Joriscollege in Eindhoven tijdens de oorlogsjaren

 




Wat gebeurde er tijdens de Tweede Wereldoorlog op het Sint-Joriscollege in Eindhoven? Deze verhalen zijn grotendeels gebaseerd op onderzoek van Wiet van der Heijden. Het laat zien hoe de naderende bezetting het dagelijks leven beïnvloedde, bijvoorbeeld doordat leraren in militaire dienst moesten. Tijdens de oorlog werd het lesmateriaal aangepast. Ondanks een Duitse bominslag en het feit dat het gebouw uiteindelijk werd opgeëist, bleven leerlingen en personeel zich verzetten via stakingen en vaderlandslievende demonstraties. Na de bevrijding in 1944 diende de school als hoofdkwartier voor de Britse 79th Armoured Division onder leiding van generaal Hobart.

De diverse tekeningen zijn gemaakt door Google Gemini AI.

Boekomslag  Geschiedenis van het Sint-Joriscollege (1917-1977)

Geschiedenis van het Sint-Joriscollege (1917-1977)
door
A.L.J.M. (Wiet) van der Heijden

Wiet begon op 29 maart 1975 het zoeken naar mondelinge en schriftelijke bronnen, het afnemen en het verwerken van interviews, het achterhalen van illustratiemateriaal, het naslaan en verifiëren van gegevens en tenslotte het schrijven en uittypen van de tekst, welke werkzaamheden eindigden op 25 september 1977.

Wiet van der Heijden werd op 22 november 1957 te Eindhoven geboren. In 1970 werd hij als leerling aangenomen op het toenmalige Sint-Jorislyceum. Van 1973 tot en met 1976 zat hij in de redactie van het schoolblad 'Sinjoor', gedurende het schooljaar 1975-1976 was hij vice-voorzitter van het Leerlingenbestuur en tevens voorzitter van het Schoolparlement. In 1977 sloot hij zijn middelbare schooltijd op het Sint-Joriscollege af met het behalen van het diploma V.W.O. (Atheneum A).

Verantwoording:
De teksten op deze webpagina zijn een weergave van hoofdstuk 5:  De Tweede Wereldoorlog.
De tekst is hier en daar aangepast, soms aangevuld en gemoderniseerd.

Boek is aanwezig in de collectie van:  
https://www.rhc-eindhoven.nl
https://www.eindhoveninbeeld.com

De redactie van Eindhoven4044.nl komt graag in contact met de auteur.




Mobilisatie augustus 1939 in Eindhoven stationsplein.


Door de oorlogsdreiging mobiliseerde Nederland 

Onder invloed van de oorlogsdreiging mobiliseerde Nederland op de 24ste augustus 1939 een voor-mobilisatie afgekondigd; 4 dagen later de algemene mobilisatie.

Op 28 augustus 1939 kondigde de Nederlandse regering de Algemene Mobilisatie af, in reactie op de onhoudbare spanningen tussen Duitsland en Polen. Op 1 september 1939 viel nazi-Duitsland Polen binnen, wat de directe aanleiding was voor het begin van de Tweede Wereldoorlog in Europa. Na gefingeerde grensincidenten trok het Duitse leger met een Blitzkrieg (bliksemoorlog) het land binnen, waarna op 3 september Engeland en Frankrijk de oorlog aan Duitsland verklaarden.

Mobilisatie Nederland
De daadwerkelijke opkomst vond plaats op dinsdag 29 augustus 1939. De sfeer in Nederland veranderde van bezorgde neutraliteit naar een staat van gewapende paraatheid. Ongeveer 280.000 mannen, behorende tot de lichtingen 1924 tot en met 1938, moesten zich onmiddellijk melden bij hun kazernes of verzamelplaatsen. Omdat de lichting 1939 reeds onder de wapenen was voor de voormobilisatie, beschikte Nederland plotseling over een strijdmacht van bijna 300.000 man.

In een industriestad als Eindhoven kwam deze order hard aan. De stad, die destijds sterk leunde op de groeiende industrie van Philips en DAF, zag een aanzienlijk deel van haar mannelijke beroepsbevolking van de werkvloer verdwijnen. Waar normaal de machines draaiden voor consumentenelektronica en voertuigen, ontstonden nu gaten in de productielijnen. Het trein- en busverkeer vanuit Eindhoven was op 1 en 2 september 1939 alleen beschikbaar voor vervoer van militairen. Paarden en voertuigen werden gevorderd en troepenbewegingen domineerden het straatbeeld.

In sectoren als de landbouw (oogsttijd), de mijnbouw, de gezondheidszorg en de industrie ontstonden acute tekorten. Bedrijven moesten improviseren met ouder personeel of vrouwen, maar de arbeidsproductiviteit daalde landelijk. De kosten van de Nederlandse mobilisatie bedroegen ƒ 1,7 miljoen per dag.

De angst voor oorlog leidde direct tot hamstergedrag onder de bevolking. Schappen met houdbare producten als suiker, zeep en peulvruchten raakten snel leeg. De overheid had dit voorzien en activeerde de Distributiewet 1939. Dit betekende het begin van bonkaarten en rantsoenering om te voorkomen dat de prijzen door schaarste onbetaalbaar zouden worden en om de voorraden eerlijk te verdelen. Tijdens de bezetting ging bijna alles op de bon. De laatste bon verdween pas in 1952; vanaf toen was koffie weer te koop zonder bon.

Docenten van het Joriscollege opgeroepen tijdens de mobilisatie

Ook een aantal docenten van het Joriscollege werd opgeroepen tijdens de mobilisatie. Amanuensis echnische assistent op een school) L. Fiévez werd opgeroepen als gevechtsvlieger. Hij was reserve-sergeant-vlieger in IIIe Verkenningsgroep, 2e Luchtvaartregiment.

Leraar dr. H. Weijtens (Nederlands/geschiedenis) en leraar K.P.A. van Ishoven (handels- en staatswetenschappen) werden beiden gelegerd in Scheveningen bij de bataljonsstaf van het 21e Bataljon I-39e Regiment Infanterie. Weijtens diende hierbij als eerste luitenant en Van Ishoven als sergeant-administratie. De heer Weijtens werd kort daarna bevorderd tot kapitein-adjudant.

In november 1939 trad leraar F. Geraedts (aardrijkskunde) in dienst als soldaat-administratie bij een infanterieonderdeel en werd gelegerd in Tilburg. Vlak voor mei 1940 werd hij overgeplaatst naar Den Haag.

Leraar F. Overing (Duits) was als officier gelegerd in de Peel-Raamstelling.

Voorpagina van Noordbrabantsch dagblad, 10 mei 1940
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010313606

Duitse inval 10 mei 1940

Op vrijdagmorgen 10 mei 1940, na voorbereidende acties door als Nederlandse militairen verklede Duitsers, overschreden rond 4.00 uur Duitse troepen de Nederlandse grens.

De proclamatie van koningin Wilhelmina stond op 10 mei in diverse dagbladen. In Eindhoven verscheen pas op 11 mei 1940 een krant, maar zonder deze proclamatie. De eerstvolgende Eindhovense krant verscheen pas op 21 mei 1940; toen konden de Eindhovenaren de koninklijke bekendmaking alsnog lezen.

