Vóór mei 1940
Sep Altenburg werkt op de verkoopafdeling van Philips.
Louis Backus werkt bij Philips, verlaat het bedrijf voor een vliegopleiding in Rotterdam, maar keert later terug.
Jacob Mudde werkt op de boekhouding van Philips; hij begon hier al op veertienjarige leeftijd.
Voorjaar en zomer 1940
Mei 1940: Het Duitse leger valt Nederland binnen. De vliegschool in Rotterdam waar Louis Backus studeert, wordt gesloten.
16 juni 1940: Louis Backus treedt opnieuw in dienst bij de NV Philips.
Juni en juli 1940: Sep Altenburg, die vlak bij het in aanbouw zijnde vliegveld Welschap woont, spreekt zeer regelmatig met de Duitse militair Rudi Zumach tijdens het uitlaten van zijn hond. In deze periode verandert het vliegveld aanzienlijk door grootschalige nieuwbouw en de aanleg van betonnen landingsbanen.
Periode tot kerstmis 1940
Sep Altenburg, Louis Backus en Jacob Mudde zijn sterk anti-Duits en dromen van een vluchtweg naar Engeland. Ze besluiten gegevens te verzamelen over vliegveld Eindhoven (later Welschap), dat door de bezetter wordt omgebouwd tot Fliegerhorst Eindhoven. Het idee ontstaat om een gedetailleerde kaart van het vliegveld te maken. Sep Altenburg tekent de kaart, bestaande uit acht A4-velletjes, wat hem maanden werk kost. Jacob Mudde is volledig op de hoogte van alle plannen en vorderingen; hij wordt later door de Duitse autoriteiten gezien als de feitelijke initiatiefnemer van het plan om naar Engeland te vertrekken.
Ondertussen zoekt Louis Backus naar een manier om Engeland te bereiken. Hij bespreekt zijn plannen met korporaal J.J. Dalmeijer en kapitein P.N. Maréchal. Hoewel Backus daarna het contact met Dalmeijer verliest, ontmoet hij een oude kennis, Piet van Eyck. Van Eyck, die wordt aangestuurd door W.Th.M. Geelen, toont grote belangstelling voor de tekening en belooft aanvullende informatie over het vliegveld te leveren.
W.Th.M. Geelen is een vooroorlogse Nederlandse nazi en een V-mann voor de Sicherheitspolizei en de Abwehr. Hij beschikt over contacten bij zowel de Philips-politie als de Eindhovense gemeentepolitie. Geelen heeft Van Eyck aan een baan op Welschap geholpen en hem vermoedelijk ingelicht over de activiteiten van Backus. Van Eyck heeft op zijn beurt een relatie met Julia Iding.
Tegen kerstmis 1940
De kaart van het vliegveld, door Sep Altenburg gesigneerd met "SAlt", is gereed.
21 december 1940 (zaterdagmiddag): Piet van Eyck en Louis Backus ontmoeten elkaar in lunchroom en cafetaria Verheugen aan de Demer 37 in Eindhoven. Kort nadat de heren hebben plaatsgenomen, komt Julia Iding binnen, een zogenaamde bekende van Van Eyck. Zij draagt een speldje voor gediplomeerde zweefvliegers op haar kleding. Van Eyck nodigt haar uit aan tafel, waar alle drie al snel uiting geven aan hun anti-Duitse sentimenten. Als Van Eyck de zaak verlaat, blijven Backus en Iding samen achter. Julia beweert dat zij is aangesloten bij een anti-Duitse organisatie en dat haar chef hen kan helpen bij de reis naar Engeland. Deze zogenaamde chef eist dan echter wel eerst de tekening van vliegveld Welschap te zien.
Wat Backus op dat moment niet weet, is dat ook Julia Iding uit Meerveldhoven door W.Th.M. Geelen is ingeschakeld. Omdat zij een Joodse grootvader heeft, is zij chantabel en heeft Geelen haar in zijn macht. Zij zal nog meer mensen in de val lokken. Op Dolle Dinsdag vlucht zij naar Duitsland. Bij haar terugkeer in Nederland op 5 juli 1945 wordt ze direct gearresteerd bij de grensovergang Beek, nabij Nijmegen.
