"Foute cafés" in Eindhoven tijdens de oorlog

Positie van de horeca tijdens de bezettingsjaren 




"Florita theetabletten met den echten theesmaak"
"Theesurrogaat: De invoer van thee stopte in het voorjaar van 1941. Wel werden er surrogaattabletten in de handel gebracht, die een beetje naar gewone thee smaakten. De surrogaten werden in principe door de overheid gekeurd voordat ze in de winkel verkocht mochten worden."
Deze dagbladadvertentie verscheen in vele variaties in de jaren 1943 t/m juni 1944.

Cafés en restaurants in Nederland en Eindhoven tijdens de Duitse Bezetting, 1940-1945

Tijdens de bezetting van Nederland (1940-1945) namen de Duitsers een reeks maatregelen met betrekking tot bier, koffie en sterke drank in cafés, voornamelijk door het te rantsoeneren, de kwaliteit te verlagen en de distributie te centraliseren. Door het tekort aan mout werd de kwaliteit van het bier steeds slechter. Brouwers moesten noodgedwongen andere granen, zoals maïs en gerst, gebruiken, wat een dunner en minder smaakvol bier opleverde. Tegen het einde van de oorlog was het 'echte' bier nauwelijks meer verkrijgbaar.

De productie van sterke drank werd al vroeg in de oorlog aan banden gelegd en later grotendeels stopgezet. Grondstoffen zoals aardappelen en graan moesten worden ingezet voor de voedselvoorziening.

De regels voor wat de horeca mocht serveren, waren een direct gevolg van de Duitse bezetting en de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog, die tot schaarste aan bijna alles leidden. Het verbod op Franse termen op een menukaart was meer dan een pesterij, het was een aanzet tot germanisering Nederland. De Nederlandse bevolking voelde door deze dagelijkse beperkingen de realiteit van de bezetting. Vanaf augustus 1941 werd het gebruik van Franse culinaire termen, de standaard in de chiquere horeca, verboden. Termen als 'menukaart' moesten worden vervangen door 'spijskaart', en 'bouillon' werd 'vleesnat'. 

Omdat koffie niet in Nederland werd verbouwd en de import stilviel, werd het snel schaars. Koffie werd op rantsoen gezet en via distributiebonnen verdeeld. Deze bonnen werden in cafés ingenomen voor een kopje koffie, maar de hoeveelheid was strikt beperkt. Vrij snel was in cafés alleen nog surrogaatkoffie en -thee verkrijgbaar.

Restaurants hadden weer met andere beperkingen te maken en stap voor stap werden deze ingevoerd. Het begon met vleesloze dagen op dinsdag en vrijdag. Vanaf april 1942 werd bepaald dat 'eenvoudige gerechten' op maandag en donderdag maximaal 50 gram vlees en 10 gram boter of vet mochten bevatten. In het najaar van 1942 mocht er geen suiker meer bij de koffie of thee geserveerd worden in de horeca. Ook de bereiding van aardappelen werd gereguleerd: koks moesten deze op maandag, woensdag en donderdag in de schil koken om verspilling tegen te gaan.

Om de indruk van een functionerende markt te wekken, moest er altijd een 'bonloze maaltijd' op de kaart staan, hoewel het aanbod hiervoor steeds minder werd. Vaak moest voor bepaalde gerechten een vleesbon worden ingeleverd.

Alle horecagelegenheden hadden last van de spertijd; van 22.00 uur tot 6.00 uur was het verboden om buiten op straat te zijn. In de praktijk ging de sluiting eerder in.

  • Eind 1940 Verbod op het schenken van sterke drank na 19:00 uur.
  • 1 april 1941 Verplichting voor cafés om bordjes "Voor Joden verboden" op te hangen.
  • Mei 1941  Invoering van vleesloze dagen (dinsdag, vrijdag) en een verplichte bonloze maaltijd op spijskaart.
  • Augustus 1941 Verbod op Franse termen op menukaarten; 'menukaart' wordt 'spijskaart'.
  • 15 september 1941 Algemene verordening (138/1941) voor "Voor Joden verboden"-borden in alle openbare gelegenheden.
  • Januari 1942 Verplichting om op maandag, woensdag en donderdag aardappels in de schil te koken.
  • April 1942 Verdere beperking van vlees- en vetgebruik op maandag en donderdag.
  • Oktober 1942 Geen suiker meer bij koffie en thee in de horeca.

Utrechtsche courant 20 februari 1943.

De wapenrusting bij een bezoek aan restaurant of cafetaria bestaat uit het mee brengen van mes, lepel en vork. Deze nuttige gebruiksvoorwerpen zijn schaars geworden. In sommige restaurants werden in den loop van 1942 'meer dan 50.000 stuks eetgerei ontvreemd. 