Proclamatie H&M de Koningin 

‘Mijn volk. Nadat ons land met angstvallige nauwgezetheid al deze maanden een stipte neutraliteit had in acht genomen en terwijl het geen ander voornemen had dan deze houding streng en consequent vol te houden, is in den afgeloopen nacht door de Duitsche Weermacht zonder de minste waarschuwing een plotselinge aanval op ons gebied gedaan. Dit niettegenstaande de plechtige toezegging dat de neutraliteit van ons land zou worden ontzien, zoolang wij haar zelf handhaafden. Ik richt hierbij een vlammend protest tegen deze voorbeeldlooze schending van de goede trouw, een aantasting van wat tusschen beschaafde staten behoorlijk is. Ik en mijn Regeering zullen ook thans onzen plicht doen. Doet gij den uwen, overal en in alle omstandigheden, ieder op de plaats waarop hij is gesteld, met de uiterste waakzaamheid en met die innerlijke rust en overgave waartoe een rein geweten in staat stelt.’

Wilhelmina

Mogelijk vloog Sergeant-vlieger L.J.M. Fiévez in een Fokker D 21
Na de oorlogsdagen, tijdens de bezettingsjaren en na de oorlog heeft  L. Fiévez gewoon gewerkt op het Sint Joris college. Maart 1955 werd het vijf-en-twintig jarig jubileum van zijn amanuensis schap gevierd, de heer L. Fiévez was op dat moment 22 jaar in dienst geweest van het Catharina lyceum en drie jaar van het Sint Joris college.
Foto Fokker D 21 : https://beeldbankwo2.nl

Twee oorlogsvluchten. 

Sergeant-vlieger L.J.M. Fiévez maakte twee oorlogsvluchten. Tijdens de eerste bombardeerde hij het door Duitse parachutisten bezette vliegveld Valkenburg; tijdens de laatste viel hij Duitse Junkers (transportvliegtuigen) aan op de stranden bij Scheveningen. Terwijl hij wegvloog werd hij beschoten door Duitse grondtroepen; een kogel drong tussen zijn linkerbovenarm en linkerzijde in zijn leren jas. Meteen dook hij met ratelende mitrailleurs op de vijandelijke stelling.

Kapitein Weijtens, sergeant Van Ishoven en soldaat Geraedts raakten in gevecht met Duitse parachutisten.

I

Eindhoven. St. Joris College en St. Catharina Lyceum. Elzentpark.
Ansichtkaarten collectie Jan Spoorenberg

De bezetting van Nederland

Met de bezetting van Eindhoven brak tevens een moeilijke en onzekere tijd aan voor het Sint-Joriscollege en het Sint-Catharinalyceum. Terwijl andere grote gebouwen door de Duitsers werden gevorderd, bleef het schoolgebouw dit lot bespaard. Was dit te danken aan de Duitse burger Karl Hübler? Hübler was voor de oorlog werkzaam als chef-monteur bij Burgers Verwarmingsindustrie. Tijdens de bezetting was hij door de Duitse autoriteiten aangesteld als hoofd van de afdeling Vorderingen. Vermoedelijk liet hij de school met rust omdat hij bevriend was met rector-directeur Van den Donk en omdat zijn twee zoons, Willibald en Wolffgang, op het Sint-Joriscollege zaten. De medeleerlingen konden over het algemeen redelijk overweg met deze jongens. Hetzelfde gold voor het Sint-Catharinalyceum waar twee Duitse meisjes, Helga en Gisela Reiner, les kregen, enkele incidenten met de fel Duitsgezinde Helga daargelaten.⁴

Na de bevrijding is het dossier van Karl Hübler behandeld door de procureur-fiscaal. Zijn zonen Wolffgang en Willibald (2-12-1927) zijn mogelijk in verband gebracht met de Hitlerjugend. In die periode was het voor Rijksduitsers bijna verplicht om hun kinderen bij een nationaalsocialistische jongerenorganisatie aan te melden.

Helga en Gisela Reiner en hun ouders zijn na de bezetting waarschijnlijk naar Duitsland vertrokken.

Na de oorlog bleef de familie Hübler niet lang meer in Eindhoven. „Alle Rijksduitsers moesten het land uit”, memoreert Wim en  zijn vrouw Ton Luiten in het ED. „Jammer, want de Hüblers waren heel fijne mensen.”

Theo van den Donk (1889 - 1984)

Rector: Drs. Th. H. M. van den Donk

Theo van den Donk was van 1917 tot en met 1952 de eerste rector van het Sint-Joriscollege voor jongens en het Sint-Catharinalyceum voor meisjes. Hij woonde tegenover de school aan de Jan Smitzlaan 20. De twee scholen en de leerlingen van beide geslachten werden streng gescheiden gehouden; hier werd zelfs na schooltijd op gecontroleerd.

Tijdens de bezettingsjaren was Van den Donk actief in een vorm van verzet. Zo stond hij toe dat conciërge Sjef Schoonhen tijdelijk onderdak verzorgde voor Joodse onderduikers. Waarschijnlijk heeft hij ook leerlingen geholpen die gevaar liepen. Vanwege deze activiteiten is hij vermeld op de geballoteerde lijst van de Gemeenschap Oud-Illegale Werkers Nederland (G.O.I.W.N.).
Na zijn rectorschap was hij van 1953 tot 1962 gemeenteraadslid voor de Katholieke Volkspartij (KVP). In 1956 ging hij met pensioen.

Zo veranderde men in een taalboek ‘Leve de Koningin’ in ‘Leve de Meester’.
Tekening gebaseerd op foto van een klaslokaal van het Sint-Joriscollege 1939.

Schoolboeken worden aangepast 

In juni 1940 moesten boeken waarin sympathie voor het vorstenhuis tot uiting kwam of die op enige andere wijze afbreuk deden aan de ‘nieuwe orde’, van de boekenlijst worden geschrapt. Als het slechts kleinigheden betrof, moesten deze met Oost-Indische inkt of opplakbare strookjes worden gecorrigeerd. Zo veranderde men in een taalboek ‘Leve de Koningin’ in ‘Leve de Meester’.⁵

De kern van die richtlijnen bestond uit de ‘wens’ van de Duitse autoriteiten ‘in geen enkel opzicht afbreuk te doen aan de voor het Duitse Rijk en volk van hun karakteristieke levenshouding.
Voorts mochten boeken niets bevatten wat getuigde van een vijandige houding tegenover het Duitse Rijk op welke manier dan ook.  Vermeldingen over het huis van Oranje dienden streng objectief te zijn.


Bommen op Joriscollege

In de nacht van 27 op 28 november 1940 verscheen een vliegtuig boven Eindhoven.