Foto Lunchroom Verheugen 1934 met een carnaval inrichting
Foto Lunchroom Verheugen, waar Louis Backus is gearresteerd.
24 december 1940: Verraad in de lunchroom
Op 24 december 1940 overhandigt Sep Altenburg de tekening van het vliegveld aan Louis Backus op het Philips-kantoor. Backus heeft Julia Iding beloofd dat zij om 11:00 uur bij de Philips-portier naar hem kan vragen om de tekening in ontvangst te nemen. Iding heeft op haar beurt beloofd de tekening rond 15:00 uur in lunchroom Verheugen terug te geven. Backus zou op dat moment ook verdere berichten ontvangen over een mogelijk vertrek naar Engeland.
De tekening in verkeerde handen
Iding brengt de tekening echter direct naar het woonhuis van Geelen, die ermee naar het kantoor van de Philips-bewakingsdienst gaat. Willem Dijs, op dat moment hoofd van de Philips-politie en spoedig hoofdcommissaris van politie in Eindhoven, is hierbij aanwezig. Geelen en Dijs schakelen de Duitse luitenant Rust van vliegveld Welschap in. Deze bevestigt dat het inderdaad een tekening van het vliegveld is, zij het niet helemaal correct. Hij verklaart dat de persoon van wie de tekening afkomstig is, direct gearresteerd moet worden om erger te voorkomen.
De arrestatie
Omdat de Sicherheitsdienst (SD) niet meer op tijd uit Den Bosch kan arriveren – het is immers de dag vóór Kerstmis – moet de arrestatie door de Eindhovense politie en de Philips-bewakingsdienst in gang worden gezet. Dijs positioneert rechercheur C.G. Terburg (tegen wie na de oorlog vier jaar detentie zou worden geëist) en Den Hartog van de Philips-politie bij lunchroom Verheugen om Louis Backus en Julia Iding te arresteren. Na de oorlog wordt Dijs verweten: "In plaats van een dergelijk personeelslid in bescherming te nemen en wellicht zelfs tevoren te waarschuwen, werden eerst Backus en later ook Mudde en Altenburg verraden en uitgeleverd aan de vijand."
Om 15:00 uur zit Backus met Julia Iding aan een tafeltje. Het gesprek gaat over de overtocht naar Engeland en de wens van Idings zogenaamde chef om Backus te ontmoeten. Vervolgens neemt Julia de tekening uit haar tas en spreidt deze uit op tafel om te laten zien dat de kaart op een kleinigheid na in orde is. "Neem die tekening van tafel," waarschuwt Backus. Op dat moment staat een onbekende man in burgerkleding op (rechercheur Terburg), loopt naar het tafeltje en vraagt Iding de tekening te laten zien. Vervolgens pakt Terburg de tekening onder de handen van Backus vandaan en steekt deze in zijn zak. Hij geeft te kennen dat beiden zijn gearresteerd en beveelt Backus en Iding rustig met hem mee te gaan.
Backus wordt overgebracht naar de marechausseekazerne aan de Tuinstraat, waar al zijn papieren en adresboekjes in beslag worden genomen. Julia Iding wordt twee straten verderop door Den Hartog weer vrijgelaten, omdat zij een medewerkster van Geelen is. Zij brengt die middag nog verslag uit aan Geelen. Ook Piet van Eyck blijft als intrigant buiten schot in dit dubbele verraadspel.
Korporaal J.J. Dalmeijer wordt eveneens opgepakt en opgesloten in het Oranjehotel. Kapitein P.N. Maréchal wordt later eveneens gearresteerd.
De gevangenneming en processen
25 december 1940 (Kerstochtend):
Louis Backus wordt in Den Bosch verhoord. De namen uit zijn adresboeken worden hem voorgehouden, wat hem duidelijk maakt dat zijn ouderlijk huis in Deurne is doorzocht.
Sep Altenburg wordt thuis gearresteerd en in voorlopige hechtenis genomen op verdenking van "hulp aan de vijand" (hulp aan Engeland). De Duitsers hebben zijn naam verkregen via Louis L.M. Backus. Bij de arrestatie is onder andere A.J.M. van Dijk van de Eindhovense politie aanwezig, een NSB'er, SS'er en fanatieke jodenjager. Van Dijk wordt later in 1941 politiecommissaris in Nijmegen en wordt in 1943 door het verzet geliquideerd na een terreurbewind.