Eigen mes, vork en lepel meenemen

Steeds vaker komt het voor dat in hotels, restaurants en andere gelegenheden door een bepaald publiek allerlei gebruiksvoorwerpen worden meegenomen, zoals vorken, lepels, messen, koppen, schotels, gordijnkoorden, lakens, handdoeken, tafelkleedjes, enzovoort.

Dit probleem doet zich zowel in de betere zaken als in de eenvoudiger gelegenheden in even sterke mate voor. Het heeft verschillende ondernemers ertoe gebracht om statiegeld te vragen voor het gebruik van een vork, mes of lepel.

Aanvankelijk vroeg men voor elk stuk bestek een borg van vijftig cent. Dit bleek echter niet voldoende te zijn; men had die prijs er vaak graag voor over om zo'n voorwerp in bezit te krijgen. Dagelijks werden er nog veel lepels, messen en vorken vermist, waardoor men de borg moest verhogen tot 1 gulden per stuk.

Het probleem is erger in de grote steden dan op het platteland. Het is het ergst in de zogenoemde cafetaria's en stationsrestaurants, waar dagelijks honderden mensen in en uit lopen om snel iets te gebruiken en waar het toezicht op klanten uiteraard moeilijker is dan in andere zaken.

Zo hoorden wij dat door de oplettendheid van een portier bij de uitgang van een zaak mensen konden worden aangehouden die een schotel in hun mouw hadden verstopt. Anderen hadden bijvoorbeeld een kopje onder hun pet verborgen. Ook mosterdflesjes, zoutvaatjes en azijnstellen zijn niet veilig.

Een restauranteigenaar in Haarlem, die hierover zijn nood klaagde, vertelde dat hij in een jaar tijd op deze manier duizenden vorken, lepels, messen, kopjes, schoteltjes en glazen is kwijtgeraakt. Hij is er noodgedwongen toe overgegaan te eisen dat gasten die bij hem willen eten, zelf hun mes en vork of lepel meebrengen.

Een gelegenheid in Amsterdam die goedkope overnachtingen aanbiedt, waar de gasten 's morgens zelf hun bed moeten opmaken, heeft als eis moeten stellen dat men zijn eigen lakens meebrengt, omdat deze herhaaldelijk werden meegenomen.
Diverse artikelen hierover in o.a. Rotterdamsch nieuwsblad 3 februari 1943.

Pam bij de Maan-apen

Een stripverhaal uit 1941 neemt Duitse maatregelen op de hak.
Het verhaal verscheen in een groot aantal lokale kranten.

53. Hij kijkt eens op de spijskaart, maar kan, uit al die vreemde benamingen niet wijs worden. Doch het smaakt alles best en dat is voor Pam de hoofdzaak Toch is hij wel nieuwsgierig naar die vreemde namen.
54. Hij vraagt nu aan een der mannetjes die hem bedienen, wat of die vreemde namén op de spijskaart beteekenen. Daarop vertelt het mannetje hem, dat zij allen Maanbewoners, zijn. Vandaar die vreemde namen.

51. Deze tafel wordt keurig gedekt en Pam kan gaan zitten. Het ziet er keurig uit. Voor het eerst ontdekt Pam nu ook een klein vrouwspersoontje, dat hem vraagt of hij zo goed zit. Pam antwoordt bevestigend.
52. Een spijskaart wordt neergezet en dan worden er allerlei lekkere hapjes voor onze vriend aangedragen. Deze hapjes zijn wel erg klein, maar smaken buitengewoon lekker. Pam smult ervan dat het een Iust is.


Pam bij de Maan-apen door George Debels (schuilnaam Joe Sten)

De strip 'Pam bij de Maan-apen', die in het voorjaar van 1941 verscheen, is een treffend voorbeeld van satire op de Duitse bezetting, slim verpakt als een onschuldig feuilleton voor de jeugd. De tekenaar, George Debels (Joe Sten), lijkt op meerdere niveaus commentaar te geven op de toenmalige situatie.

Voedselrantsoenering en schaarste: De 'allerlei lekkere hapjes' die Pam krijgt (plaatje 52) zijn 'wel erg klein'. Dit is een duidelijke en directe verwijzing naar de distributiemaatregelen (het 'op de bon' gaan) en de toenemende voedselschaarste. Zelfs in deze fantasiewereld zijn de porties karig. De toevoeging dat ze 'buitengewoon lekker' smaken, kan ironisch bedoeld zijn als commentaar op de vaak matige kwaliteit van de 'ersatz' (vervangings)producten.
Plaatje 53 beschrijft de taalzuivering. In die periode probeerden de bezetter en de NSB de Nederlandse taal te 'zuiveren' van buitenlandse, met name Franse, leenwoorden. 'Menu' moest 'spijskaart' worden, 'restaurant' werd 'eethuis'. Pam, die de gewone burger vertegenwoordigt, 'kan er niet wijs uit worden'. Hij snapt niets van deze nieuwe, van bovenaf opgelegde terminologie. Dit symboliseert de vervreemding die veel Nederlanders voelden door de 'Nieuwe Orde'.

