesloten bij de Ordedienst (O.D.), stoorde het hem dat die groep vooral wachtte op de dag van de bevrijding. Wim kwam daarop terecht bij de Geheime Dienst Nederland (GDN).
Propaganda affiche centrale keukens mei 1941
Eindhoven heeft in 1942, onder NSB-bestuur, voor de voedselvoorziening drie keukens waar dag en nacht wordt gewerkt. Deze keukens liggen aan de Marconilaan in Woensel, de Venstraat in Strijp en aan de Leenderweg in Stratum. Tevens is er een kantoor voor de directie en administratie, waar Wim van den Eertwegh werkzaam is. Voor de voedselverstrekking zijn er in Eindhoven zo'n tien distributielokalen waar men de maaltijden kan nuttigen of kan afhalen. Dit kan alleen met voedselbonnen en onder NSB-voorwaarden.
Wim van den Eertwegh blijft doelbewust op de administratie werken om inlichtingen over de Duitse bezetter en NSB-leden te verzamelen. Een bijkomend voordeel is dat dit werk als dekking dient voor zijn illegale activiteiten. De werkzaamheden bij de Centrale Keukens zorgen er ook voor dat hij is vrijgesteld van de arbeidsinzet in Duitsland of andere werkzaamheden. Hij blijft er tot 5 september 1944 werken, maar op dat moment worden de inlichtingenopdrachten te omvangrijk om nog met zijn reguliere werk te combineren.
Legitimatiebewijs W.J.A. Wim van den Eertwegh voor Luchtbeschermingsdienst
Bron documenten https://collectie.verzetsmuseum.org/ais6/Details/collect/7062
GDN
De Geheime Dienst Nederland (GDN) was in de periode van de lente van 1943 tot juni 1945 een inlichtingendienst van verzetsmensen in bezet gebied. Zij verzamelden Duitse militaire gegevens en politieke en economische informatie en gaven deze via Zwitserland, Spanje en geheime radioverbindingen door aan het Bureau Inlichtingen in Londen. Na september 1944 gingen de inlichtingen ook naar het bevrijde zuiden van ons land.
Deze inlichtingendienst telde ongeveer twaalfhonderd medewerkers. De dienst had haar hoofdkwartier in Amsterdam, genaamd het Centraalbureau, en was verdeeld in vier districten die Routes werden genoemd. Aan het hoofd van ieder district stond een Chef van de Route (met een routestaf). De vier districten waren: Noord, Midden, West en Zuid (Brabant, Limburg en Zeeland). Ieder district was onderverdeeld in rayons, met aan het hoofd een rayonchef of bureauhouder. In Eindhoven was E.M.H. Beukers, met de schuilnaam Gerrit, de bureauhouder.
Personen GDN in Eindhoven
Rudi = W.J.H. Schreinemachers
Ludovicus = ir. T.Ph. Tromp
Siem = M. F. Elkerbout †
Gerrit = E.M.H Beukers
Rein = J.M. (Jo) Pennings
Wietske = Maria A.C. Pennings-Van Hoof
Olly = Mevr. M.J.A. Jelinger-Ruland
Urbaan = Jhr H. den Beer Poortugael
Ignace = I. van der Putt (1923)
Peter 1 / Ate = F.E.M. (Floris) van der Putt (1921)
Gerard = Wim van den Eertwegh
Karel was het hoofd van Bureau Inlichtingen in Londen: Jan Somer. (vanaf september '44 in Eindhoven)
Max is de schuilnaam van J.M.W.L. Iansen, (vaak in Eindhoven onderduik bij Mevr. M.J.A. Jelinger-Ruland
Miki is de schuilnaam van Willem Schoemaker
In het voorjaar van 1943 kwam ik in contact met J.M. (Jo) Pennings uit Eindhoven, die de schuilnaam Rein gebruikte. Samen met zijn latere echtgenote, Maria A.C. Pennings-van Hoof, was hij zeer actief binnen de Geheime Dienst Nederland (GDN). In maart 1944 werden beiden door een door de S.D. opgezette valstrik aangehouden en gevangengezet. Jo Pennings wist op een slimme manier onder te duiken door de SD te misleiden. Maria bleef echter gevangen; zij overleefde diverse kampen in nazi-Duitsland.
Dit contact ontstond doordat ik Jo Pennings vroeg of hij zich wilde aansluiten bij de Ordedienst (O.D.), waar ik toen lid van was en waarvoor ik betrouwbare nieuwe leden moest werven. Hij antwoordde echter dat hij al een functie had. Toen ik hem vroeg of hij daarmee bedoelde dat hij actief verzetswerk deed, bevestigde hij dat. Ik verzocht hem vervolgens er alles aan te doen om mij bij zijn groep in te delen, omdat ik daar al lang naar op zoek was. Bij de O.D. moesten we namelijk wachten op het moment van de bevrijding voordat we actief konden meewerken; daarvóór was er weinig te doen. Ik werkte in die tijd wel individueel, maar dat leverde weinig resultaat op. Na verloop van tijd bracht Rein mij in contact met Gerrit. Gerrit was de schuilnaam van E.M.H. Beukers, Willemstraat 67, die het inlichtingenwerk rondom Eindhoven coördineerde, waarna ik werd ingedeeld bij de GDN onder de schuilnaam Gerard.