27 december 1940:
Jacob Mudde wordt op zijn werk bij Philips gearresteerd, eveneens op verdenking van hulp aan de vijand. Hij wordt in voorlopige hechtenis genomen en naar het bureau van de Philips Bedrijfspolitie gebracht, waar Willem Dijs aanwezig is. Jacob Mudde wordt diezelfde dag nog naar het Huis van Bewaring in Den Bosch vervoerd voor verhoren. Rond deze tijd worden nog vier andere personen gearresteerd die met hem zouden hebben samengewerkt.
Voorjaar 1941: Detentie en transport
Januari 1941:
Jacob Mudde bevindt zich in het Oranjehotel (de Duitse strafgevangenis in Scheveningen) en ontvangt daar bezoek van zijn ouders, zijn broer Niek en zijn zus Anneke.
20 januari 1941:
Willem Dijs wordt geïnstalleerd als hoofdcommissaris van politie in Eindhoven.
30 januari 1941:
Jacob Mudde wordt officieel overgebracht naar het Oranjehotel.
2 februari 1941:
Louis Backus wordt eveneens overgebracht naar de strafgevangenis in Scheveningen.
9 april 1941:
Jacob Mudde wordt naar Amsterdam vervoerd.
28 april 1941:
Louis Backus en de andere gevangenen worden in een arrestantenwagen naar Amsterdam overgebracht voor hun proces. Pas op dit moment realiseren zij zich dat ze voor dezelfde aanklacht zijn opgepakt.
Tijdens het proces:
Tegen de jonge mannen wordt de doodstraf geëist. In afwachting van het vonnis worden ze in de dodencel geplaatst. Omdat de plannen echter zo openlijk werden besproken, wordt er volgens de rechter niet voldaan aan de formele delictsomschrijving van spionage. Vanwege de jeugdige leeftijd van Backus (19) en Altenburg (18) wordt een levenslange opsluiting in een tuchthuis passend geacht.
14 juni 1941:
Het Luftgaugericht veroordeelt Jacob Mudde tot een levenslange gevangenisstraf. Hij verbleef in eenzame opsluiting in cel 525 van het Oranjehotel.
Augustus 1941:
Het vonnis van levenslange opsluiting wordt voor Backus en Altenburg bekrachtigd. Hiermee wordt het aanvankelijk geëiste doodvonnis voor Sep Altenburg definitief omgezet in levenslang.
Verfügung 12 augustus 1941 in der Strafsache genen ...
foto uit Levenslang, Jurr van der Giessen, pagina 46
Na augustus 1941: Gevangenschap en overplaatsingen
Detentie van Backus, Mudde en Altenburg
Na augustus 1941 zit Louis Backus, samen met zijn Philips-collega's, in Zelle 84 U van het Deutsches Untersuchungs- und Strafgefängnis aan de Pompstationsweg 14 te Scheveningen.
21 september 1941:
De Eindhovense predikant dominee A.J. Fanoy bezoekt Jacob Mudde in het Oranjehotel.
23 september 1941:
Jacob Mudde, Sep Altenburg en Louis Backus worden overgeplaatst naar het tuchthuis in Rheinbach.
31 oktober 1941:
Jacob Mudde en Sep Altenburg worden opgesloten in het tuchthuis van Siegburg.
4 september 1944:
Louis Backus wordt getransporteerd naar concentratiekamp Rodgau-Dieburg.
Eind oktober 1944:
Louis Backus wordt ingesloten in het tuchthuis van Coswig aan de Elbe.
Het lot van Maréchal en Dalmeijer
15 mei 1942:
Alle Nederlandse officieren, waaronder kapitein P.N. Maréchal, worden onverwachts opnieuw in krijgsgevangenschap genomen. Maréchal komt via diverse kampen uiteindelijk terecht in Stanislau (Polen).
Augustus 1942:
P.N. Maréchal wordt bij zijn terugkomst in Scheveningen tijdelijk in vrijheid gesteld. Hij gaat in Venlo wonen en moet zich regelmatig melden in Roermond, waarna hij later alsnog het hierboven genoemde kamptraject ingaat.