De bezetter als 'buitenstaander' De verklaring in plaatje 54 is de kern van de satire. De vreemde namen zijn er omdat de bewoners 'Maanbewoners' zijn. De strip zegt hier dus letterlijk: deze nieuwe regels, woorden en gebruiken zijn niet van ons, ze zijn 'buitenaards', vreemd, en opgelegd door buitenstaanders (de Duitsers).

 'Maan-apen' is hoogstwaarschijnlijk een denigrerende schuilnaam voor de bezetters of hun meelopers (NSB'ers). De associatie met 'Mof-apen' of 'Nazi-apen' is snel gemaakt. Door het te verpakken als een absurde fantasieterm kon de tekenaar de censuur omzeilen, terwijl de boodschap voor de goede verstaander overduidelijk was.

Hotels in de fout

Na de bevrijding werden de drie eigenaren van grote Eindhovense hotels vervolgd. Twee van hen werden veroordeeld tot internering, daarnaast werden boetes opgelegd.

 Kringblad NSB Eindhoven 15 juli 1941
NSB Kringleider Pulles dreigt met moeilijkheden wanneer de bedrijven niet meewerken. En inderdaad is bij Hotel Schimmelpenninck de inventaris door WA mannen kort en klein geslagen.

Ondertekenaars wilden een Jodenverbod in cafés, hotels en restaurants

NSB-kringleider H.A. Pulles probeerde de bordjes "verboden voor Joden" in te voeren bij de grotere hotels, in de vorm van een gemeentelijke verordening. Hij diende hierover op 9 juni 1941 een verzoekschrift in bij Burgemeester en Wethouders (B&W). Het gekozen gemeentebestuur weigerde dit uit te voeren. Een paar maanden later, in februari 1942, was Pulles oorlogsburgemeester en voerde hij het als een verplichte verordening in. Diverse hoteleigenaren ondertekenden deze verklaring, de meesten onder druk van de NSB en de Duitse bezetters. Echter, een viertal eigenaren ondersteunde dit wel uit overtuiging, ze zijn na de bevrijding vervolgd.

S. J. Nijpels, Hotel Du Commerce. Stationsplein 1.
G. J. v.d. Made, café - restaurant Cecil. Nieuwstraat 18
C. J. v.d. Water, Hotel Old Dutch. Markt 8. 
J. P. de Bruin, Café Dommelzicht. Bleekstraat 3 (geen hotel, zie cafés)

De volgende hotels zijn tijdens de bezetting niet meer in de fout gegaan en hebben alleen een geldboete gekregen:

J. A. Biemans, Hotel Schimmelpenninck. Stationsplein 2.
E. M. Verhoeven, Hotel Suisse. Stationsplein 8-10.
J. M. Dijkshoorn, Oranjehotel.  Stationsplein 7.
A. Paaijmans, Hotel Germania. Markt 23.
J. A. H. Verheugen, Lunchroom Verheugen. Demer 37.
W. B. H. Kuypers, Hotel Beatrix. Geldropscheweg 17.
B. W. Jansen, Hotel Hertog Hendrik Geldropscheweg 17.
G. v. Lit, Hotel Trianon. Vrijstraat 16.
H. Nuchelmans, Hotel Limburgia. Marktstr. 10.

Machtsoverdracht voor hotel-café-restaurant Du Commerce.

Hotel-café-restaurant Du Commerce. 

De Duitse bezetting van Eindhoven, die begon op 10 mei 1940, werd een harde realiteit toen op 12 mei de eerste Duitse militairen strategische punten en gebouwen in bezit namen. De bezetting werd officieel bekrachtigd in Eindhoven op 18 mei 1940 met het hijsen van de Duitse vlag. Duitse soldaten verzamelden zich voor de Ortskommandantur, die lage tijd was gevestigd in hotel-café-restaurant Du Commerce. 

Veelvuldig reclame voor Du Commerce in NSB en duitse bladen

Hotel Du Commerce

De aanklacht tegen de voormalige hotelhouder S. J. Nijpels, in wiens hotel Du Commerce lange tijd de Ortskommandantur (Duitse plaatselijke bestuur) was gevestigd.
Vergeleken met de geruchten – die beschuldigingen van spionage, drinkgelagen met Duitsers en vele andere wandaden omvatten – viel de dagvaarding tegen Nijpels erg mee. Hem werd het volgende ten laste gelegd:
* het lidmaatschap van de NSB;
* lidmaatschap van het NAF (Nederlandsch Arbeidsfront) en andere nazi-instellingen; 
* het adverteren in plaatselijke en Duitsgezinde bladen;
* een abonnement op de Deutsche Zeitung; 
* het bieden van gelegenheid voor vergaderingen van NSB-instanties.