Beukers stond op zijn beurt weer in contact met de landelijke GDN en met de Philips-ingenieur Th.P. Tromp, die op vele fronten actief was in het verzet. Bij de GDN gebruikte Tromp de schuilnaam Ludovicus.
Duitse motorrijder met kenteken WL-109965 gezien in Eindhoven voor Post- en Telegraafkantoor, dit werd door GDN genoteerd.
1) Het doorgeven van gegevens over alle militaire transporten: kentekens (zoals WH, WL, WM, SS), eventuele commandovlaggen, het vertrekpunt en de bestemming, de datum en het exacte tijdstip, de lading, het type bewapening en het kaliber.
Voorbeeld filmrol met geheime documenten, in de praktijk was de film teruggebracht naar een microformaat.
Ir. Th.P. (Theo) Tromp beschrijft na de oorlog het verstoppen van de microfilm: "Deze werd op de meest ingenieuze wijze verstopt, want ze hadden in Londen ontdekt dat men op een bepaalde manier het dunne laagje waar de tekst op stond, los kon maken van de drager van celluloid. Je hield een vliesdun velletje over, dat bijzonder kwetsbaar was. Maar dat vliesje kon je oprollen. Je kon een potlood nemen, het grafietstaafje eruit halen, de opgerolde film erin plaatsen en, na een stukje van het grafietstaafje te hebben afgebroken, de rest weer in het potlood stoppen. Zo ging dat potlood dan mee met agenten. Andere manieren waren het gebruik van uitgeholde sleutels of boeken."
Documenten van Geheime Dienst Nederland (GDN)
Ludevicus voor Karel/ Bron nationaal Archief
Documenten van Geheime Dienst Nederland (GDN)
Ludevicus voor Karel/ Bron nationaal Archief
Documenten van Geheime Dienst Nederland (GDN)
Van Rudi voor Karel/ Bron nationaal Archief
Documenten van Geheime Dienst Nederland (GDN)
Van Rudi voor Karel/ Bron nationaal Archief
2) Het in kaart brengen van vliegveld Welschap in Eindhoven, evenals al het luchtafweergeschut in en om Eindhoven.
3) Het in kaart brengen van de telefoonverbinding van vliegveld Volkel naar de Belgische grens en het doorgeven van informatie over de voedselvoorziening en relevante gegevens over NSB-leden.
4) Het aanleveren van een plattegrond van het kantoor van de Centrale Keukens in Eindhoven en het beschikbaar stellen van de kluissleutel voor het maken van een wasafdruk voor een reservesleutel. Tevens hield ik ongeveer 10.000 gulden in kas voor een geplande overval.
5) Het achterhalen van de locatie van de 150.000 gulden van de gemeente Eindhoven, bestemd voor de betaling van evacuatiegeld aan alle gemeenteambtenaren. Hoewel de NSB-gemeenteleiding deze plek strikt geheim hield, wist ik de locatie toch te achterhalen. Door de naderende bevrijding was er echter geen tijd meer om een overval voor te bereiden.
6) Het vervalsen van de handtekening van Tolhoek, de NSB-directeur van de Centrale Keukens in Eindhoven. Dit was nodig omdat Rein moest onderduiken; ik vroeg namens hem toestemming om zich in Amsterdam te vestigen als controleur van de Centrale Keukens aldaar.
7) Het in kaart brengen van alle telefoonverbindingen in en om Eindhoven.
8) Het in kaart brengen van kazematten, verdedigingsstellingen en alle andere militaire doelen in en om Eindhoven.
9) Het rapporteren van Duitse legeronderdelen die zich in Eindhoven vestigden.
10) Het in kaart brengen van alle Duitse stellingen bij het Wilhelminakanaal, de Zuid-Willemsvaart, het Eindhovensch Kanaal en het Beatrixkanaal. Dit bleek later ter voorbereiding op de luchtlandingen te zijn.
11) Het in kaart brengen van alle Duitse stellingen ten zuiden van Eindhoven, van Reusel tot de Achelse Kluis, ter voorbereiding op de doorbraak vanuit België. Omdat deze opdracht zeer uitgebreid was, gaf Gerrit mij de instructie om mij op 5 september 1944 ziek te melden.
12) Ook kreeg ik toestemming om de volgende personen uit Eindhoven in te schakelen: P. van Vessem, Tj. Kampstra, A. van Otterdijk en Ad. Winters. Zij hebben mij geholpen met de opdrachten rond de kanalen, het in kaart brengen van het gebied ten zuiden van Eindhoven en het observeren van Duitse transporten door de stad.
13) Daarnaast moest ik een commissie samenstellen die direct na de bevrijding contact zou opnemen met de geallieerden. Hiervoor heb ik de volgende personen benaderd:
Spoorwegen: Hoofdstationchef Gorrissen (Fuutlaan 4).
