Gerard Freeman  

Inleiding

Gerard Freeman (30 juli 1921 - 13 juli 2005) was actief in het Nederlandse studentenverzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Nadat hij als student wis- en natuurkunde in Utrecht in 1943 weigerde de loyaliteitsverklaring te tekenen, dook hij onder om aan dwangarbeid in Duitsland te ontkomen. Hij werd in dat jaar voorzitter van het Brabants Studenten Gilde en voorjaar 1944 districtsleider van de onderduikorganisatie in Eindhoven. Samen met medestudenten en vrouwelijke koeriers zette hij een veilig netwerk op om ondergedoken studenten voorzien van bonkaarten, nieuws en studiemateriaal. Gebruikmakend van een "nichtjes" netwerk en een verzendsysteem via de Nederlandse Spoorwegen. Daarnaast diende het huis van zijn ouders aan het Eindhovense Stationsplein als een cruciaal doorgangsadres voor onderduikers en geallieerde piloten.

Stationsplein Eindhoven 1944

Stationsplein Eindhoven

Stationsplein 13

De ouders van Gerard Freeman woonden in Eindhoven. Zijn vader, Gerard Pieter Freeman, met dezelfde voorletters (G.P.) als zijn zoon, had sinds 1935 een accountantskantoor met een ruime bovenwoning op het Stationsplein 13. Dit pand lag recht tegenover het station, een ligging die in de bezettingsjaren nog erg gunstig zou blijken.

Het adres was een van de eerste plekken waar men toegangskaartjes kon krijgen voor de eerste bijeenkomst van de Nederlandsche Unie in Eindhoven, die zo'n 5000 personen op de been bracht. Nadien was het een van de adressen om de Uniekrant te kopen, wat allemaal verkrijgbaar was bij zijn zoon: R. Freeman.

Van de vrouw des huizes, Adriana Helens Freeman-Raats, staat in Amerikaanse archieven vermeld dat zij haar woning openstelde als tijdelijk doorgangsverblijf voor onderduikers, piloten en bemanningsleden. Zij was tevens lid van de L.O. in Eindhoven.

Het gezin bestond in 1945 uit twee zonen en twee dochters in de leeftijd van 17 tot 24 jaar.
Tegenwoordig is het adres Stationsplein 13 genummerd als Stationsplein 11-12.

Academiegebouw Universiteit Utrecht

Gerard Freeman

Gerard begon in 1938 met een universitaire studie wis- en natuurkunde in Utrecht, die hij moest afbreken omdat hij in april 1943 weigerde de loyaliteitsverklaring te ondertekenen. Hiermee moesten studenten verklaren zich te onthouden van iedere actie tegen de Duitse autoriteiten. Net als zo'n 90 procent van alle studenten weigerde hij dit. Zij mochten geen colleges meer volgen en feitelijk kwamen de universiteiten tot stilstand. Zo'n 700 studenten die hadden geweigerd te tekenen, werden bij een landelijke razzia op alle universiteiten opgepakt en gedwongen tewerkgesteld in Duitsland. Een groot aantal studenten was al ondergedoken om deze dwangarbeid te ontlopen. Ook Gerard Freeman ontsnapte aan de razzia en dook onder.

Student C.J.A. (Gerrit-Jan) Pulles, sinds 1939 student medicijnen in Utrecht, dook niet onder maar vertrok vrijwillig bij de Waffen-SS naar het Oostfront. Als SS-Obersturmführer (eerste luitenant) sneuvelde hij in maart 1944. Zijn ouders waren beiden fanatieke NSB'ers van het eerste uur. Zijn vader werd in het voorjaar van 1942 NSB-burgemeester van Eindhoven.

Gerard koos een ander pad en kwam in het studentenverzet terecht. Nadat de colleges op de universiteit vervielen, besloot Gerard in het voorjaar van '43 het contact tussen Brabantse studenten te organiseren, ongeacht aan welke universiteit zij studeerden. Door zijn ervaring met hulp aan onderduikers en de goede organisatie, werd hij in het voorjaar van '44 door de coördinator van het Brabantse koerierswerk, Jacques Raaijmakers uit Vught, gevraagd om naast het werk voor het studentenverzet de Eindhovense districtsleider van de onderduikorganisatie te worden.