De verdachte gaf het ten laste gelegde toe, maar ontkende contributie te hebben betaald en langer dan tot eind 1941 lid te zijn geweest van de NSB.  Al vanaf 1935 verhuurde hij vergaderzalen aan de NSDAP. Hij stelde dat hij zijn hotel allerminst vrijwillig ter beschikking had gesteld aan de Ortskommandantur. Hij ontving slechts 100,- gulden per dag voor gebruik van het hotel. Pas nadat de burgemeester Verdijk, die de Duitsers moest vergezellen, tegen hem had gezegd: "Je kunt er niets tegen doen; ze nemen het toch", zou hij voor de overmacht zijn gezwicht. Dat direct daarna de hakenkruisvlag op zijn pand werd gehesen en bleef hangen, kon hem daarom moeilijk worden verweten.

Vanaf maart 1941 werd het bedrijf weer vrijgegeven, maar de kamers bleven allemaal ter beschikking van de Wehrmacht.

De verdachte ontkende met klem pro-Nationaal-Socialistisch te zijn geweest. Als hij al een keer een feest voor Duitsers heeft gegeven, dan gebeurde dit naar eigen zeggen in het belang van zijn toch al zwaar getroffen bedrijf en om te voorkomen dat zijn personeel in Duitsland tewerkgesteld zou worden

In 1946 werd hotelhouder S. J. Nijpels, eigenaar van "Du Commerce" bij de bijzondere rechtbank gehoord en veroordeeld. Met het oog op zijn zeer lange internering, bijna 2 jaar, legde de rechtbank hem een verbod op om in Eindhoven, (Echter werd deze eis in 1947 onwettig verklaard) nog werkzaam te zijn als exploitant van een hotel, restaurant, café of koffiehuis. Nijpels werd bovendien onmiddellijk in vrijheid gesteld. 
In Nijmegen begint hij een nieuw hotel.

De onderste tekening is een door AI gemaakte visualisatie van een zaal in Old Dutch, gevuld met feestende Duitse militairen, en is gebaseerd op een ansichtkaart met lege stoelen
De foto Markt toont de cafés, restaurants en Old Dutch, Ansichtkaart uit circa 1935.
Eigenaar: Johannes Cornelus van de Water
Geboren: Nuenen, 11 augustus 1898 – Overleden: Nuenen, 21 maart 1970

Café-restaurant en hotel Old Dutch

De café-hotelhouder van "Old Dutch", C. J. van de Water. Hij was niet alleen lid geweest van de Nederlands-Duitse Kultuurgemeenschap, maar had bovendien een opvallend vriendschappelijke houding aangenomen tegenover de Duitsers die zijn café bezochten.

Hij uitte deze vriendschappelijke gevoelens door ijverig handen te schudden, borrels te drinken met de 'Moffen' en met hen de stad te bekijken. Hij was geabonneerd op de Deutsche Zeitung en kocht regelmatig het NSB-weekblad Volk en Vaderland (VoVa). Ook sloot hij weleens weddenschappen af op een Duitse overwinning of op de val van Moskou of Stalingrad.

Ten slotte had hij, samen met een aantal andere caféhouders in de stad, een steunbetuiging voor de Jodenmaatregelen gestuurd aan NSB-burgemeester Pulles.

In de tijd dat zijn hotel ook de Ortskommandantur huisvestte, steeg zijn omzet voortdurend, dankzij de extra rantsoenen die hij van de Wehrmacht ontving.

Toch bleef de zaak van Van de Water floreren, ook na het vertrek van de Ortskommandant en zijn gevolg, omdat de verdachte "nog weleens iets zwarts op de kop kon tikken".

Zijn opvallend vriendelijke houding tegenover de bezetter vond de verdachte "maar een kleinigheidje", net als het afsluiten van weddenschappen op de Duitse overwinning. "Onder het genot van een borreltje maak je weleens een gekheidje om de mensen op stang te jagen!", aldus Van de Water. Hij was zich kennelijk ook nu nog niet bewust van zijn onverantwoordelijke houding.

Het verzoekschrift aan Pulles had hij naar eigen zeggen alleen getekend "om de orde en de rust in zijn bedrijf te kunnen handhaven".  Dit verzoekschrift begon met de constatering dat gelijkheid van ras en gelijkberechtigdheid van Joden iets was "dat tot het verleden behoorde". De  aanklager noemde dit zeer terecht "misselijk".