Politie: Hoofdagent J.M. Verhagen (Strijpsestraat 232) *
Gemeentewerken: Ir. Funnekotter (Guido Gezellestraat 19)*
P.T.T.: Hesseling (Hugo Verrieststraat 10).
Arbeidsbureau: Drs. Wouters (Petrus Dondersstraat 23).
Voedselvoorziening: Daniëls (Johan Vestersstraat 31).
Bruggenbouw: Th. Hamers (Ganzebloemstraat 47).
Al deze heren zegden hun medewerking toe.
Eerste pagina van de brief van E. Beukers ("Gerrit") aan Wim
die hij 10 dagen voor de bevrijding ontvangt.
Beste kerel,
Hierbij ingesloten de stafkaarten die je nodig hebt. Gebruik ze goed en zorg dat we een grote hoeveelheid waardevolle informatie verzamelen. Zoals ik je al zei: alles wat militair van belang is telt, zowel troepenverplaatsingen als het opbouwen of afbreken van stellingen.
Verzamel je bevindingen overzichtelijk en schrijf over alles een kort maar helder rapport. Doe dit gewoon bij je thuis; als ik onverhoopt niet terugkeer, wordt het daar eventueel bij je opgehaald. Vanaf morgenavond (9 september '44) kan er iemand bij je langskomen om de rapporten op te vragen. Hij zal het wachtwoord "Goliath" gebruiken; dan weet je dat het veilig is. Als die persoon eenmaal is geweest, kun je daarna zelf rechtstreeks afspraken met hem maken. Je moet hiervoor elke avond tussen 19:00 en 20:00 uur thuis blijven; dat heb ik zo geregeld. Het kan gaan om belangrijke informatie, zoals het leggen van mijnen. Alles kan van belang zijn en ik wil niet dat de informatiestroom stokt. Zorg dus dat alles klaar ligt als ze komen.
De volgende adressen kun je waarschijnlijk gebruiken om mensen uit te horen, aangezien zij zich beschikbaar hebben gesteld. Ze hebben tot nu toe nog niets gedaan, dus je kunt ze naar eigen inzicht inzetten. De eerste persoon op de lijst heeft mij de overige namen gegeven; het is het beste om eerst met hem te gaan praten:
M. van Beek (Houtstraat 1). Hij zit momenteel als onderduiker bij zijn vriendin. Als ze om een bewijs van betrouwbaarheid vragen, noem dan de naam van Rein. Mijn eigen naam kun je tegenover zijn huisgenoten gebruiken met "Henk" als introductie.
Overige adressen:
J. Kerssens (Kruisstraat 154)
P. J. C. Groosman (Pastoriestraat 34 A)
L. W. Kuipers (Voorterweg 192)
M. A. Blijmen (Hemelrijken 89)
De eerste vier op deze lijst schijnen een militaire achtergrond te hebben, dus wees voorzichtig en houd daar rekening mee. Let goed op of er plannen zijn om militaire gebouwen of bruggen onklaar te maken en rapporteer dat duidelijk. Let natuurlijk ook op transporten: aantal manschappen, geschut (probeer het kaliber te bepalen), artillerie, luchtmachtonderdelen, enzovoort. Ook stafwagens zijn belangrijk; let vooral op eventuele commandovlaggen op de auto's. Noteer aantallen tanks, mortieren, granaatwerpers en motorvoertuigen. Ik laat de details aan jouw inzicht over. Veel succes. Maak bij voorkeur doorslagen (duplicaten), zodat ik ze later ook zelf nog kan inzien.
Ga morgen om 10:00 uur weer naar onze bekende contactpersonen op het station. Als ik dan nog niet uit A. ben vertrokken, zal ik van daaruit bellen. Een eventueel bericht of boodschap kun je dan even bij mij thuis afgeven. Je hoeft niet langer dan tot 10:10 uur te wachten; als ik dan nog niet heb gebeld, kun je ervan uitgaan dat ik uit A. vertrokken ben. In dat geval moet je tussen 19:00 en 20:00 uur thuis zijn.
Je kunt dan de volgende ochtend rond 10:00 uur opnieuw informeren of ik een boodschap voor hen heb achtergelaten (als ik niet thuis ben, wat je natuurlijk eerst even moet checken). Werk daarna gewoon door en dan zien we wel hoe het loopt.
Ik denk dat je zo voldoende weet. Zorg voor veel en interessante berichten, dat is het belangrijkste.
Veel succes en tot ziens,
Gerrit.
Op 28 september 1944 kreeg ik de opdracht mij te melden bij de heren Beukers en ir. Th.P. Tromp.
Vier mannen werden bij Mook door de linies gezonden voor een verkenningstocht: P. van Vessem, T. Kampstra, F.W.J. Koorn en ikzelf, W.A.J. van de Eertwegh.
Originele verslag is omgezet naar hedendaags Nederlands voor de leesbaarheid.
Op 28 september 1944 kreeg ik de opdracht mij te melden met zes personen die geschikt waren voor een opdracht achter het front. Deze opdracht was afkomstig van de heer B. Beukers en ir. Th.P. Tromp.