Document en interview met Gerard Freeman
Bron © NIOD Amsterdam - archief 251a Stichting LOLKP

Brabants Studenten Gilde

Zelf verklaarde Gerard na de oorlog dat hij niet op principiële gronden in het verzet was gegaan, maar dat hij daarin terecht was gekomen door de opheffing van de studentenvereniging "Veritas" uit Utrecht in juli 1941. Omdat hij in Eindhoven woonde en in Utrecht studeerde, had hij in Noord- en Zuid-Nederland studentencontacten en begon hij illegaal te werken bij het Brabants Studenten Gilde, een netwerk van uit Brabant afkomstige, meestal katholieke studenten van verschillende universiteiten in het land. Daar had hij namelijk Annerieke (Anna) Smulders ontmoet, met wie hij zich later zou verloven en trouwen.

Het Brabants Studenten Gilde werd in 1926 opgericht door Brabantse studenten die aan Nederlandse universiteiten studeerden.
De Gilde kreeg op den duur kringen, in vier steden: Breda, Tilburg, Den Bosch en Eindhoven. Zij ontplooiden eigen activiteiten, in de regel tijdens kerst-, paas- en zomervakanties. In de bezettingstijd werd de organisatie ingeschakeld in het studentenverzet. Onder meer nam men de zorg op zich voor ondergedoken studenten, nadat in 1943 velen geweigerd hadden de Loyaliteitsverklaring te tekenen.
Bron: G. Freeman, 'De lotgevallen van het Brabants Studenten Gilde van Onze Lieve Vrouw in de jaren 1940-1945', in Van geestelijke bezinning, 36-40.

In augustus 1942 werd Annerieke benoemd tot assistent-bibliothecaresse aan de Katholieke Economische Hogeschool. Ze was toen twintig jaar. Al gauw kwam ze in aanraking met illegaal werk via het Brabants Studenten Gilde van Onze Lieve Vrouw, een katholieke studentenvereniging met een actief bestuur, waarvan Gerard Freeman voorzitter was geworden in januari 1943. Het bestuur en anderen zorgden voor onderduikadressen, levensmiddelenkaarten en studieboeken. De studenten, van wie er velen waren ondergedoken, waren goed georganiseerd. In grote universiteitssteden werden contactpunten gelegd en werden illegale bladen zoals De Geus verspreid.

Dienstpakket N.S

Organisatie van het studentenverzet

Na mei 1943 werd het studentenverzet van het Brabants Studenten Gilde beter georganiseerd. Er werden jonge vrouwen ingeschakeld, men zocht contact met tewerkgestelde studenten in Duitsland, de voorziening van bonkaarten werd geregeld, studiemateriaal werd verschaft en er werd financiële hulp verleend.

Voor het verspreiden van deze bonnen en ander materiaal werd een veilig systeem gehanteerd. Gerard beschreef dit als volgt: "Bonkaarten werden verzonden per dienstpakket met de N.S. In tweevoud werd een reçu ingevuld: één exemplaar werd aan de geadresseerde gezonden, die het pakje tegen overlegging van het duplicaatreçu kon aannemen. Een zeer veilig systeem voor het transporteren van bezwarend materiaal, omdat persoonlijke risico's tot een minimum beperkt blijven."

Enkele maanden voor de bevrijding werd het verboden om papieren mee te nemen naar de gewestelijke vergaderingen, die in Boxtel plaatsvonden. Vanwege deze aangescherpte veiligheidsoverwegingen is toen op die locatie een centraal bureau opgericht.

Gastmaal

Nummer 5 van verzetsblad Het Gastmaal. Uitgave 1943

Het Gastmaal

Het Gastmaal werd onder leiding van G. Freeman uitgegeven door het Brabantsche Studenten Gilde, een onderafdeling van de Unie van R.K. Studentenverenigingen in Nederland. Via de Unie-praeses, die in de Raad van Negen zat, had de voorzitter van het Gilde rechtstreeks contact met de leiding van het studentenverzet: de Raad van Negen. Op 5 mei 1943 waren de studenten die de loyaliteitsverklaring niet hadden getekend, door Rauter opgeroepen zich te melden voor de arbeidsinzet. Hierop dook het grootste deel van de niet-tekenaars onder, terwijl de overigen, een aanzienlijk aantal, zich inderdaad hebben gemeld of bij diverse razzia's verplicht naar Duitsland zijn gezonden. Daardoor ontstond een diepe kloof tussen deze twee groepen studenten; met beide poogden Het Gastmaal en de organisatie contact te onderhouden.