8 februari 1943:
Dit is de vermoedelijke overlijdensdatum van korporaal J.J. Dalmeijer, vermoedelijk na een overplaatsing naar een werkkamp.
Tijdens de gevangenschap in Siegburg (1941-1945)
Hulp vanuit Philips
Philips toonde tijdens de oorlog grote zorg voor de politieke gevangenen in het tuchthuis van Siegburg. Piets Altenburg, de zus van Sep Altenburg, kwam in 1943 onverwacht op bezoek in Siegburg. Sep herinnert zich hierover: "Ik wist niet wat ik hoorde toen ik uit de Schneidersaal werd gehaald. Dit bezoek was mogelijk dankzij de bemiddeling van Philips. Zij zorgden ervoor dat Piets een visum kreeg en tot Keulen kon meereizen in de auto van de heer mr. W.E.A. de Graaff, een bekend figuur binnen Philips. Later bleek hij via Zwitserland een lijn met Londen te onderhouden. Ik moet niet vergeten te vermelden dat Philips heel veel heeft gedaan voor de werknemers die politiek gevangene waren geworden."
Door het bezoek van Piets kreeg Philips een duidelijk beeld van de erbarmelijke omstandigheden in het Siegburgse Zuchthaus. Hierop werd in Eindhoven een grote inzamelingsactie gestart voor de zieke gevangenen, met name voor de tbc-patiënten. Levensmiddelen werden ingezameld bij boeren in de omgeving van de stad. De grote uitdaging was vervolgens hoe deze pakketten in Siegburg konden komen.
Seps zus probeerde tevergeefs officiële etiketten te krijgen bij het Rode Kruis in Den Haag voor de pakketten. "O schande!", merkte Sep hierover op. Philips zorgde er echter voor dat alles alsnog in Siegburg aankwam. De pakketten werden verdeeld onder de zieke gevangenen in het lazaret. Seps zus reisde destijds met een vals visum. Bij dit transport waren onder anderen Ineke Kruijf en de heer Den Hartog van de Philips-bewakingsdienst betrokken – die opvallend genoeg ook aanwezig was geweest bij de arrestatie van Louis Backus. Ook Pfarrer Münster speelde een rol; hij werd eerst buiten de gevangenis bezocht. Zo werd de basis gelegd voor het transporteren van ernstig zieken naar Nederland, een onwaarschijnlijk verhaal dat desondanks werkelijkheid werd.
Vele jaren lang hebben er negatieve berichten over Philips de ronde gedaan, namelijk dat het bedrijf puur van de oorlogssituatie geprofiteerd zou hebben. Sep Altenburg dacht daar heel anders over. Zo betaalde Philips het salaris van alle politieke gevangenen die daar in dienst waren de gehele detentieperiode voor 80% door aan de achtergebleven gezinnen.
Transport van zieke gevangenen
Steeds meer gevangenen in Siegburg werden ernstig ziek, veelal lijdend aan tbc. Mede door de informatie van Piets Altenburg was men in Eindhoven nauwkeurig op de hoogte van de situatie. De Strafvollzugsordnung van de Duitse justitie bevatte bepalingen dat ernstig zieken niet in staat werden geacht hun straf te ondergaan, waardoor zij naar een ziekenhuis moesten worden overgebracht. Dankzij hoge functionarissen in dienst van Philips lukte het om zelfs zwaar gestraften uit de gevangenis in een ziekenhuis te krijgen. Henk Visser en Piet Notenboom, beiden veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf, lagen al wekenlang in het lazaret met zware tbc. Verdere verpleging ter plekke zou hun dood hebben betekend.
Via diverse kanalen lukte het om voor hen een strafonderbreking te krijgen, wat inhield dat ze naar Nederland vervoerd moesten worden. Een reguliere ziekenauto van Philips kon de afstand echter niet zelfstandig afleggen vanwege het grote tekort aan benzine. Als oplossing werd de ziekenauto op een vrachtwagen geplaatst die op houtgas reed.
In mei 1944 zagen de gevangenen vanuit de Schneidersaal dit merkwaardige transport het terrein van het Zuchthaus oprijden. Na dit eerste transport zijn nog zes gevangenen gerepatrieerd, waaronder Tom Rouppe van der Voort. De net afgestudeerde Nederlandse arts en Engelandvaarder Frithjof B. Heberlein heeft hierbij vele gevangenen medisch gered. In 1979 ontving hij hiervoor een koninklijke onderscheiding.