Ik meldde mij samen met de heren P. van Vessem, T. Kampstra, F.W.J. Koorn en A. van Otterdijk. De heer Tromp legde uit welke gevaren er aan de missie verbonden waren en benadrukte dat deelname volledig vrijwillig was. Iedereen verklaarde zich bereid, behalve A. van Otterdijk; hij had bezwaren vanwege het verlies van zijn familie bij het bombardement van 19 september.
Hierna gingen we met de heren Tromp en Beukers naar een Britse officier van de inlichtingendienst. Hij gaf ons de volgende opdracht: breek bij Mook door het front en verken in vijandelijk gebied welke troepenonderdelen daar verzameld zijn. Let hierbij op wapens, stellingen, het moreel van de troepen en alles wat van militair belang is.
Het te verkennen gebied liep van Mook tot Vierlingsbeek en strekte zich eventueel 5 tot 10 kilometer diep Duitsland in. Het vertrek werd vastgesteld op 29 september 1944 om 6:00 uur vanuit Eindhoven. We zouden op zondag 1 oktober 1944 in Mook worden opgewacht door ir. Tromp.
In Mook werden we door ir. Tromp naar de voorste linie gebracht, nadat we in Nijmegen eerst van nieuwe persoonsbewijzen waren voorzien. We gingen te voet door het front, begeleid door een dame van de Landelijke Organisatie (L.O.) die het gebied goed kende. Na ongeveer een kilometer splitsten we ons op in twee groepen. Ik zou met Van Vessem langs de Maas door het front gaan, terwijl Kampstra en Koorn de grote weg zouden volgen. We spraken af bij een afgebrande boerderij, waar de gids van de L.O. zich weer bij ons zou voegen.
Nadat de laatste Amerikaanse soldaten gepasseerd waren, liepen we in de richting van de afgebrande boerderij. We passeerden mijnenvelden en bereikten de boerderij zonder problemen. Tot onze grote verrassing stonden er tegenover de boerderij echter Duitse soldaten in stelling. We liepen op hen af en vertelden een verhaal over de verschrikkingen van het bombardement op Nijmegen, dat een dag eerder had plaatsgevonden. We zeiden dat we een veilig heenkomen zochten in het nog door Duitsland bezette deel van Nederland. Ze geloofden ons en zeiden dat we richting Gennep moesten gaan. We liepen verder en letten goed op de stellingen die bij de Amerikanen nog niet bekend waren. Toen we de posities langs deze weg goed in kaart hadden gebracht, bogen we naar links af om het dorp Malden — dat onder artillerievuur lag en brandde — aan de linkerzijde te passeren.
Daarna liepen we terug richting de Amerikanen om de stellingen tussen de grote weg en de Maas op te nemen. Na enige tijd te hebben doorgelopen, werden we aangehouden door een Duitser die zei: "Nu jullie onze stellingen hebben gezien, lopen jullie zeker terug naar de Amerikanen om ons te verraden. Jullie zijn spionnen." We ontkenden dit uiteraard, maar werden desondanks gearresteerd en naar de sectiecommandant gebracht. Deze stuurde ons door naar de bataljonscommandant, die ons na een verhoor doorzond naar de regimentscommandant. Hier werden we gefouilleerd en verhoord. Ze wilden ons ophangen of doodschieten, maar de officieren konden het daar niet over eens worden.
Ze durfden blijkbaar de verantwoordelijkheid niet aan en stuurden ons door naar de divisiecommandant. Deze bevond zich in een grote boerenhoeve in Duitsland. Diezelfde nacht werden we nog overgebracht naar Ottersum. Na daar opnieuw verhoord en bedreigd te zijn, werden we op de ochtend van 30 september overgebracht naar Weeze, waar de Geheime Feldpolizei zich over ons ontfermde. Zij leken net zo bloeddorstig als de rest. Direct na onze arrestatie hadden we de afspraak gemaakt om goed op te letten bij de verschillende bureaus, omdat we daar via achtergelaten papieren veel te weten zouden kunnen komen.
Na ons verhoor werden we overgedragen aan de Gestapo in Kleef, die ons diezelfde avond rond 20:00 uur in de gevangenis plaatste met de status Schutzhaft. Inmiddels werd Kleef door geallieerde bommenwerpers vrijwel met de grond gelijkgemaakt Ongeveer een week later begon het Britse artillerievuur op Kleef.
Alle politieke gevangenen werden op transport gesteld naar een onbekende bestemming. We gingen te voet, onder begeleiding van de Gestapo op de fiets, de Rijn over bij Rees. Na een tijdje wachten gingen we naar Wesel, waar we in de nacht aankwamen. We werden enkele uren ondergebracht in een kleedlokaal van een sportvereniging en de volgende dag naar Friedrichsfeld gebracht, waar we in een kamp (Durchgangslager) terechtkwamen.
In Kleef was het bureau van de Gestapo afgebrand, waardoor onze papieren en verhoorverslagen ook waren vernietigd. Ze wisten dus niet precies wat de politieke gevangenen op hun kerfstok hadden. Na een paar dagen in Friedrichsfeld werden we op transport gesteld naar Dinslaken, waar we in een draadfabriek moesten werken in afwachting van het verdere onderzoek. We begonnen daar direct met het saboteren van zoveel mogelijk draden, omdat we werkzaam waren op de afdeling draadtrekkerij.