Het Gastmaal: orgaan voor ondergedoken en gedeporteerde studenten, uitgegeven in Tilburg en Utrecht. In de periode juni 1943 - november 1943, uitgave is gestencild met een oplage 300?
Bij Delpher zijn drie van de zes verschenen nummers volledig te raadplegen.

Brabants Studenten Gilde op een geheime Landdag bijeenkomst, zomer 1943.
Tekening op basis van een foto, aanwezig bij regionaalarchieftilburg

Geheim zomerkamp van 1943

Het Gilde organiseerde jaarlijks een zomerkamp, dat steevast met een Landdag werd besloten. Over een dergelijke dag in 1943 schrijft Annerieke: "Op particulier terrein (in de bossen van het landgoed Moerle), onopgemerkt door de buitenwereld, met jongemannen uit heel Nederland die geweigerd hadden naar Duitsland te gaan, de één nog illegaler dan de ander, konden we toch nog onze eigen Landdag vieren." Een van de studenten, J.W.J. van Nunen, student farmacie, was de zoon van de toenmalige landgoedeigenaar, apotheker Van Nunen
Het was gebruikelijk om ook dat jaar een kapel te laten bouwen door ondergedoken studenten. Deze duikkapel Moerle, gewijd aan ‘Onze Lieve Vrouwe van de Goede Duik’, is in 2018 nagebouwd op het landgoed Moerle, nabij Tilburg.
Meer informatie: www.monumententilburg.nl of stadsbos013tilburg.nl


Het studentenblad De Geus, dat vanaf oktober 1940 verscheen, keerde zich fel tegen de Nederlandse Unie en was een belangrijk instrument bij het verzet tegen de door de Duitse bezetter geëiste loyaliteitsverklaring, de studentenstaking en de tewerkstelling van Nederlandse studenten in Duitsland.
Bij Delpher zijn 37 nummers te raadplegen.

Organisatie BSG

In februari 1943 werden de eerste studenten door de bezetter naar kamp Vught gebracht en raakte het Brabants Studenten Gilde (BSG) actief betrokken bij het studentenverzet. Het verkrijgen van actuele informatie was voor de studenten noodzakelijk om goed te kunnen functioneren binnen dit netwerk. Velen waren echter na de arrestatie-affaire thuisgebleven of op het platteland ondergedoken. Bij het bereiken van deze medestudenten was een taak weggelegd voor het Gilde. Eind februari werden studenten bijeengeroepen die op zich namen om in Brabant alle studenten te voorzien van berichten, illegale bladen zoals De Geus en vergelijkbare informatie. Om onder alle omstandigheden iedereen te kunnen bereiken, werden in iedere plaats jonge vrouwen benaderd om waar nodig de taken van de studenten over te nemen. In mei 1943, toen deze contact- en verzetsgroep als nevenorganisatie van het Gilde volledig operationeel werd, werden deze koeriersters, aangeduid als 'nichtjes', structureel ingeschakeld. Vanuit het Brabants Studenten Gilde zetten dertig studenten en zeventien 'nichtjes' zich in tegen de bezetter. Ook de contacten met de Nederlandse studenten in Duitsland verliepen via de nichtjes, die brieven en pakketjes bezorgden. De zorg voor de ondergedoken studenten had hierbij de hoogste prioriteit. De studenten boden in de eerste maanden van 1943 voornamelijk organisatorisch en intellectueel verzet. Dit werk vergde van iedere betrokkene tijd, energie en geld. Het Brabants Studenten Gilde van Onze Lieve Vrouw heeft tijdens deze periode geen leden verloren als direct gevolg van de verzetsactiviteiten.