Bevrijding en de periode na de oorlog
De bevrijding
10 april 1945:
De Amerikanen bereiken het tuchthuis van Siegburg, waar Jacob Mudde op dat moment met vlektyfus in het ziekenhuis ligt.
28 april 1945:
De geallieerden bevrijden het tuchthuis van Coswig, waar Louis Backus is opgesloten. Tegelijkertijd bevrijden de Russen het kamp Neubrandenburg, waar P.N. Maréchal wordt vastgehouden.
Eind april 1945:
Sep Altenburg wordt door de Amerikaanse strijdkrachten in Duitsland bevrijd.
Mei 1945:
Louis Backus keert na de bevrijding direct terug naar huis.
29 mei 1945:
Sep Altenburg arriveert na vele omzwervingen in Luxemburg.
31 mei 1945:
P.N. Maréchal keert terug in Nederland.
5 juni 1945:
Jacob Mudde, herstellende van vlektyfus, arriveert weer in Eindhoven.
Rond 15 juni 1945:
Sep Altenburg is terug in zijn thuisstad Eindhoven.
Juni 1945:
De ondergedoken Willem Dijs wordt gearresteerd op zijn onderduikadres in Hilversum.
5 juli 1945:
Julia Iding wordt bij haar terugkeer in Nederland gearresteerd bij grensovergang Beek nabij Nijmegen.
Na de oorlog: Terugkeer en verwerking
Na de repatriëring hebben Sep Altenburg en Jacob Mudde grote moeite om hun draai te vinden in de burgermaatschappij. Jacob Mudde hervat na verloop van tijd zijn werkzaamheden voor Philips. Louis Backus krijgt vanwege zijn slechte lichamelijke toestand eerst vier maanden ziekteverlof van Philips.
1 oktober 1945:
Louis Backus hervat officieel zijn werkzaamheden bij Philips.
Sep Altenburg verhuist naar Arnhem en krijgt daar een aanstelling bij het Arnhemse districtsbureau Oog & Oor. Deze dienst had als doel de communicatie tussen overheid en burger te verbeteren en gaf tevens herinneringsboeken van oud-gevangenen uit. In juli 1946 wordt het bureau in deze functie opgeheven. Daarna richt Sep zich op het organiseren van reizen naar voormalige kampen voor jongeren.
Sep Altenburg heeft Louis Backus destijds vergeven dat hij onder druk namen heeft genoemd tijdens de verhoren, hoewel Louis daar zelf zijn hele leven lang grote moeite mee blijft houden.
Gerechtigheid en levenslopen
1948:
Jacob Mudde treedt op als getuige in de strafzaak tegen Willem Dijs. Dijs wordt zwaar aangerekend dat hij zijn eigen Philips-collega Mudde niet heeft beschermd, maar hem doelbewust aan de SD heeft uitgeleverd. Tegen Dijs wordt aanvankelijk negen jaar gevangenisstraf geëist, wat door het Bijzondere Gerechtshof wordt omgezet naar zes jaar met aftrek. Tevens wordt hij ontzet uit zijn kiesrechten en mag hij gedurende elf jaar geen openbaar ambt bekleden. Willem Dijs zal zijn straf echter nooit volledig uitzitten en wordt voortijdig in stilte vrijgelaten. Hij ontvangt tot zijn dood in 1969 50% van zijn rijks- en Philips-pensioen. Door zijn toedoen zijn diverse personen in concentratiekampen terechtgekomen, van wie er één in Duitsland is gefusilleerd.
17 maart 1952:
P.N. Maréchal overlijdt op 58-jarige leeftijd als gepensioneerd luitenant-kolonel.
18 april 1956:
Jacob Mudde overlijdt in Frankfurt aan de gevolgen van een maagbloeding. Hij is dan slechts 37 jaar oud; de jaren van zware ontberingen hebben zijn leven drastisch verkort.
Later na de oorlog verhuist Louis Backus naar Heemstede.
1969:
Willem Dijs overlijdt.
1979:
De arts Frithjof B. Heberlein ontvangt een hoge onderscheiding voor zijn medische reddingswerk in de kampen.