Na vijf dagen in deze fabriek te hebben gewerkt, zijn we gevlucht. We liepen te voet van Wesel naar Rees en namen daar brutaalweg de elektrische tram. Van Rees liepen we weer naar Emmerich, waar we na het doorwaden van de Wetering op Nederlands gebied in ’s-Heerenberg stonden.
Daar overnachtten we en de volgende dag vertrokken we naar Baak, waar we via opperwachtmeester Dahlhaussen contact kregen met de Landelijke Organisatie (L.O.). Hij gaf ons onderdak voor de nacht en stuurde ons de volgende dag door naar opperwachtmeester Beemsterboer in Keijenborg (gemeente Hengelo, Gelderland). Aan hem vertelden we direct waar we vandaan kwamen en we vroegen om contact met de GDN (Geheime Dienst Nederland), omdat we in Cuijk en Boxmeer geen contactadressen hadden gekregen. Hij beloofde te proberen ons door het front terug te sturen, maar moest eerst inlichtingen over ons inwinnen.
Jan Beemsterboer, politieagent in het verzet schrijft over Eertwegh en Vessem
27 oktober 1944. Uit Eindhoven trof ik nog twee mannen van de GDN (Geheime Dienst Nederland). Zij hadden de opdracht gekregen Mook en Vierlingsbeek te verkennen, maar vielen in handen van de moffen. Na veel wederwaardigheden zijn zij weer ontsnapt en zij willen nu trachten weer in Eindhoven te komen. Wij zullen zien wat we voor hen kunnen doen.
31 oktober 1944. Op de Keijenborg is nu ook een groep vluchtelingen uit Gennep gearriveerd. Zij staan onder leiding van een meneer die zegt Oosterbroek te heten. Het is mij echter duidelijk dat dit niet zijn echte naam is. Hij heeft contact met mij gezocht en gekregen, en nu blijkt dat hij een van de leidende figuren binnen de O.D. is. Ik heb hem in contact gebracht met meneer Van Dam, wiens werkelijke naam ik hier uit veiligheidsoverwegingen nog even verzwijg. De twee andere verkenners over wie ik een paar dagen geleden schreef, heten volgens hun persoonsbewijzen Van den Eertwegh en Van Vessem. Beiden wonen in de Ganzebloemstraat in Eindhoven, op respectievelijk nummer 45 en 40. Ook hen heb ik aan meneer Oosterbroek voorgesteld.
Maar we zijn voorzichtig geworden. Er is tussen hen een heel merkwaardig gesprek ontstaan, waarin meneer Oosterbroek zich schijnbaar blootgaf, maar waar Van den Eertwegh en Van Vessem niet op ingingen. Later sprak ik deze twee mannen en zoals ik al verwachtte, is er bij hen een groot wantrouwen tegenover Oosterbroek ontstaan. Oosterbroek is op zijn beurt nog niet zeker van hen, en ik begin langzamerhand te vrezen dat ik ze voorlopig niet kwijt zal raken. Meneer Van Dam, die door meneer Oosterbroek op de hoogte is gebracht, voelt er niets voor om hen via de geheime route weer naar Eindhoven te loodsen. Ik wacht nu maar af; ik geloof intussen niet dat ik met infiltranten te maken heb.
Bron: https://www.oudhengelo.nl/index.php/41-2e-wereldoorlog/verhalen-uit-de-oorlog/137-jan-beemsterboer-politieagent-in-het-verzet
Verschillende onderduikers die nooit illegaal werk hadden gedaan, werden geholpen om door het front naar bevrijd gebied te gaan, maar ons lieten ze zitten. Na herhaaldelijk informeren bij Beemsterboer besloot ik een bezoek te brengen aan Oome Jo, die zijn bureau in Drempt had.
Begin december ging ik met een ordonnans (Frits Wansink) op weg naar Drempt. Bij de Witte Brink werd ik gearresteerd door de staatsbrandweer van Hummelo. Dit waren vluchtelingen uit het zuiden die nu bij de Landwacht waren ingeschakeld. De ordonnans had valse papieren en mocht doorrijden, maar ik werd vastgehouden en meegenomen. Na ongeveer 500 meter ben ik echter ontsnapt en via een andere weg naar Drempt gegaan. Aan Oome Jo vertelde ik mijn ervaringen en ik vroeg zijn medewerking om ons door het front terug te sturen. Hij zei dat hij daarvoor toestemming van de geallieerden nodig had en dat hij dagelijks in verbinding stond met Nijmegen. Hij zou het diezelfde dag nog aanvragen. Ook vertelde hij dat Nijhof van de GDN door de Duitsers was gearresteerd met een geheime zender en was doodgeschoten.