De luchtbeschermingspost op het Van Abbemuseum rapporteerde het volgende:

22.51 uur. Uit ’t Zuid-Oosten naderen weer vliegtuigen.
22.54 uur. Bom gevallen in de Elzent en zwaar afweergeschut. Waarschijnlijk richting Lyceum. Vliegtuig met lichten aan heeft bom geworpen. Luchtalarm!’⁶


Twee bommen vielen op het schoolterrein. De eerste drong door de twee bovenverdiepingen van de verbindingsgang tussen het hoofdgebouw en de jongensvleugel aan de Elzentlaan en explodeerde gedeeltelijk in de kruipruimten onder de school. Door de ontploffing werd het middenstuk verwoest en werden in een groot gedeelte van het gebouw de plafonds gelicht. Verschillende muren raakten ontzet, de vloeren zaten vol scheuren, verf sprong van het houtwerk, kozijnen waren ontzet of gedeeltelijk versplinterd, het betonwerk in de fundering was ernstig beschadigd en tot slot sneuvelden bijna alle ruiten. De tweede bom explodeerde precies op de hoek van het schoolterrein, aan de kruising Jan Smitzlaan/Jacob Catslaan.⁷

Het dagboek van Fiek Fast schrijft op 26 (een vergissing v/d datum) november 1940. Luchtalarm van 10.50-11.50. Een bom komt op het St. Joris-college terecht, en een tijdbom vernielt een paar huizen. Een zwaargewonde. Voor de eerste maal erkennen de Duitsers, dat dit eigen bommen geweest zijn.”
https://eindhoven4044.nl/4/bezetting_eindhoven_1940_1944.html

Het zijn Duitse bommen

De ochtend na de bominslagen verschenen twee Duitse luchtmachtofficieren van de vliegbasis Eindhoven om de schade in ogenschouw te nemen.

In de school onderzocht een van hen de bominslag in de verbindingsgang. Terwijl hij weer uit het gat klom, knipoogde hij tegen zijn collega.

Amanuensis Fiévez vermoedde dat er iets niet in de haak was. Volgens de officieren was het een Britse bommenwerper geweest die wegens schade door Duitse luchtafweer (‘Flak’) of nachtjagers zijn bomlading in nood had moeten afwerpen. Vermoedend dat de waarheid wellicht anders lag, besloot de amanuensis zelf op onderzoek uit te gaan. In het gat vond hij een blokje – volgens hem – trotyl (TNT springstof) met een Duits merkteken.⁸
Afgezien van dit vermeende feit, is de meest aannemelijke theorie dat een Duitse bommenwerper een noodlanding bij Eindhoven moest maken – hij vloog met de lichten aan – wegens beschadigingen door Britse luchtafweer of jagers (de ‘Battle of Britain’ was in volle gang) en daarvoor zijn bommenlast moest afwerpen.

Ansichtkaarten collectie Jan Spoorenberg

Herstel van het gebouw.

Al snel werd begonnen met het herstel van het gebouw. Nadat de vele gebroken ruiten waren vervangen, er een noodvoorziening voor de verwarming was getroffen en alle direct noodzakelijke reparaties waren verricht, kon het onderwijs op 5 december 1940 voor het grootste deel van de klassen hervat worden. Het herstel van de zware verwoestingen in de verbindingsgang vorderde snel en werd vermoedelijk in januari 1941 afgerond. De totale kosten van het herstel bedroegen ƒ 15.092,05.⁹

Het grootseminarie in Haaren, kort voor het einde van de oorlog. De Duitsers gebruikten het als gijzelaarskamp.

Leraar Engels Spijkerman gegijzeld

Op 13 juli 1942 werd leraar A.J.M. Spijkerman (leraar Engels) ’s nachts door de ‘Grüne Polizei’ gearresteerd en naar het gijzelaarskamp in Haren getransporteerd.

Hij was een van de vele gegijzelden (ruim 750) die als dwangmiddel werden gebruikt om sabotagedaden van het verzet te voorkomen.
Meteen organiseerde de heer Van Ishoven een fonds om de gedupeerde familie Spijkerman te helpen, evenals de familie Van de Griendt, waar meerdere kinderen langdurig ziek waren. Gelukkig kwam de gegijzelde na vijf maanden weer vrij, samen met andere huisvaders met vijf of meer kinderen.¹⁰
meer informatie:
https://eindhoven4044.nl/9/Gijzelaars.html

Het rood-wit-blauw linten protest in Sint-Catharinalyceum
waarschijnlijk in 1940 

Leerlingen protest

Het viel te verwachten dat leerlingen uiting zouden geven aan hun vaderlandse gevoelens en verzet. Zo verscheen op een van de feestdagen van het vorstenhuis een klas meisjes zonder uitzondering met gekleurde haarstrikken. De rechterrij had grote blauwe strikken, de middelste witte en de linkerrij rode in het haar. Daarbij zat de hele klas zo kaarsrecht de leraren aan te kijken, dat dit een demonstratie op zichzelf was.¹¹

Op diezelfde dag meende een aantal leerlingen van het Joristcollege dat zij recht hadden op een vrije dag. Zij gingen naar de Markt en bestelden op een van de terrasjes ieder een glas met een oranjekleurige drank. Met deze glazen op een tafeltje zaten ze naar de voorbijgangers te kijken totdat de conciërge kwam smeken of ze ermee op wilden houden, aangezien dit nare consequenties kon hebben voor directeur Van den Donk. Daarop vertrokken ze weer richting school.¹²

Het nieuws verspreidde zich snel.

 Luisteren naar de Engelse zender 

Natuurlijk werd door veel leerlingen thuis naar de Engelse zender geluisterd. Dit nieuws werd zonder enige schroom onder de leerlingen besproken. Het was opvallend hoe een les ’s middags soms met glunderende gezichten gevolgd werd als bijvoorbeeld een bericht dat de ‘Bismarck’ tot zinken was gebracht nog net om 13.00 uur was doorgekomen.¹³

Toen de toestand gevaarlijker werd, bracht rector-directeur Van den Donk zijn eigen radio van zijn huis – aan de Jan Smitzlaan – over naar een van de zolders van de school. Gebruikmakend van het nachtelijk duister ging hij dan met zijn zoons even naar de overkant van de straat om naar het nieuws te luisteren. Dit ging elke keer goed, op één keer na, toen zij bijna werden beschoten door een patrouille.¹⁴


De jeugdige onvoorzichtigheid

illegale krantjes in de klas

In die tijd was een van de vele illegale krantjes, die door geallieerde vliegtuigen boven Nederland werden uitgeworpen, een welkome nieuwsbron. Het merendeel van de leerlingen liep met verscheidene exemplaren van deze lectuur, die in die dagen zelfs handelswaarde bezat, in de boekentas rond. Niettemin was een docent nooit genoodzaakt om een dergelijk krantje in beslag te nemen, ‘in tegenstelling tot de jeugdige onvoorzichtigheid’.¹⁵

Leerlingen solidair met de stakers.

Staking 

Toen eind april 1943 grote stakingen uitbraken in heel Nederland – ook bij Philips, waardoor zeven personen werden gefusilleerd – vond een incident plaats op het Sint-Joriscollege. Op een ochtend waren de meisjes gewoon naar binnen gegaan, maar de jongens bleven buiten, solidair met de stakers. Rector-directeur Van den Donk was woedend, maar de directeur van de HBS, de heer Dr. P.J. van Eck, weigerde de jongens binnen te halen. De gemeentepolitie werd erbij gehaald maar kon niets anders doen dan de Joristen naar huis sturen en hopen dat de Duitsers niets zouden merken, wat gelukkig ook niet gebeurde.¹⁹

De Duitser vraagt de weg naar de gymzaal. De leraren, die beiden Duits doceren en het prima spreken doen eerst alsof ze hem niet begrijpen. Vervolgens geeft docent Stoffers een instructie die voor de onwetende Duitser klinkt als een commando om als een hond te blaffen voor de voordeur..