De verdediger van de verdachte, mr. Van de Putt, had de hele zaak eigenlijk buiten een openbare zitting willen houden. Hij vroeg zich af waarom deze man wél, en allerlei winkeliers die aan 'Moffen' verkochten, niet voor het tribunaal hoefden te verschijnen. "Het caféhouderschap", aldus mr. Van de Putt, "brengt nu eenmaal een soort allemansvriendschap met zich mee en van een bewuste benadeling van het Nederlands belang is hier geen sprake." Volgens hem was er alleen sprake van een slappe houding, en dat was geen reden om iemand voor een tribunaal te dagvaarden.

Het tribunaal kon deze zienswijze niet delen, omdat de combinatie van feiten en de antwoorden van de verdachte duidelijk aantoonden dat hij bewust fout was geweest en een verkeerde mentaliteit had. Als straf hiervoor werd 1500 gulden van zijn vermogen verbeurd verklaard, terwijl hem ook zijn radio en zijn kiesrechten werden ontnomen.

 café - restaurant “Cecil” Nieuwstraat 18
Na de bevrijding opende Van der Made bar 'Cecil' aan de Nieuwstraat 17.

Godefridus Johannes van der Made: geboren Maastricht, 25 januari 1893 -overleden Eindhoven 15 december 1959

Café - restaurant "Cecil"

De NSB'er Godefridus Johannes van der Made, die voorheen café - restaurant "Cecil" in de Nieuwstraat 18 runde, werd er bovendien van beschuldigd dat hij de Nederlandse Volksdienst en de Nederlands-Duitse Kultuurgemeenschap met zijn lidmaatschap had gesteund.

De man bleek in 1933 Mussert al te zijn gevolgd. In november 1940 stapte hij uit de beweging, maar maakte dit "goed" door op verzoek van Pulles weer lid te worden, waarvoor hij 50 gulden betaalde. Hij beweerde nu dat hij bang was dat het hem anders zou zijn vergaan dan de heer Biemans, bij wie de WA (in Hotel Schimmelpenninck) de inventaris kort en klein had geslagen.

Hij wilde niet dat zijn lidmaatschap veel bekendheid kreeg; het beruchte document over de Jodenmaatregelen (de steunbetuiging) had hij niet getekend. Hij ontkende dat hij de extra jenevertoewijzing van de NSB-distributie had aangevraagd, maar uit de documenten bleek iets anders. In plaats van de maandelijkse 25 liter extra, kreeg hij naar eigen zeggen maar één keer zes liter. De SD (Sicherheitsdienst) kwam er desondanks wel borrelen, maar dan zorgde Godefridus dat hij uit de buurt bleef.

Mr. Nijst (zijn advocaat) lichtte toe waarom zijn cliënt lid was gebleven: hij was in oktober 1940 gestopt, maar werd later onder druk weer lid omdat hij het NSB-gemeentebestuur nodig had (voor zijn zaak). Toch voelden de 'Kameraden' (andere NSB'ers) zich niet erg welkom bij hem. Verder heeft niemand last van hem gehad.

Zijn advocaat vond één jaar internering voldoende, ook omdat zijn hele zaak in 1942 bij het Sinterklaas Bombardement is verwoest . 
Uiteindelijk verviel ook de opgelegde boete en bleef het verlies van de kiesrechten over. De internering had de verdacht al ondergaan.

Hotels en cafés gevorderd door de Duitse bezetters

Reeds op 13 mei 1940, slechts drie dagen na de Duitse inval, werden kamers in het Oranjehotel gevorderd voor de verzorging van gewonde en zieke Duitse soldaten.

Daarnaast werd Café Clement aan de Tongelresestraat 286 gevorderd en omgevormd tot een Wehrmachtsheim: een ontspannings- en verblijfsoord voor Duitse soldaten. Petrus Clement was toen al overleden en zijn weduwe Wilhelmina Heijnen was op dat moment eigenaar. Dit café (opgericht rond 1919?) heeft na de bevrijding nog tot 1950/1957 bestaan.

Café 'Welschap' werd ook gevorderd, waarschijnlijk zonder bezwaar.

Hotel Victoria aan de Mathildelaan 77 werd in gebruik genomen voor Duitse Fliegeroffizieren.

Hotel de Kroon (Boschdijk 54) werd gebruikt als een soort verzorgingsdienst (Verpflegungsamt) voor maaltijden en rantsoenen.

Hotel Royal aan het Stationsplein werd tijdelijk gebruikt door het Oberkommando des Heeres (OKH).

De Hotels Du Commerce en Old Dutch werden deels gevorderd, maar er werd ook betaald voor het gebruik.