Hij vroeg mij of ik, gezien mijn lidmaatschap van de GDN, vrijwillig bij de O.T. (Organisation Todt) wilde gaan werken. Ik zei dat ik dat wel wilde zolang ik toch niet terug kon, maar dat ik hoopte dat hij alles in het werk zou stellen om ons terug te laten gaan, aangezien ons verslag belangrijke gegevens bevatte. Wat betreft het vrijwillig in dienst treden bij de O.T., zei ik dat ik onder geen enkele voorwaarde voor de mof zou werken. Het in kaart brengen van de stellingen van de O.T. zou echter makkelijker gaan als we daar werkten. Ook vroeg hij me de transporten van de Duitsers te melden bij de Plaatselijke Commandant (P.C.), en dat was opperwachtmeester Beemsterboer.
Landwachters, vaak herkenbaar aan hun jachtgeweren, waren bij de bevolking gehaat. Zij stonden bekend om hun willekeurige, grove en vaak misdadige optreden. Na de bevrijding van Zuid-Nederland sloten veel naar het noorden gevluchte NSB'ers zich aan bij de Landwacht om de bezetter te blijven ondersteunen.
bron foto (omgezet in een tekening) https://beeldbankwo2.nl
Ik keerde terug naar Keijenborg waar we ondergedoken zaten, in de hoop dat alles geregeld zou worden. Een week later werd de boerderij waar we verbleven echter omsingeld door ongeveer dertig Landwachters. We werden gearresteerd en naar Zeddam gebracht, waar we ons voordeden als evacuees uit Nijmegen. Na herhaalde verhoren werden we die avond vrijgelaten, op voorwaarde dat we voor de Landwacht zouden gaan werken. P. van Vessem was timmerman en moest daar timmerwerk verrichten; ik zou hem daarbij helpen. Hoewel we daar eigenlijk moesten overnachten, kregen we het voor elkaar dat we elke avond naar ons verblijfadres in Keijenborg mochten terugkeren. We stemden overal mee in, omdat we dit als een kans zagen om veilig te ontkomen. Verschillende andere gevangenen die bij dezelfde razzia waren opgepakt, werden doorgezonden naar een door de SS bewaakt pensionaat in Zevenaar. De commandant van de Landwacht, Jörissen, waarschuwde ons dat we niet moesten proberen onder te duiken; hij zou ons immers overal vinden, al zaten we tien meter onder de grond.
Op weg naar Hengelo ontstond echter het plan om juist bij de Landwacht te blijven werken en daar als spion voor de L.O. te fungeren.
Zo konden we onderduikers wellicht tijdig waarschuwen. Dit was een groot risico, aangezien er veel NSB’ers uit de regio Eindhoven rondliepen, waaronder Tolhoek, de oud-burgemeester van Sint-Oedenrode die inmiddels burgemeester van Wehl was en mij persoonlijk kende. Dit plan werd besproken met kapelaan De Jager en Frits Wansink van de L.O., die direct akkoord gingen. Ik gaf aan dat ik verantwoording moest afleggen aan mijn eigen dienst in Eindhoven en dat ik de opdracht alleen zou aanvaarden als zij erachter stonden. Toen zij vroegen of wij het risico aandurfden, antwoordden we bevestigend. In Zeddam hebben we vervolgens veertien dagen als spion gewerkt. We kregen informatie over gezochte onderduikers en leerden de werkwijze van de Landwacht van binnenuit kennen. Toen de Landwacht werd overgeplaatst naar Hengelo, zijn we gevlucht en hebben we direct een nieuw onderduikadres gezocht.
We werden ondergebracht op het kasteel ’t Kervel in Hengelo.
In het verleden in bezit van adellijke families, tijdens de Tweede Wereldoorlog had het velerlei functies: vakantieoord, school, noodziekenhuis, maar vooral schuilplaats voor joden en onderduikers.
Omdat terugkeer niet direct mogelijk was, werden we ondergebracht op kasteel ’t Kervel in Hengelo, dat was ingericht als noodziekenhuis. Van Vessem werkte daar als timmerman en ik werd aangenomen als administrateur en lid van de directie. Voor de goede orde moet ik vermelden dat ik officieel als administrateur was aangesteld, maar er was nog een andere onderduiker die geholpen moest worden. Ik stelde daarom voor om hem als administrateur te benoemen en mijzelf als waterpomper. Als lid van de directie zag ik veel mogelijkheden om nuttig werk te verrichten. We hielden ons bezig met het onderbrengen van onderduikers, Belgische vluchtelingen en Franse krijgsgevangenen. Daarnaast maakten we valse ontslagbewijzen voor mensen die bij razzia’s in het westen van het land waren opgepakt.
Vervalst bewijs met een nagemaakte handtekening, blanco zodat men de naamgegevens zelf kon invullen.