Het woord bellen (in het Duits) = blaffen

De Duitsers hadden de school dan wel niet zelf bezet, maar bepaalden wel dat Duitse militairen gebruik mochten maken van de gymzalen. Zo verlieten leraar Dr. J. Stoffers Sr. (Duits) en lerares Mej. dra. L. Koch (Duits) de school toen er een zwaargebouwde Duitser in de voortuin verscheen en naar ‘die Turnhalle’ vroeg. De heer Stoffers richtte zich vragend tot Mej. Koch, die weer vragend van de Duitser naar haar collega keek. Beiden haalden hun schouders op en keken de Duitser aan, die al ongeduldig werd. De heer Stoffers kreeg echter een goede inval. Hij richtte zich tot de Duitser, maakte met de rechterhand een V-teken om het getal twee aan te duiden en zei: ‘Bellen.’ (Het woord bellen in het Duits betekent blaffen). Na deze pantomime, die hen beiden op een strafkamp had kunnen komen te staan, verdwenen zij.²⁰

Spotprent op Mussert, getrouwd met zijn 18 jaar oudere tante.
"Wie een nieuwe staat wil bouwen, moet niet met zijn tante trouwen".
 spotprent bron: https://beeldbankwo2.nl

Mussert's tante

Leraren en leerlingen moesten wel degelijk oppassen met wat zij zeiden of deden. Naast Helga Reiner zat op het Sint-Joriscollege een jongen wiens vader lid van de NSB was. Zelf was hij lid van de ‘Jeugdstorm’ en verscheen op nazifeestdagen of verenigingsdagen in uniform op school. Toen een leerling hem eens een ‘gevonden’ papier overhandigde met daarop een spotvers op Musserts tante (met wie Mussert getrouwd was) met de woorden: ‘Dat moet jij verloren hebben, dat kan niemand anders zijn!’, gaf hij deze leerling aan bij de Duitse autoriteiten. De leerling werd gearresteerd en streng verhoord, maar gelukkig liep de zaak met een sisser af.

Ook als iemand ‘ozo’ – Oranje Zal Overwinnen – in zijn agenda had geschreven, maakte hij moeilijkheden, maar in zo’n geval zijn de Duitsers nooit tot maatregelen overgegaan.²¹


Meisje maakte een verkering uit met een jongen die voor de SS tekende. Het meisje schreef de jongen een boze brief die begon met ‘Geachte landverrader’, 

‘Geachte landverrader’

Iets soortgelijks maakte rector-directeur Van den Donk mee, toen een meisje uit de 5e klas eindexamen MMS verkering had met een jongen die voor de SS tekende. Het meisje schreef de jongen een boze brief die begon met ‘Geachte landverrader’, waarop de jongen en een vriend haar uit huis haalden en naar de politie brachten. Een bedroefde moeder belde de rector op, waarop deze meteen contact opnam met een ‘goede’ politiebeambte, de heer Verhoeven. Deze adviseerde de rector naar Weber – hoofd van de Sicherheitsdienst (SD) in Eindhoven – te gaan. De rector deed dit en vroeg W. Weber te spreken. Hij werd toegelaten en zei hem: ‘Ik kom U om een gunst vragen, maar voorop moet ik stellen, dat ik op het standpunt van Nederland sta en anti-NSB ben.’
Daarop legde hij het hele geval uit en Weber zei dat hij zou kijken wat hij kon doen. De rector ging naar huis, maar kreeg daar aangekomen bericht zich onmiddellijk weer naar Weber te begeven. Hij keerde terug en vond het meisje op Webers bureau. Weber had de bewuste brief voor zich liggen en zei tegen het meisje: ‘Dat je je relatie met deze jongen verbreekt moet je zelf weten, maar je mag hem niet voor landverrader uitschelden. Dit zou je met je dood kunnen bekopen. Wil je beloven dat je dit nooit meer zult doen?’ Zij antwoordde bevestigend, waarop Weber vervolgde tegen de rector: ‘En kunt U daarvoor instaan?’ Ook de rector antwoordde bevestigend en mocht het meisje meenemen.²²

W. van de Griendt
Bron foto boek Joriscollege pagina 47

Leraar W. van de Griendt in verzet

Leraar W. van de Griendt (Frans) vond meteen na het begin van de bezetting zijn bestemming bij het NSF (Nationaal Steunfonds), de ‘financier van het verzet’. Dit fonds verleende oorspronkelijk steun aan de gezinnen van zeevarenden, maar later ook aan die van Engelandvaarders, militairen en marechaussees.

Tevens was hij betrokken bij het distribueren van door Engeland geleverde wapens, pilotenhulp, de organisatie van de ontsnappingsroute naar Engeland en hulp aan onderduikers.²³

Na de bevrijding en de hervatting van de lessen had leraar Van de Griendt onvoldoende tijd om nog onderwijs te geven. Hij was bevorderd tot kapitein en benoemd tot officier-fiscaal bij het Bijzonder Gerechtshof in ’s-Hertogenbosch, waar hij gemachtigd was tot arrestatie en vrijlating van politieke delinquenten. Dit hield in dat hij duizenden dossiers moest nakijken van personen van wie men vermoedde dat zij ‘fout’ waren geweest. Ook moest hij velen van hen in de betreffende kampen ondervragen. Tot slot diende hij advies te geven over de strafmaat. Dit bleef hij doen tot 1949. Later in zijn leven kreeg hij het Verzetsherdenkingskruis aangeboden, maar hij weigerde deze onderscheiding omdat hij vond dat te veel personen deze kregen die hem niet hadden verdiend.⁴⁴

Meer over NSF: https://eindhoven4044.nl/50/iman-j-vanden-Bosch.html

In boek werd de naam Dr. H.P.A.M. (Harrie) Weijtens als Weytens geschreven.
Foto van hem door Google Gemini omgezet in een tekening.
Bron foto boek Joriscollege pagina 47

Leraar Dr. H.P.A.M. (Harrie) Weijtens:

Tijdens de mobilisatie in 1939 werd leraar dr. H. Weijtens (Nederlands/geschiedenis) gelegerd in Scheveningen bij de bataljonsstaf van het 21e Bataljon I-39e Regiment Infanterie. Weijtens diende hierbij als eerste luitenant. Nog voor de Duitse inval werd hij bevorderd tot kapitein-adjudant. Weijtens raakte in de meidagen van 1940 in gevecht met Duitse parachutisten. Na de overgave van Nederland was hij tot juni 1940 krijgsgevangene. Daarna was hij als leraar vrijgesteld van werken in Duitsland.

Hij sloot zich in september 1944, nog voor de bevrijding van Eindhoven, aan bij de Binnenlandse Strijdkrachten (BS), omdat men een ‘bijltjesdag’ – wraakacties op collaborateurs – wilde voorkomen. Samen met een wachteenheid schoot hij na de bevrijding twee vijandelijke toestellen neer bij de vliegbasis Eindhoven.

Hij bleef in dienst en vertrok met de rang van kapitein naar Antwerpen, waar hij werd ingedeeld bij de verdediging van de havenwerken. Daarna ging hij naar Jabbeke (België), waar hij een functie had bij de bewaking van een krijgsgevangenkamp. Ten slotte vertrok hij naar Zuid-Limburg, waar hij bij een NSB-gevangenkamp eenzelfde functie bekleedde. Na een verblijf op de vliegbasis Volkel keerde hij terug naar Eindhoven.