Tekening van Ad van der Holst op basis van een krantenfoto uit 1960.
In juni 1956 nam Ad afscheid als Hoofd van de Afdeling Personeel en Pensioenen bij de Gemeentesecretarie Eindhoven. Daarbij werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Limburgse en Eindhovense contacten

In augustus of september 1943 kreeg Gerard contact met de verzetsgroepering van de LO in Limburg. Deze groep wilde weten hoe Gerard Freeman het studentenwerk runde. Voordien had hij al Jan Hendrikx (1917-1945), met de schuilnaam Ambrosius, ontmoet. Jan Hendrikx bezocht Gerard verscheidene malen in Eindhoven. In het dagelijks leven was Jan Hendrikx student pedagogiek aan de Rooms-Katholieke Universiteit te Nijmegen en onderwijzer in Venlo. Het wederzijdse contact met het Limburgse verzet ging aanvankelijk vooral over het studentenverzetswerk en later over financiële kwesties.

Uit zijn contact met Hendrikx kreeg hij de indruk dat deze ernaar streefde om vooral de leiding van de LO in Brabant in katholieke handen te leggen, omdat de streek overwegend rooms-katholiek was. De Brabantse provinciale leiders Theodorus Dobbe (schuilnaam Hans) en Harry Holla hadden in Brabant destijds slechts contacten gelegd. Het Brabantse verzet werkte in Eindhoven echter samen met alle geloofsrichtingen. In het verslag wordt dit aangeduid als 'andersdenkenden', waarmee gereformeerden en hervormden werden bedoeld.

Via het studentenverzetswerk had Gerard sinds november 1943 contact met Ad van der Holst, die werkzaam was bij de gemeente Eindhoven. Ad had de coördinatie en leiding over het LO-werk in Eindhoven. Zij hielpen elkaar over en weer met valse papieren. De echtgenote van Ad, Johanna H. de Groot, begeleidde diverse keren gestrande bemanningsleden van geallieerde vliegtuigen over de grens. Zij ontving hiervoor later een Amerikaanse oorkonde. G. Freeman wordt als belangrijk contactpersoon in dit document genoemd. Zie hiervoor het document bij het onderduikersverhaal op deze site.
Na de bevrijding van Eindhoven (18 september 1944) wordt Gerard Freeman actief bij de opvang van terugkerende ex-gevangenen van concentratiekampen, werkzaam bij het Bureau Landelijk Herstel en wordt hij lid van de toelatingscommissie van de zogenoemde Tijdelijke Academie in Eindhoven. Deze academie wordt opgericht om te voorzien in academisch onderwijs dat in het bevrijde Zuiden verder niet mogelijk was.

Verzetsherdenkingskruis

In maart 1945, vijf maanden na de bevrijding van Noord-Brabant, treedt Annerieke als typiste in dienst bij het Militair Gezag in Brussel. Weer terug in Tilburg verlooft ze zich in juli 1947 met Gerard Freeman, omschreven als "oud-topman van de illegaliteit". In het voorjaar van 1950 trouwen ze, en gaan in Hilversum wonen.

Gerard Freeman kreeg, hoewel hij op dat moment in Hilversum woonde, op 29 februari 1984 in het provinciehuis van Brabant het Verzetsherdenkingskruis uitgereikt. Deze onderscheiding werd uitgereikt aan Brabantse personen die zich gedurende de bezetting actief in het verzet hebben ingezet. De commissaris van de Koningin in Noord-Brabant, op dat moment de heer Jan van der Harten, spelde het herdenkingskruis op.

Portret van Gerard Freeman in 1958 naast een algemeen KVP-affiche: 'voor iedereen die vooruit wil zien!'
bron affiche : https://dbc.rug.nl/digital/collection/DNPPaffiches/id/1635/rec/2
Bron tekening : https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMGAGM01:234897048:mpeg21:p00002

Wethouder in Hilversum

Dr. G.P. Freeman voelde zich als politicus het beste thuis bij de Katholieke Volkspartij (KVP). Voor die partij was hij jarenlang actief in de gemeentepolitiek van Hilversum.

Hij kwam in mei 1958 in de gemeenteraad, en De Gooi- en Eemlander omschreef hem als volgt: 36 jaar, geb. te Amsterdam, laboratoriumhoofd; na illegaal werk in oorlog assistent Utrechtse universiteit; later medewerker Stichting Fundamenteel Onderzoek der Materie; publicaties in vaktijdschriften.
Vanaf die tijd was hij al nauw betrokken bij de lokale politiek, de partijorganisatie en maatschappelijke adviesorganen binnen de katholieke zuil. Hij is in de politiek uitgegroeid van actief lid, gemeenteraadslid en fractievoorzitter tot wethouder (sportzaken) in de gemeente Hilversum.