Een vals bewijs op naam van Odijk dat hem vrijstelde van werken voor de Duitsers
Deze papieren maakte ik zelf en ik vervalste de handtekeningen. Ze werden doorgegeven aan verschillende posten en uitgedeeld aan O.T.-arbeiders. Deze mensen kwamen dan met zogenaamd geldige papieren in Nederland aan, namen in Zutphen de militaire trein en werden zo naar hun woonplaats teruggebracht. We hadden daar ook een radio en gaven dagelijks berichten door onder de naam ‘Blijft Trouw’. Hierbij hadden we de volledige medewerking van de overige directieleden van het ziekenhuis. Eind februari kreeg ik het verzoek om een geheime zender te verzorgen, wat ik graag aannam. Begin maart werd er echter een inval gedaan op het kasteel door de S.D. Twee personen zochten naar partizanen die vanuit het kasteel aan spionage deden. We vluchtten in een geheime kast en werden niet gevonden. De S.D. vertrok onverrichter zake, maar we werden daarna drie weken lang bespioneerd door twee personen die het kasteel van acht uur ’s avonds tot half drie ’s nachts bewaakten. We werkten echter ’s nachts rustig door. Volgens de gegevens volgde op 1 april 1945 de bevrijding.
Eind maart 1945 vertelde opperwachtmeester Beemsterboer mij dat ik al die maanden daar was gehouden omdat er vanuit het zuiden opdracht was gekomen dat ik daar moest blijven. Zelfs na de bevrijding mocht ik niet direct naar Eindhoven terugkeren. Dit was een teleurstelling, maar plicht was plicht. De opperwachtmeester zei dat mijn vrouw en de GDN in Eindhoven altijd op de hoogte waren geweest van waar we ons bevonden. Bij onze aankomst in Eindhoven bleek echter het tegenovergestelde. Ik werd benoemd tot adjudant bij de Binnenlandse Strijdkrachten in Hengelo. We kregen na enkele dagen verlof om naar Eindhoven te gaan en contact op te nemen met mijn dienst.
De opperwachtmeester die ons deze leugens op de mouw speldde om ons daar te houden, heeft ons echter uitstekend geholpen bij het onderduiken.
Aldus naar waarheid opgemaakt,
Eindhoven, 19 april 1945
W.A.J. van de Eertwegh
Kasteel „'t Kervel” – Hengelo (Gld) – Vacantieoord
43 Kamers en Zalen – 5 H.A. eigen tuin – Tennisbaan – Bossen en Korenvelden
Hengelo (Gld), 13 maart 1945.
Aan de politieofficier bij de gemachtigde van de Rijkscommissaris in de provincie Gelderland te LOCHEM.
Hierbij wordt verklaard dat de medewerkers van de centrale evacuatiepost (bij het noodziekenhuis „Kervel” in Hengelo (G)): Wilhelmus Albertus J. van den Eergwegh,, geboren op 24 juni 1913 in Eindhoven, persoonsbewijs nr. N 53/083184, Anna Stephina E. Hovens, geboren op 17 maart 1914 in Weert (L), persoonsbewijs V 17/7600, beiden momenteel woonachtig te Hengelo (G), voor dienstzaken een dienstreis moeten maken naar Amsterdam en Utrecht.
De bovengenoemden moeten in Amsterdam bij het „Rijksmagazijn voor Geneesmiddelen” medicijnen en medische apparatuur ophalen, en in Utrecht anti-difterie-serum. Daartoe is het noodzakelijk dat zij bevoegd zijn om de IJsselsperrlinie te overschrijden.
Datum van vertrek: 17 maart 1945. Duur van de reis: ongeveer een week.
Er wordt verzocht aan de beide bovengenoemden een speciaal bewijs (Sonderausweis) te verstrekken voor het overschrijden van de IJsselsperrlinie.
Ondertekening:
De Evacuatiecommissaris voor Gelderland en Overijssel,
Mr. A. Baron van Heeckeren van Kell.
I.A. (Namens deze)
De beheerder van evacuatiekampen enz. in Gelderland (Oost). (getekend) J. Kok.
Brief van B. Beukers aan Eertwegh datum waarschijnlijk juni, juli of later in 1945
Aan de heer W.A. Eertwegh
Adjudant van de plaatselijke commandant N.B.S.
Hengelo (Gelderland)
Beste kerel,
Tot mijn grote vreugde heeft je vrouw sinds september eindelijk weer een eerste teken van leven van je ontvangen. Daarmee werd gelukkig bevestigd wat ik haar steeds voorhield: hij is een veel te bijdehand figuur om zich door de moffen uit de weg te laten ruimen! Gefeliciteerd met je welzijn in elk geval, en ik hoop dat ik binnenkort in de gelegenheid ben om je persoonlijk de hand te schudden.
Je zult genoeg te vertellen hebben sinds je nogal plotselinge vertrek. Hoewel de informatie waarvoor je op pad ging inmiddels wat verouderd is en gelukkig niet meer nodig, zul je vast zoveel hebben meegemaakt dat het een interessant verhaal wordt. Volgens de eerste berichten schijn je een behoorlijke ontsnappingskunstenaar te zijn geworden en heb je de kans gegrepen om de moffen flink te misleiden. Hopelijk heb je er geen grijze haren van gekregen.
Uit het bijgevoegde bericht van je vrouw kun je opmaken dat zij het goed maakt, ook al heeft ze de afgelopen maanden een onrustige tijd doorgemaakt. Ik vraag je daarom ook om te proberen zo snel mogelijk hiernaartoe te komen, zodat je haar volledig gerust kunt stellen. Ook je zoon wacht met ongeduld op je.