De militaire autoriteiten vonden zijn kwaliteiten als officier zo onmiskenbaar dat zij hem in Deventer wilden aanstellen als commandant van een bataljon. Op aandringen van Weijtens werd deze benoeming geannuleerd. Hij zwaaide af met de rang van majoor, waarna hij zijn loopbaan als leraar aan het Sint-Joriscollege voortzette.⁴³

Karel Smits (1925 -1946)
Tekening op basis van een foto, pagina 41

Verzet door HBS-leerling Karel Smits

In de loop van de oorlog raakte HBS-leerling Karel Smits steeds meer betrokken bij het ondergrondse werk. In tegenstelling tot de heer Van de Griendt, die organisatorisch werk verrichtte, nam Karel deel aan gevechtsacties. Er ontstond een gevaarlijke situatie toen enkele Duitse agenten uit Ommen in Eindhoven onderduikers kwamen ophalen. De agenten werden opgewacht en door Karel en zijn kameraden onder vuur genomen. Helaas misten zij hun doel, maar ze wisten wel te ontkomen. Ook een tweede poging werd ondernomen, maar die mislukte eveneens. Voordat het tot een derde poging kon komen, werden de agenten overgeplaatst, waarmee een einde kwam aan de jacht op onderduikers. Nog gevaarlijker werd het toen de Ondergrondse vernam dat de ‘Höhere SS- und Polizeiführer’ Hanns Rauter, chef van de SS in Nederland, een bezoek aan Eindhoven zou brengen. De gehele dag stond Karel met een geladen revolver op de hoek van de Wal en de Grote Berg om Rauter op te wachten. Gelukkig voor Rauter ging zijn bezoek niet door. In het najaar van 1943 werd Karels naam bekend bij de bezetter en moest hij onderduiken.²⁴

Aanvulling: Na de bevrijding ging Karel naar Nederlands-Indië, waar hij als Marinier 3e Klasse, op 19 augustus 1946 nabij Soerabaja sneuvelde.

Conciërge Sjef Schoonhen

Conciërge Sjef Schoonhen, wonende op Jacob Catslaan 23 was bevriend geraakt met het Joodse echtpaar De Jongh, dat aan de Jacob Catslaan 14 woonde. Bij dreiging van razzia’s verborg hij Samuel en Regina de Jongh in zijn huis, later zelfs een tijdje op de zolder van het hoofdgebouw van het Joriscollege.²⁵
Het echtpaar dook nadien onder in Waalre, waar het echtpaar werd verraden en later in Sobibor werden vergast. Hun oudere kinderen overleefde de oorlog op een ander onderduik adres.
Meer info bij Waalre: eindhoven4044.nl/9/duikadressen.html 

De school was tenslotte zo bekend om haar pro-Engelse gezindheid, dat op een ochtend een bordje aan de schoolpoort hing met de tekst: ‘Hier heerscht de Engelsche ziekte’. Wie het daar heeft opgehangen is altijd een raadsel gebleven; buiten kijf staat dat het iemand met Duitse sympathieën is geweest.²⁶

Op 14 september 1942 werd op sobere wijzen en met een sportdag het jubileum gevierd.
Overzicht van diverse krantenberichten uit 1942 en 1943.

Gebrek aan alles

Het geven van onderwijs werd nu door allerlei omstandigheden bemoeilijkt: door gebrek aan brandstof tijdens de wintermaanden was het gebouw niet te gebruiken, zodat men tijdelijk moest verhuizen naar de Philipsbedrijfsschool.

Soms kon dat echter niet en werd de school voor onbepaalde tijd gesloten.²⁷

Vanaf 15 april 1943 verleende de school ook onderdak aan het GLE, waarvan de banken verbrand waren (...) en het Gymnasium Augustinianum, waarvan het gebouw gevorderd was.²⁸

Er was tot slot niets sensationelers voor de jeugd dan te proberen uit de ramen te hangen tijdens luchtalarm, of te trachten naar buiten te komen en daar naar de witte condensatiestrepen te kijken die soms een fantastisch schouwspel boden.²⁹

De bevrijding komt dichterbij

Op dinsdag 6 juni 1944 begon om 6.30 uur de invasie van Normandië door geallieerde troepen. De luchtactiviteit boven Eindhoven nam aanzienlijk toe en meermaals werd het onderwijs verstoord door luchtalarm. Hiervoor had men echter vlijtig geoefend; overal stonden emmers met zand en bezems klaar om branden te bestrijden en onder de Joristen waren brandwachten aangesteld. Gelukkig waren de luchtalarmen niet frequent. Overigens hechtten de leerlingen er weinig waarde aan wanneer er luchtalarm gegeven werd; de meldingsdienst was tamelijk onbetrouwbaar gebleken. Het voorschrift dat de leerlingen tijdens luchtalarm in de gangen met de rug tegen de muur moesten staan, werd slechts met de grootste moeite opgevolgd. Volgens rector-directeur Van den Donk was dit psychologisch te verklaren als totale verachting van de oorlogsinspanning van de Duitsers. Er was tot slot niets sensationelers voor de jeugd dan te proberen uit de ramen te hangen tijdens luchtalarm, of te trachten naar buiten te komen en daar naar de witte condensatiestrepen te kijken die soms een fantastisch schouwspel boden.²⁹

Leerlingen proberen de opmars van de geallieerden troepen bij te houden.

Geruchten

Op 28 augustus 1944 bereikten de eerste geruchten de stad dat de geallieerde legers bij Turnhout waren doorgebroken (in werkelijkheid is Turnhout pas op 23/24 september '44 bevrijd) en dat er al fronttroepen waren gesignaleerd op wegen naar Reusel (pas op 3 oktober 1944 bevrijd), Lage Mierde e.a. Het kanongebulder, hoorbaar in de stad, nam met het uur toe en de luchtactiviteit werd met de dag groter.³⁰
I

Aan het einde van dezelfde maand schreef directeur van de HBS, Dr. P.J. van Eck, in zijn beschouwing over het schooljaar 1943-1944: ‘Intussen ziet het er alleszins naar uit, dat de bezetter zich spoedig van hier zal terugtrekken en dan – misschien – voor korten tijd nog beslag zal leggen op ons schoolgebouw. Met grote dankbaarheid mogen we getuigen, dat het tot heden toe steeds gelukt is, ons schoolgebouw uit handen van den bezetter te houden. Moge dit lukken tot de geallieerde troepen hier zijn en den bezetter hebben verslagen.’³¹

Deze soldaten sliepen in de jongensvleugel, op de begane grond, rechts naast de zijingang (lokalen 5 en 7). Voor ze de volgende ochtend opbraken, hielden ze eerst een lang beraad over de vraag of ze een van de paarden – dat zo uitgeput was dat het na een nacht rust nog bijna niet vooruit kon – achter zouden laten. Uiteindelijk namen ze het toch mee; blijkbaar kon het dier zelfs dood in Duitsland nog van nut zijn. Het schoolgebouw bleef verder leegstaan tot aan de bevrijding.³²

Het schoolgebouw gevorderd

Toen de geallieerde troepen Eindhoven naderden en men ’s avonds de lichtende explosies van geschut en bombardementen al kon waarnemen, werd het gebouw op maandag 4 september 1944 plotseling gevorderd. Het werd volgeladen met stro om zo een zachte ligplaats te bieden aan de troepen die zich naar hun ‘Heimat’ terugtrokken.