In mei 1981 ontving hij de onderscheiding Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Een paar jaar later, op 29 februari 1984, ontving hij tevens het Verzetsherdenkingskruis.
Op 17 mei 1986 ontving hij, bij zijn afscheid, de gouden legpenning van de gemeente Hilversum voor zijn verdiensten als wethouder.
Deze gouden legpenning is aan een beperkt aantal bekende Hilversummers uitgereikt, zoals architect Willem Marinus Dudok.

Mededeelingen 23-05-1945

Verantwoordelijke redactie: De Studentencontactgroep in Bevrijd Nederlands Gebied (Algemeen Secretariaat: A.G Haenen, Stratumseind 49 Eindhoven).
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMNIOD05:000129787

Mogelijk studenten in verzet

Verspreiding via de volgende plaatselijke vertegenwoordigers:
Maastricht: H. Kortebos, Sint Lambertuslaan 10A.
Heerlen: L. Corten, Valkenburgseweg 97. (Secretariaat: C. Corman, Laan van Hövell tot Westerflier 8.)
Sittard: Th. Verhagen, Gulicksestraat 42.
Roermond: G. Janssens, Stationsplein 3.
Venlo: H. Ceelen, Van Cleefstraat 52.
Helmond: W. Motké, Molenstraat 80.
Eindhoven: A. Sengers, Sint Catharinastraat 5. (overdag: Landelijk Herstel, Don Boscostraat 1.)
's-Hertogenbosch: C. Bleys, Frederik Hendriklaan 40.
Uden: A. de Groot, Stationsstraat A 18.
Oss: C. Nuyten, O.Carm., Molenstraat 118.
Nijmegen: A. v. Weegen, Sint Annastraat 17, (Studentensociëteit Sint Annastraat 22).
Tilburg: P. Bogaers, Noordstraat 81.
Waalwijk: V. Hoffmans, Grotestraat 316.
Geertruidenberg: Mej. M. Visser, Markt 6.
Breda: A. Overing, Baronielaan 133. (Secretariaat: J. de Bok, Vijverstraat 14.)
Roosendaal: A. v. Lieshout, Dominestraat 15.
Bergen op Zoom: O. de Ridder, Vergroesenstraat 2.
Goes: G. Klompe, Klokstraat 1.
Middelburg: F. Zandstra, Kinderdijk 2.
Terneuzen: K. de Vos, Steenkamplaan 2 C..

Studentencontactgroep 

Mejuffrouw C. Lokker (Utrecht)
Mejuffrouw P. M. J. H. Spoorenberg (Utrecht)
M. Custers (Nijmegen)
P. Fetter (Leiden)
G. P. Freeman (Utrecht)
C. J. Gerritsen (Wageningen)
A. G. Haenen (Delft), Secretaris
O. N. Oosterhof (Vrije Universiteit)
A. M. Sengers (Rotterdam)
E. van der Velden (Groningen)
A. A. M. Verdijk (Tilburg), Voorzitter
R. Zoetmulder (Amsterdam)

Bronnen:

Prive:
Gerard Freeman werd geboren op 30 juli 1921 en overleed op 13 juli 2005.
Anneriek Freeman-Smulders werd geboren op 17 januari 1922 en overleed op 5 januari 2017.

Amerikaanse "pilotenhulp" archief over Adriana Helens Freeman-Raats
https://catalog.archives.gov/id/286654693?objectPage=2

Document en interview met Gerard Freeman
Bron © NIOD Amsterdam - archief 251a Stichting LOLKP (geen actieve link beschikbaar, zie document)

Webpagina www.eindhoven4044.nl met verwijzing naar Gerard Freeman
https://eindhoven4044.nl/10/Wielenga.html
https://www.eindhoven4044.nl/10/Heijden.html
https://eindhoven4044.nl/10/Onderduiken-Eindhoven1940-1944.html
https://eindhoven4044.nl/4/namenlijst.html
https://eindhoven4044.nl/50/Voorhoeve.html
https://eindhoven4044.nl/6/Custers.html
https://www.eindhoven4044.nl/10/Beerman.html