Cafés voor Frontzorg

In het kort was "Frontzorg" (voluit: Nederlandsche Frontzorg) de welzijnsorganisatie voor Nederlandse vrijwilligers die tijdens de Tweede Wereldoorlog aan Duitse zijde vochten, voornamelijk in de Waffen-SS aan het Oostfront.

In diverse Eindhovense cafés werden collecten gehouden en kaarten verkocht voor cabaretavonden waar de opbrengst naar Frontzorg ging.

De tekst van het affiche:
Het front voor het vaderland!
Het vaderland voor het front.

Organisatie: Landelijke Frontzorgcollecte 27 Mei 1944.

Bron affiche: https://beeldbankwo2.nl/

N.S.B. cabaret avond met Paul Duval in Eindhoven

Frontzorg 1942

In Eindhoven werden naast "Winterhulp" ook regelmatig gelden ingezameld voor de strijd van de nazi's aan het Oostfront. De avonden hadden tot doel om gelijkgezinden bijeen te brengen en hun een "gezellige avond" te bezorgen. Het belangrijkste doel was echter om de bezoekers moreel te verplichten financieel bij te dragen aan Frontzorg, het werven van vrijwilligers om aan het Oostfront te gaan vechten, en het verspreiden van NSB-propaganda onder de bezoekers. De kaartverkoop was volledig in handen van de NSB. In 1942 vond de verkoop plaats in de kringhuizen van de NSB en de NSDAP, en bij NSB-functionarissen. In 1943 werden vooral de NSB-cafés ingeschakeld, deels om hun klandizie te bezorgen, maar ook omdat de drempel hierdoor iets lager lag. De meeste Eindhovenaren bleven echter ver weg van dit soort vermaakavonden.

In 1942 verzamelde men namen van Oostfronters. In de advertentie stond: "Degenen die een man, zoon of broer aan het front hebben, worden beleefd verzocht omgaand hun naam en adres schriftelijk bij het Kringhuis der N.S.B. aan de Parallelweg 7 in te dienen." Al deze gegevens zijn waarschijnlijk verloren gegaan, want op 6 december 1942 is dit Kringhuis gebombardeerd en volledig verwoest. Ook Philips en grote delen van Eindhoven werden toen gebombardeerd, waarbij veel slachtoffers vielen.

Cabaret Paulus de Ruiter

Frontzorgavond 1943

De "bruinste" cafés zijn ingezet voor de kaartverkoop

P. de Bruin, Bleekstraat 3; café Dommelzicht
E. Stratman, Heezerweg 88; café Oud Stratum
P. Arts, Leenderweg 300; café P. Arts
G. v. Hoek, Fr. van Eedenplein 82; kaaswinkel wijnen enz *
H. v. Lith, Lijmbeekstraat 453; Winkel NSB-slagerij
B. v. Glabbeek, Kerkstraat 14; café „Onder den Toren"
P. J. W. Hendrick, Hemelrijken 104; Café Edelweis
Gustaf W. J. Ridder, St. Catharinastraat 60. (woonhuis)

De baten van deze voorstelling worden afgedragen aan Frontzorg.

*De zoon van G. van Hoek, Thomas is actief bij allerlei landverraderlijke organisatie en betrokken bij Frontzorg.
die zijn kiesrechten kwijt is en bovendien nog geïnterneerd zal blijven tot 1 Juni 1947.  Dit alles wegens lidmaatschap van de NSB, begunstigend lidmaatschap van de Germaansche SS en Landwachterschap.

Prof. Melachini , 1880-1974 alias voor Duitse illusionist Wilt Geilen.
Melaohini toverde zakdoeken, eieren, kaarten en vele andere voorwerpen weg. (Zoals de Duitsers meer lieten verdwijnen) Zijn vingervlugheid steeg van bewondering tot hoorbare verbazing.  

Frontzorgavond 1944

Zaterdagavond organiseerde "Frontzorg" in de zaal van het Philips Ontspanningsgebouw weer een avond, waarop goochelaar "Melachini" optrad. Wat het voornaamste was: er werd een goedgeslaagde collecte gehouden.

Kompaan G.E. van Schaick opende de gezellige avond met een kort woord, waarin hij wees op de verbondenheid van (Oost)front en thuisfront. 

In de pauze trad de W.A.-harmonie onder leiding van de heer Dols op. Tijdens deze pauze werd een collecte gehouden en vond er een verkoping van een vet konijn plaats.

Dit alles zorgde ervoor dat kompaan Schaick zich in zijn slotwoord zeer tevreden kon tonen over zowel de gevers als de werkers. Immers, de collecte bracht 4100 gulden op. De totaalopbrengst van de Frontzorgactie in de jaren 1943 en 1944 bedraagt ruim 15368.- gulden.