Diezelfde avond arriveerde een afdeling gevechtstroepen, vermoedelijk Oostenrijkers, die zich zeer gedisciplineerd gedroegen en de volgende dag weer vertrokken.

Enige uren na hun vertrek kwam er een grote sleepwagen aan, beladen met vermoeide, sjofel uitziende Duitsers. Zij gedroegen zich onbeschoft en lomp. Ze hadden blijkbaar een verre tocht achter de rug; de meegenomen paarden waren nog meer uitgeput dan de mannen zelf. Inmiddels hadden de conciërges ijlings de kolenvoorraad onder het aardrijkskundelokaal verstopt, uit angst voor roof.

Bevrijding Eindhoven 18 september 1944

Zondag 17 september 1944

Op zondag 17 september 1944 startte de geallieerde operatie ‘Market Garden’: een snelle doorstoot uit het reeds bevrijde Belgische gebied over de lijn Valkenswaard - Eindhoven - Son - St.-Oedenrode - Veghel - Uden - Grave - Nijmegen - Arnhem - Nunspeet. Uit die positie zou een aanval op het Roergebied mogelijk zijn. Rond 11.00 uur ’s ochtends verscheen een grote luchtvloot boven Eindhoven die – bestaande uit Lancasters en Amerikaanse B-17’s (zgn. ‘Vliegende Forten’) – vele bommen op Best en Son liet neerkomen. Om kwart over twaalf kwamen nog wat vliegtuigen terug om de – inmiddels echter opgeruimde – Duitse luchtafweerstellingen bij de ‘IJzeren Man’ te bestoken. Voor in de middag trok opnieuw een luchtvloot over. Dit keer transportvliegtuigen, waarvan vele aan kabels zweefvliegtuigen voortsleepten. Daaromheen zwermden de jagers: Lightnings en Spitfires. Er was weinig Duitse afweer, maar toch werden er een paar transportvliegtuigen neergeschoten.

Landing bij Son

De U.S. 101st Airborne Division – bijgenaamd ‘Screaming Eagles’ – onder bevel van majoor-generaal Maxwell D. Taylor landde bij Son. Tegen de avond waren de Amerikanen erin geslaagd een klein bruggehoofd over het Wilhelminakanaal in de richting van Eindhoven te leggen. Dit zou de volgende dag de uitgangsstelling worden voor de aanval op de stad. Eindhoven had vanaf de daken gezien hoe de bevrijders noordelijk van de stad waren geland. Dat betekende het einde van de bezetting. Radio Oranje gaf om vijf uur berichten over de luchtlandingen en instructies voor de binnenlandse strijdkrachten en de bevolking. De Duitsers bliezen alle installaties rondom het station op. Diezelfde dag werd Valkenswaard bevrijd door het Britse 30e Corps onder bevel van luitenant-generaal Brian G. Horrocks. Die nacht klonk voortdurend het gebulder van de Britse artillerie.

Op maandagochtend 18 september 1944 begon de Amerikaanse aanval vanuit Son. Eindhoven lag tussen twee fronten. Duitse soldaten liepen door de binnenstad met ‘pantservuisten’ – een licht anti-tankwapen – onder de arm; niettemin bleven de Eindhovenaren winkelen. Woensel werd bevrijd en even na het middaguur kwam op de Amerikaanse radiopost – gevestigd in de toren van Vlokhoven – het volgende bericht binnen:
‘We hebben het centrum van de stad bezet. We zitten op de vier bruggen over de Dommel.’
Het wachten was nu op de Britse grondtroepen. Hier en daar werd op straat nog gevochten. Parachutisten haalden Duitsers uit de huizen, die met de handen omhoog voor hen uit moesten lopen. Anderen werden gedwongen languit op straat te gaan liggen, totdat versterking was gearriveerd om de krijgsgevangenen over te nemen. Na hevige gevechten rond Aalst wisten de Britse troepen – tanks van de Guards Armoured Division – de toegang tot Eindhoven van Duitse tegenstand te zuiveren, waarna zij met grote snelheid Eindhoven rond 19.00 uur binnenreden. Honderden tanks en gevechtswagens reden via de Aalsterweg, de Stratumsedijk, Rechtestraat, Demer, over de Woenselse overweg, Fellenoord, Boschdijk, Frankrijkstraat, Woenselsestraat en Vlokhoven richting Son.³³

Parkhotel: tanks en pantserwagens van het Britse 2de Leger.
Bron RHCe, foto: Arnold W.M. van der Heijden

Bivak in Elzentpark

Op dinsdagochtend 19 september 1944 hadden Britse soldaten langs de straten en in het park langs de Dommel hun bivak opgeslagen. Overal zag men hen eten koken en hun uitrusting in gereedheid brengen. Kort na het ontbijt kwam townmajor Maidment – de militaire stadscommandant – vergezeld van een hooggeplaatste officier, beleefd vragen of de rector het schoolgebouw ter beschikking wilde stellen van het in- en doortrekkende Britse leger, dat het wenste te gebruiken als lazaret. ’s Middags verwijderden verkenners het Duitse stro, dat voorlopig werd opgeslagen op het schoolterrein.³⁴

Die avond bombardeerde de Duitse luchtmacht de stad, gesteund door het ontbreken van afweergeschut. Een van de vele bommen raakte de nieuwe gymzaal (afgebouwd in 1939), die pas in september 1948 weer in gebruik kon worden genomen.³⁵

Engelstalig boek over majoor-generaal Sir Percy C.S. Hobart.
Titel: Hobart's 79th Armoured Division at War
Invention, Innovation and Inspiration. ISBN: 9781526731524 uitgave 2018

Generaal-majoor Percy Hobart 

Op woensdag 20 september 1944 werden kleinere afdelingen, die zich min of meer op eigen gezag in de ruitloze school hadden gevestigd, eruit verwijderd door hogere autoriteiten. In plaats van er het voorgenomen lazaret te vestigen, werden er vluchtelingen uit de frontzone – zgn. ‘displaced persons’ – gehuisvest. Die dag werd nog steeds hevig gevochten bij Son.³⁶

Op vrijdag 22 september 1944 namen de eerste eenheden van het Divisional HQ van de 79th Armoured Division  onder bevel van majoor-generaal Sir Percy C.S. Hobart, KBE, CB, DSO, MC, het schoolgebouw in bezit.

[Generaal-majoor Percy Hobart was een van de sleutelfiguren in de gepantserde oorlogsvoering van de Tweede Wereldoorlog. De vele specialistische wapens die Hobart uitvond, zijn nog steeds een bron van interesse. De 79e Pantserdivisie, die Hobart oprichtte, trainde en aanvoerde, speelde een cruciale rol in het succes van de D-Day-landingen en de opmars naar Duitsland.

https://en.wikipedia.org/wiki/Percy_Hobart ]

Majoor-generaal Sir Percy C.S. Hobart in een klaslokaal.