Wat je daarna gaat doen moeten we dan overleggen; ik weet natuurlijk niet wat voor werk je momenteel hebt aangenomen. Maar omdat je destijds door het Bureau Inlichtingen (B.I.) bent uitgestuurd, zullen de heren voor wie je nu werkt er vast geen bezwaar tegen hebben dat je in elk geval even verslag komt uitbrengen over je tocht. Indien nodig kun je daarna natuurlijk altijd weer teruggaan.
Mocht je ergens hulp bij nodig hebben, dan kun je contact opnemen met kapitein Van Gev?? D?ynoot [onleesbaar] of luitenant Willem Jan Schreinemachers. Zij zijn beiden verbonden aan de dienst B.I. en willen je vast wel helpen.
Als ik het goed heb begrepen, is ook Pieter van Vessem goed door alle ellende heen gekomen en is hij nog bij jou in de buurt. Breng hem namens mij de felicitaties over. Met zijn vrouw gaat het ook goed. Zij is op dit moment niet hier maar in Tholen, maar ik stuur haar een berichtje dat alles in orde is. Hij moet zich hier natuurlijk ook zo snel mogelijk laten zien; ik reken op het principe samen uit, samen thuis. Jullie kunnen vast wel even verlof krijgen. Ik vertrouw erop dat we elkaar snel weer zien.
Zelf ben ik nog steeds verbonden aan de B.I. en daar kun je me vinden als je hier aankomt.
Mijn beste wensen voor jullie beiden en een stevige handdruk,
E. Beukers
Brief maak onderdeel uit van documenten aanwezig bij verzetsmuseum.org
Na de bevrijding van Eindhoven keerde Wim van den Eertwegh terug naar zijn huis in de Ganzebloemstraat. Hoewel hij zelf de gruwelen van Duitse gevangenschap aan den lijve had ondervonden en ternauwernood aan de dood was ontsnapt, liet hij zich niet leiden door wraakgevoelens. Op 22 oktober 1945 stelde hij een indrukwekkende brandbrief op aan de Gemeenschap van Oud-Illegale Werkers (G.O.I.W.N.).
In deze brief uitte hij zijn diepe bezorgdheid over de interneringskampen in het bevrijde Nederland. Hij trok een pijnlijke vergelijking met de concentratiekampen van de dictaturen die zij net hadden verslagen. Wim zag dat duizenden Nederlanders, vaak beschuldigd van lichte vergrijpen of een kortstondig lidmaatschap van de NSB, al een jaar zonder proces vastzaten. Hij waarschuwde dat deze mensen, mede door de naderende winter en de gebrekkige rechtspraak, verbitterd zouden raken en hun vertrouwen in de nieuwe democratie en het Koningshuis zouden verliezen.
Gedreven door zijn diepe katholieke geloof en verwijzend naar pauselijke encyclieken, pleitte hij voor een menselijke behandeling. Voor Wim was het een principekwestie: de rechtsstaat waarvoor hij had gevochten, mocht niet dezelfde onrechtvaardige methodes gebruiken als de vijand. Hij stelde voor om de lichte gevallen zonder bureaucratie vrij te laten in afwachting van hun proces.
Dit document toont de uitzonderlijke morele integriteit van Van den Eertwegh. Hij gebruikte zijn status als oud-verzetsman niet om harder te straffen, maar om de beschaving en de christelijke waarden te bewaken. Zijn verhaal is daarmee compleet: hij was niet alleen een moedig soldaat in tijden van strijd, maar ook een rechtvaardig en vooruitziend burger in tijden van vrede.
..
..
Bronnen:
Bron Eertwegh verzetsmuseum.org : https://collectie.verzetsmuseum.org/ais6/Details/collect/7062
PDF met documenten van verzetsmuseum.org: https://collectie.verzetsmuseum.org/digitale-bestanden/particuliere-archieven/VMA%2018294.pdf
GDN:
Boek: Visser W.G., De Geheime Dienst Nederland: een documentair verslag over een inlichtingengroep in bezet gebied 1943-1945 (Barendrecht 1989), 352 pag. ISBN 90-71767-05-1 Uitgeven in een beperkte en genummerde oplagen, ten geleide A.M. Overwater.
Online documenten: Geheime rapporten https://www.archieven.nl/
Boek Adres Kervel-kelder, Schuilplaats voor joden, auteur W.J.M. Hermans, pagina's 220, uitg. 2006. www.uitgeverijhermans.nlIn het verleden kasteel ’t Kervel in bezit van adellijke families, tijdens de Tweede Wereldoorlog had het velerlei functies: vakantieoord, school, noodziekenhuis, maar vooral schuilplaats voor onderduikers. In de kelders van ’t Kervel, leefden zo'n 15-20 joden een jaar lang,Prive:
Wim is in 1975 gescheiden? en later getrouwd met Fridi van Boxtel, zie bidprentje hieronder.
Gegevens over personen betrokken bij GDN Eindhoven
Pennings J.M. Albertina van Nassaustraat 13 Gestel I
Wim van den Eertwegh
bidprentje