Parallelweg 5 Eindhoven, café Vial foto: www.rhc-eindhoven.nl
Duitse militairen drinken een biertje op een terras.

Cafébezoek door Duitse militairen was niet te voorkomen.

Maar je kon het bezoek wel tegenwerken door bijvoorbeeld geen Duitse muziek te draaien, langzaam te bedienen en te doen alsof je geen Duits verstond of sprak.

Jan van Hout, een succesvolle wielrenner, had café Sportpaleis. Hij besloot principieel eind 1940 zijn zaak te verkopen, omdat hij niet voor de Duitsers wilde tappen.

Het Eindje (Lijmbeekstraat), een straat vol cafés en sommige gelegenheden met dames van lichte zeden, was verboden terrein voor Duitse militairen. Bij de ingang van het gebied was het bord "Betreten der Strasse für Wehrmachtsangehörige verboten" opgehangen. 

De bezetters misten dus 't Chocoladekuntje. Ze oefende het oudste beroep uit, waarbij wordt gezegd dat zij dit deed tegen vergoeding van een reep chocolade.
Foto's Het Eindje en meer informatie op: 
https://eindhoven4044.nl/6/Thoor.html

In het overzicht van foute cafés staan alleen zaken waarvan de eigenaren strafrechtelijk vervolgd zijn.

Foute cafés

Volgens het adresboek uit 1934, dat gegevens van alle inwoners, bedrijven en beroepen bevatte, kende Eindhoven zo'n 250 cafés. Slechts negen van deze cafés en een aantal bedrijven sympathiseerden met het Nazi- en NSB-gedachtegoed.
Voor de oorlog kenden Eindhoven al een NSB-kringhuis waarvan Café-Restaurant Lodewijk Napoleonplein 17 vanaf 1934 tot 1940 de belangrijkste ontmoetingsplek was.
De Duitse gemeenschap ofwel Rijksduitsers had hun eigen café genaamd Rheingold aan de Aalsterweg 36 vanaf 1931 tot 1938.

Alle cafés hadden het moeilijk...

Naarmate de bezettingsjaren vorderden, nam de schaarste steeds verder toe. Door de Duitse bezetting werd Nederland afgesneden van de overzeese aanvoer van producten als koffie, thee, cacao en specerijen uit Nederlands-Indië. Dit zorgde voor de introductie van surrogaten, ofwel namaakproducten, die de smaak van het origineel probeerden te imiteren maar zelden de kwaliteit evenaarden.

De avondklok en de daardoor verplichte eerdere sluitingstijd zorgden ook voor een forse omzetdaling. Tussen 's avonds 10 en 's morgens 6 uur was het "Sperrtijd". Geen mens mocht in die uren zonder bijzondere verlofpas op straat. Later werden deze tijden nog aangescherpt naar 20.00 uur tot 4.00 uur.

Geheime  distilleerderij of stokerijen in Eindhoven
Dagblad Zuiden 20-11-1943

Kwaliteit alcoholische drank ging achteruit

Ook de drankenvoorziening werd hard getroffen. De kwaliteit van bier ging sterk achteruit doordat brouwgerst gerantsoeneerd werd en de bezetter een lager stamwortgehalte verplicht stelde. Sterke drank, zoals de geliefde jenever, werd extreem schaars. De grondstoffen – granen en suikerbieten – waren harder nodig voor de voedselproductie.

Deze extreme schaarste zorgde onvermijdelijk voor een bloeiende handel op de zwarte markt, waar producten tegen woekerprijzen werden verhandeld. Voor veel horecaondernemers was dit de enige manier om nog een enigszins acceptabel menu aan te kunnen bieden en hun zaak draaiende te houden. De risico's waren echter groot, aangezien de Crisis Controle Dienst (CCD) en de economische politie streng controleerden op illegale handel.

Een groot aantal personen in Eindhoven is tijdens de oorlog betrapt op zwarthandel. Het ging daarbij vooral om sigaretten, vlees, groenten en drank.

Dit soort berichten werd wel in de krant gezet om de schijn op te houden dat het voedsel eerlijk verdeeld werd. In werkelijkheid werd de schaarste echter veroorzaakt door de oorlog en doordat veel levensmiddelen naar Nazi-Duitsland gingen voor de Duitse bevolking.

 Tijdens de NSB periode aangeduid als Café Stratman maar ook bekend als café Oud Stratum. De foto is van na 1944.
 Gelegen hoek Rozemarijnstraat en Heezerweg 88.