Nadat zij zich volledig hadden geïnstalleerd, bood het gebouw het volgende beeld:
De banken werden grotendeels op de gang gezet en de lokalen op de begane grond werden voornamelijk ingericht als kantoren waar vrouwelijke militairen zaten te werken, en verder als magazijnen. De garderobe aan de jongenskant op de begane grond werd manschappenkeuken (de zoldering bleek later zwart te zijn geworden van het bakken van de ‘bacon and eggs’); de gang naar de achteruitgang van het hoofdgebouw werd officierskeuken en de docentenkamer officiersmess. De rectorskamer werd verblijf voor de aalmoezenier en lokaal 102 (1e etage, meisjeskant, achterste lokaal links) diende als werkkamer van de commandant van de divisie, generaal Hobart. 

"In de benedengang van het hoofdgebouw bevonden zich kleimodellen van het Maas-Rijngebied, waar de aanvallen op deze rivieren – operaties ‘Veritable’ en ‘Plunder’ – door eenheden van de divisie werden voorbereid."

Zijn staf verbleef in de andere lokalen van die vleugel. In de benedengang van het hoofdgebouw bevonden zich kleimodellen van het Maas-Rijngebied, waar de aanvallen op deze rivieren – operaties ‘Veritable’ en ‘Plunder’ – door eenheden van de divisie werden voorbereid. Maarschalk Sir Bernard L. Montgomery zou in verband hiermee de school meerdere malen bezocht hebben.³⁷ De manschappen werden voor het grootste deel op de zolders ondergebracht. Vluchtelingen uit de Betuwe zaten nog voor korte tijd op de 2e etage van het hoofdgebouw. Op het dak van het hoofdgebouw stond een zware mitrailleur opgesteld daar nog steeds het gevaar van mitraillerende Duitse vliegtuigen bestond, vooral tijdens het Ardennenoffensief. Beide schoolpleinen werden gebruikt als parkeerplaats voor rijdend materieel van de divisie en de R.A.F. Overal in het gebouw lagen telefoonkabels en hingen opschriften.³⁸

Foto https://www.eindhoveninbeeld.com 
 Docent Harrie Weijtens met donkere jas en bril.

Lees hier het krantenverslag van de tocht in 1960

Herdenken met een kerkhofvaart

Voor de school werd het noodzakelijk naar andere onderwijsruimten om te zien. Die vond men in het Sportfondsenbad, op de bovenverdieping van de trijpfabriek van Schellens & Marto, in de sigarenfabriek van de heer P. van Houts aan de Van Lieshoutstraat en in het weeshuis aan de Don Boscostraat.³⁹
Wel kon het schooljaar 1944-1945 in de grote gymnastiekzaal worden afgesloten, die generaal Hobart hiervoor ter beschikking stelde. Hij woonde de sluitingsplechtigheid ook bij.

Tijdens deze plechtigheid legde rector-directeur Van den Donk de belofte af dat de school elk jaar op 4 mei een tocht zou ondernemen naar de militaire begraafplaats Woensel, om daar de gesneuvelde bevrijders te herdenken. De eerste tocht vond plaats in 1946 en de laatste vermoedelijk in 1961. 

De Oorlogsbegraafplaats van het Gemenebest Eindhoven-Woensel is de laatste rustplaats voor 686 oorlogsslachtoffers. Onder hen zijn 543 bemanningsleden van vliegtuigen die omkwamen tijdens strategische bombardementen. De overige 143 militairen overleden in twee militaire hospitalen die van oktober 1944 tot het einde van de oorlog in Eindhoven gevestigd waren. Er liggen 570 Britten, 50 Canadezen, 38 Australiërs, 9 Nieuw-Zeelanders, 1 Zuid-Afrikaan, 4 Nederlanders en 14 Polen begraven.

Oorlogsbegraafplaats Woensel

Over de herdenkingstocht zei rector Van den Donk het in mei 1953 zeer treffend:

‘De belofte deze kerkhofvaart te ondernemen werd afgelegd uit dankbaarheid. Maar helaas hebben de omstandigheden duidelijk aangetoond, dat ook een andere grond haar geldigheid niet heeft verloren. De vrijheid, die ons in 1944 werd teruggeschonken, wordt nog steeds bedreigd. Stellig zijn de oudere leerlingen zich dat bewust. Maar er is alles voor die bewustheid te versterken. Ook dat wordt beoogd met onze kerkhofvaart. Vrijheid is waard, dat er voor wordt gestreden. Dat er het hoogste offer, dat van het leven, voor wordt gebracht. Welnu, waar kunnen we daar beter van overtuigd worden dan aan de graven van hen, die ons in het brengen van dat offer zijn voorgegaan. Op dus ter kerkhofvaart!’⁴⁰

The Story of 79th Armoured Division. October 1942 - June 1945  by John Borthwick. 

Royal Army Service Corps in het gebouw

Het Divisional HQ van de 79th A.D. bleef vermoedelijk nog de eerste helft van 1945; daarna namen eenheden van het Royal Army Service Corps (R.A.S.C.), de Britse technische dienst die voertuigen repareerde en verder nog een bevoorradingsfunctie had, het gebouw over.

Enkele klassen konden reeds naar het gebouw terugkeren daar het R.A.S.C. niet alle lokalen in gebruik had.

Een Joods onderdeel van het Britse leger had ook nog enige tijd de oude gymzaal, ook wel grote gymzaal genoemd, als magazijn in gebruik.⁴¹

In augustus 1945 mochten beide scholen hun gebouw weer volledig in bezit nemen. De leerlingen van het eindexamenjaar 1944-1945 ontvingen hun diploma zonder het examen afgelegd te hebben.⁴²

Leonard Bechtold (23 jaar) Functie: Hospitant-leraar aardrijkskunde.
Theo Coolen (30 jaar) Functie: Leraar Duits.
Bertus van der Sanden (17 jaar) Klas: 2e klas H.B.S.-B.
Wim van Erp (18 jaar) Klas: 3e klas H.B.S.

Wies Wessels (14 jaar) Klas: 2e klas gymnasium.
Ida-Eke de Raad (18 jaar) Klas: 5e klas M.M.S.
Coco Gehrels (12 jaar) Klas: 2e klas gymnasium.
Dick van Toor (22 jaar) Achtergrond: Student medicijnen, ingelijfd bij de Geneeskundige Troepen.
Huub van Dooren (26 jaar) Verzetswerk: Hij bracht wekelijks voedsel en boeken naar onderduikers op de Oirschotse Heide.

Rex Bolland † op 8 october 1944 boven de Nederlands-Belgische kust.
Geert Peters † op 28 october 1944 te Venlo.

Bronnen en links
Hieronder de tekstbronnen

Titel: Geschiedenis van het Sint-Joriscollege (1917-1977)
Auteur: A.L.J.M. (Wiet) van der Heijden
Uitgave: s.n. : Eindhoven, 1977
Druk: Mennen / Asten
Collatie: ill.
Paginering: 109 p.