Mededelingenblad van de Studentencontactgroep van 23 mei 1945. Bevat onder meer een kort verslag van de werkzaamheden der contactgroep in de drie zuidelijke provincies en namenlijsten.
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMNIOD05:000129788
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMNIOD05:000129787
Uitgever Haenen A.G. Stratumseind 49 Eindhoven

Brabants Studenten Gilde (geschiedenis)
https://www.hetbsg.nl/vereniging/geschiedenis

Boek: Haar verhaal : het verzet van Tilburgse vrouwen in de Tweede Wereldoorlog door Liesbeth Hoeven, uitg. 2019 - 205 p.
ISBN 9789066630994 Verhaal Annerieke Smulders op pagina's 128-130.

Dagboek bij NIOD https://proxy.archieven.nl/298/0978621C08CE195DE0538A77ABC218D5
Titel: Tilburg 1942-1950: "'t Alleenstaand meisje hoeft niet te verworden''
Auteur: Freeman-Smulders, A.
De samenvatting van dit dagboek gebruikt in dit verhaal.

Boek: Haar verhaal : het verzet van Tilburgse vrouwen in de Tweede Wereldoorlog door Liesbeth Hoeven (cultuurwetenscapper) en Astrid de Beer (historica) , uitg. 2019, 205 pagina's.
ISBN 9789066630994
Verhaal Annerieke Smulders en rol Gerard Freeman op pagina's: 10-11, 128-130.

Jacques Raaijmakers:
https://www.vughtsmuseum.nl/wp/wp-content/uploads/2017/03/8.-Vught-in-de-Tweede-Wereldoorlog.pdf

Utrechtsche studenten almanak voor 1939 
https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMUTRA01:001419001:00009

Brabantia Nostra: een gewestelijke beweging voor fierheid en 'schoner' leven, 1935-1951
J.L.G. van Oudheusden, uitg.1990, Dissertation
Number of pages XXXV, 397 p., [12] p. foto's. Dissertation
Online raadpleegbaar als PDF op: https://repository.ubn.ru.nl/bitstream/handle/2066/113838/mmubn000001_111621801.pdf

wikipedia BSG
https://nl.wikipedia.org/wiki/Brabants_Studenten_Gilde

Niet geraadpleegd: 
Titel: 'Van geestelijke bezinning en brandewijn' 
Organisatie: Brabants Studenten Gilde van Onze Lieve Vrouw
Jaar: 1986
Uitgever: Wageningen : Brabants Studenten Gilde
Annotatie: Uitgegeven ter ere van het twaalfde lustrum van het Brabants Studenten Gilde
Omvang: 111 p
Illustratie: ill
Formaat: 21 cm
Artikel van Gerard Freeman pag. 36-40, 'Het Brabants Studenten Gilde veertig jaar geleden en vandaag',

Tegelijk echter bood het Gilde een bundeling van gewestgenoten. Met het verschaffen van een vertrouwde oer-Brabantse sfeer probeerde men te voorkomen dat de jonge aankomende intellectuelen te veel zouden vervreemden van het katholieke milieu waaruit zij voortkwamen.
Oud-Gildebroeder Gerard Freeman kon zich deze sfeer veertig jaar later nog goed herinneren: "Door het Gilde raakte je bevriend met studenten van andere universiteiten en hogescholen en van St. Leonard. De sfeer had iets vanzelfsprekends als de lucht die wij inademen. Er was een plezierige eensgezindheid, die onderhouden werd door het samenwerken aan de kapellen, eten tijdens de bouw, bidden, praten over de toekomst, in een bewustwording van het bestaan van katholieke en Brabantse waarden. Het had iets van een aards paradijs, een tijdloze, gelukkigmakende sfeer." De opkomst en bloei van het Gilde waren geen geïsoleerd verschijnsel, maar pasten in de opgang van Brabant en de rooms-katholieke emancipatie.
Citaat uit: Gerard Freeman, 'Het Brabants Studenten Gilde veertig jaar geleden en vandaag', in Van geestelijke bezinning, a.w., 14.

Tijdschrift inBrabant december 2012, met foto's uit 1943 van het Brabants Studentengilde
https://regionaalarchieftilburg.blogspot.com/2012/12/nieuwe-fotos-uit-1943-van-het-brabants.html