1989:
Louis Backus overlijdt.
Boek en nalatenschap
2000:
De aangrijpende belevenissen van Sep Altenburg worden opgetekend in het boek Levenslang door Jurr van der Giessen. Dit werk gaat diep in op hun gezamenlijke lijdensweg in de diverse Duitse tuchthuizen.
25 februari 2005:
Sep Altenburg overlijdt in Bergen op Zoom.
Rond 2010:
De wijk waarin het ouderlijk huis van Sep Altenburg aan de Lochemstraat 63 stond, wordt definitief afgebroken.
Kapitein Petrus Nicolaas Maréchal 5-8-1893 - 17-3-1952
foto: 1942 - KGF nummer 31331
Vanwege zijn betrokkenheid bij de tekening van het vliegveld werd P.N. Maréchal door de Sicherheitsdienst (SD) gevangengezet. Begin 1942 werd hij uiteindelijk in vrijheid gesteld. Hij woonde destijds met zijn echtgenote in Venlo.
Als officier moest hij zich regelmatig melden in Roermond. Echter, op 15 mei 1942 – wat later leidde tot de deportatie van grote groepen Nederlandse militairen – werden de Nederlandse officieren onverwachts opnieuw in krijgsgevangenschap genomen. Maréchal kwam hierdoor via diverse kampen in Stanislau (Polen) terecht, een gevangenenkamp voor zo'n 2200 Nederlandse officieren. Uiteindelijk werden zij op 28 april 1945 in kamp Neubrandenburg door de Russen bevrijd.
Volgens gegevens van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie www.nimh.nl is Maréchal op 31 mei 1945 weer in Nederland teruggekomen. In het boek Levenslang wordt op pagina 40 daarentegen gesteld dat hij het helaas niet overleefd heeft. Deze bewering is incorrect.
Maréchal is namelijk op 17 maart 1952 op 58-jarige leeftijd overleden als gepensioneerd luitenant-kolonel. Dit staat vermeld in het Advertentieblad voor Noord-Limburg van 18 maart 1952.
Sep Altenburg 1945
Na de oorlog had Sep Altenburg moeite om zijn draai te vinden, waarbij diverse familieontwikkelingen een rol speelden. Hij verhuisde naar Arnhem en kreeg daar een betrekking bij het Arnhemse districtsbureau Oog & Oor.
Deze dienst had als doel de communicatie tussen overheid en burger te verbeteren, maar gaf daarnaast ook boekjes uit van oud-gevangenen. In juli 1946 werd het bureau in deze hoedanigheid opgeheven. Vervolgens is Sep reizen naar voormalige kampen gaan organiseren voor jongeren.
25 februari 2005: Sep Altenburg overlijdt in Bergen op Zoom.
Boek: Levenslang, auteur Jurr van der Giessen, uitgave 2000, 132 pagina's. Geïllustreerd met foto's en illustraties
ISBN: 9789076254203 / ISBN: 90-76254-20-6
Levensverhaal van de achttienjarige Sep Altenburg uit Eindhoven, die bijna vier jaar gevangen zat in Duitsland ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.
Bronnen
Bewerking van het verhaal van Mw. E. Koek-Mudde ingediend bij:
https://digitaalmonument.oranjehotel.org/nl/person/1652785380/sieberen-altenburg
https://digitaalmonument.oranjehotel.org/nl/person/99990479/jacob-mudde
https://digitaalmonument.oranjehotel.org/nl/person/1652785163/louis-m-backus
Frans Dekkers, Eindhoven 1933-1945, blz. 203
Informatie over: W. Th. M. Geelen
https://www.oranjehotel.org/downloads/gedenkboek-oranjehotel-namenlijsten-van-_103.pdf
Zowel Louis Backus, Jacob Mudde en Sep Altenburg komen voor op de lijst van Oranjehotel.
extra:
NIOD Personalakten uit tuchthuizen en gevangenissen. https://www.archieven.nl/
De route naar Duitse tuchthuizen en gevangenissen https://meitotmei.nl/personalakten-duitse-tuchthuizen-en-gevangenissen/
Foto's en tekening van gevangenis / tuchthuis Siegburg: https://beeldbankwo2.nl/