Augustinianum op het Joriscollege:  https://eindhoven4044.nl/11/Augustinianum.html

https://www.mei1940.nl/Meidagen/10_mei_1940_deel_1.htm

Over schoolboeken tijdens WOII
https://www.dbnl.org/tekst/_boe022200601_01/_boe022200601_01_0011.php
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB18C:054576000

Algemene gegevens over inwoners Eindhoven in 1934: https://www.ihesm.com/eindhoven1934/

Over Hübler 
Dossier van Karl Hübler behandeld door de procureur-fiscaal.  https://oorlogvoorderechter.nl/naam/?id=336096
https://www.ed.nl/eindhoven/logboek-over-woii-brengt-veel-herinneringen-boven-heel-lang-durfde-ik-het-niet-te-lezen~a293a260/

Overlijden Karl Smits 
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB27:017808045:mpeg21:a00054

Voetnootverwijzing van hoofdstuk 5: De Tweede Wereldoorlog

1. Bericht van de Tweede Wereldoorlog, Vol. I, Haarlem: N.V. Uitgeverij Spaarnestad, 1970, blz. 254.

2. Wereldgeschiedenis, Vol. VI, Utrecht: Uitgeversmaatschappij W. de Haan N.V., 1953, blz. 278 t/m 279.

3. In totaal sneuvelden 2032 Nederlandse militairen. Er werden – volgens een Nederlandse telling – 525 vijandelijke toestellen neergehaald. Een gevolg van de nederlaag van de Duitse luchtlandingsdivisie rond 's-Gravenhage was, dat hiervan 1600 militairen krijgsgevangen werden gemaakt. Hiervan konden nog juist op tijd 1200 naar Engeland worden afgevoerd. – Bericht van de Tweede Wereldoorlog, Haarlem: N.V. Uitgeverij Spaarnestad, 1970, Vol. I, blz. 392.

4. Blikopener, schoolblad van het Van Maerlantlyceum, feestnummer bij gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de school, Augustus 1969, blz. 7. Archief SJC.

5. Jaarboek van het SJC en SCL te Eindhoven, cursus 1948-1949, blz. 6. Archief SJC. (Alle jaarboeken van het SJC en SCL zullen verder worden aangeduid als 'Jaarboek' met het betreffende cursus- of schooljaar en de betreffende blz.)

6. Journaal HP (Luchtbeschermingsdienst) van 2 oktober 1940 tot 19 januari 1941. Nachtdienst 27 op 28 november 1940. Gemeente-archief Eindhoven.

7. Jaarboek 1948-1949, blz. 5. Uit interview met drs. Th.H.M. van den Donk en L. Fiévez.

8. Uit interview met L. Fiévez. Dat het gevonden blokje inderdaad trotyl was en een Duits merkteken droeg, kon de Explosieven- en Mijnenopruimingsdienst, Koninklijke Landmacht, te Culemborg – na een beschrijving ervan ontvangen te hebben, niet bevestigen.

9. Jaarverslag drs. Th.H.M. van den Donk over het schooljaar 1940-1941. Archief SJC.

10. Uit interviews met A. Spijkerman en K.P.A. van Ishoven.

11. Jaarboek 1948-1949, blz. 6. Uit interview met drs. Th.H.M. van den Donk.

12. Uit interview met W.H.C. Vermeulen.

13. Jaarboek 1948-1949, blz. 7. Uit interview met drs. Th.H.M. van den Donk.

14. Uit interview met drs. Th.H.M. van den Donk.

15. Jaarboek 1948-1949, blz. 7.

16. P. Joosen, Eindhoven's donkere dagen in 1944, Eindhoven: Uitgeversmaatschappij 'De Vrijbuiter', blz. 2. Stadsbibliotheek Eindhoven.

17. P. Joosen, Eindhoven's donkere dagen in 1944, Eindhoven, Ibid. blz. 3. Evenals op 15-8-1944, 3-9-1944, 17-9-1944 en 1-1-1945.

18. P. Joosen, Eindhoven's donkere dagen in 1944, Eindhoven, Ibid. blz. 4.

19. Uit interview met K.P.A. van Ishoven.

20. Jaarboek 1948-1949, blz. 6. Uit interview met drs. Th.H.M. van den Donk.

21. Uit interview met F. van Tuijl.

22. Uit interview met drs. Th.H.M. van den Donk. Nog steeds ontvangt rector Van den Donk ieder jaar van het genoemde meisje – nu Mevr. Pas-Van Hout – een bloemstukje.

23. C-paraat, schoolblad van het SJC. 8e aflevering, juli 1957, blz. 5. Archief SJC. (Zal verder worden aangeduid met 'c-paraat' met de betreffende blz.) Uit interview met W.F.L. van de Griendt.

24. Mededelingenblad voor het SJC en SCL. Jaargang 1, No. 2, 20 november 1946, blz. 1. Archief SJC. (Zal verder worden aangeduid als Mededelingenblad met de betreffende jaargang, aflevering en blz.)

25. Het heeft helaas niet mogen baten. Toen zij eindelijk een onderduikadres in waalre hadden gevonden, werd er verraad gepleegd. Beiden werden op 29 maart 1943 afgevoerd naar Polen. Volgens een onderzoek, door het ministerie van justitie in 1950 gevoerd, werden Samuel de Jongh en zijn vrouw beiden op 16 juli 1943 in het concentratiekamp Sobibor, Polen, vermoord. Archief gemeente Aalst-Waalre. Uit interviews met Mevr. M.M.J. Schoonhen-Scheffers en L. Fiévez.

26. Jaarboek 1948-1949, blz. 7. Blikopener, schoolblad van het Van Maerlantlyceum, feestnummer bij gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de school, augustus 1969. blz. 8. Archief SJC. Uit interview met drs. Th.H.M. van den Donk.

27. Jaarboek 1948-1949, blz. 8.

28. Blikopener, Ibid. augustus 1969, blz. 7. Archief SJC. Uit interview met drs. Th.H.M. van den Donk.

29. Jaarboek 1948-1949, blz. 8 t/m 9.

30. P. Joosen, Eindhoven's donkere dagen in 1944, Eindhoven, Ibid. blz. 2.

31. Jaarverslag SJC schooljaar 1943-1944. Archief SJC.

32. Jaarboek 1948-1949, blz. 9. Uit interview met drs. Th.H.M. van den Donk.

33. 18 September 1944, de bevrijding van Eindhoven. Uitgave van het Bureau Voorlichting en Publiciteit der gemeente Eindhoven, september 1959.

34. Jaarboek 1948-1949, blz. 10.

35. Jaarboek 1948-1949, blz. 10.

36. 18 September 1944, de bevrijding van Eindhoven. Uitgave van het Bureau Voorlichting en Publiciteit der gemeente Eindhoven, september 1959. Jaarboek 1948-1949, blz. 10.

37. Uit interview met Mr. Jack Tait.

38. Uit interviews met Mr. Jack Tait, drs. Th.H.M. van den Donk, L. Fiévez en W. Maas. Jaarboek 1948-1949, blz. 10. The story of the 79th Armoured Division, Hamburg, 1945. By courtesy of Mr. Jack Tait, (Tranent, Scotland, GB). N.W. Duncan, 79th Armoured Division, Windsor, Berkshire, England; Profile Publications Ltd., 1972. blz. 62.

39. Jaarboek 1948-1949, blz. 10.

40. De Gong, 7e jaargang No. 5, Mei 1953. Eindhovens Dagblad, 4 mei 1961. Archief SJC.

41. Uit interviews met Mr. Jack Tait, L. Fiévez en uit briefwisseling met Mrs. E. Tudge.

42. Jaarboek 1948-1949, blz. 11.

43. Uit interview met Mevr. M.A. Weijtens-Kroes. 

44. Uit interview met W.F.L. van de Griendt.