Na de bezetting bleef het café bestaan. Studenten gingen er vaak een potje biljarten, maar vooral om de ouwehoerverhalen van uitbater Tinus Stratman aan te horen, die zichzelf regelmatig betitelde als 'de slimste man van Eindhoven'. Als goede barman had hij het hoogste woord en hij werd bijgestaan door Sjaantje, die ooit in het Eindhovens Dagblad in de jaren tachtig stond omschreven als 'het oudste animeermeisje van Eindhoven'. Ze was toen al voorbij de 80, maar stond nog vaak achter de tap.

Café Oud Stratum

Eduard Cornelis Stratman betrok in 1938 met zijn gezin het woonhuis annex café. Soms is het pand aangeduid als Koffiehuis Stratman of Café Stratman. In 1942 duikt de naam Café Oud Stratum op. De eigenaar, Eduard Cornelis Stratman, is in augustus 1940 NSB-lid geworden en bleef dat tot het bittere einde. Hij beweerde uit noodzaak lid was geworden van de N.S.B. De voorzitter van het tribunaal vond dit niet zo aannemelijk, gezien het dubbele beroep van de man als spinner en caféhouder.

Hij ondersteunde het NSB-gedachtegoed door in het NSB-kringblad regelmatig advertenties te plaatsen. Hoewel de advertenties een neutrale oproep uitstraalden – "Bezoekt Café Stratman" voor "n goed glas bier - voor weinig geld" – trok zijn café hiermee voornamelijk NSB-geestverwanten. Hij begunstigde financieel de Nationale Jeugdstorm en verkocht in zijn café steunkaarten voor de Frontzorg. Zijn fanatieke instelling bleek ook uit het feit dat hij zich meldde en liet keuren voor de Landwacht, hoewel hij wist dat hij te oud was. Hij ging zelfs naar Den Haag om de begrafenis bij te wonen van Seyffardt, die door het verzet was doodgeschoten. (Hendrik Alexander Seijffardt (Breda, 1 november 1872 - Den Haag, 6 februari 1943) was een Nederlandse luitenant-generaal. Hij collaboreerde met de Duitsers. )
Tijdens Stratman's proces voor het tribunaal kwam als positief punt naar voren dat de buurt bij hem naar Radio Oranje kon luisteren; als NSB'er mocht hij zijn radio behouden. Verder weigerde hij zijn jeneverrantsoen aan de Duitsers uit te schenken. Of dit allemaal waar is, blijft een vraag. Het tribunaal legde hem internering op tot 1 januari 1947.


Op de hoek aan de rechterkant is Café „De Keizer" Heezerweg 108 te zien. Nu hoek Amaryllisstraat / Heezerweg

Café „De Keizer"

Kameraden, bezoekt ook Café „De Keizer" Heezerweg 108 Eindhoven. Met de tekst "Prima Dranken Beleefd Aanbevelend, M. A. Maas." Matheus Antonius Maas was een fanatiek aanhanger van de nieuwe Duitse orde. Hij adverteerde aantal jaar in De zwarte soldaat : blad voor de WA en ook in het plaatselijke NSB kringblad. Maas ontliep zijn veroordeling door te overlijden in juli 1943 in St. Joseph Ziekenhuis te Eindhoven. Hij werd 51 jaar. Vanaf die datum stopte ook de advertenties in De zwarte soldaat.
Na de oorlog cafe J. Boons en later 't Schaep met de vijf Poten. In 1984 een winkel voor textielgoederen.

Foto cafe Bleekstraat 3, tijdens de bevrijding van Eindhoven nog met terras, advertentie van Piet de Bruin in NSB blad.

Café Dommelzicht

"Steeds groter wordt het aantal kameraden dat elkaar ontmoet in Café Dommelzicht," belooft de advertentie. Een andere advertentie heeft de tekst: "Kameraden Treffen Elkaar Bij: Piet De Bruin," met als afsluiting de groet "Hou Zee." De groet "Hou Zee!" werd tussen 1933 en 1945 gebruikt door leden van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB).

Piet de Bruin was lid van de "bereden WA" en speelde in 1942 voor NSB-Sinterklaas. Hij werd toen in NSB-uniform verwelkomd door burgemeester Pulles. Naast Sint was hij lid van de WA en de Kulturgemeenschap. Hij was actief in het verspreiden van het NSB-weekblad Volk en Vaderland (VoVa) en bladen zoals Storm en De Opstand. Ook was hij regelmatig in de weer met het werven van gelden voor Frontzorg. Toen hij weigerde landwachter te worden, is hij uit de WA gestoten.

Tijdens zijn verdediging voor het tribunaal werd gezegd dat hij niemand kwaad had gedaan (hoewel hij wel het kwaad verspreidde), zodat zijn veroordeling er nog vrij goed afkwam. Zijn straf was internering tot 1 oktober 1946 (vanaf september '44), een boete van f 500 gulden, verbeurdverklaring van zijn radio en ontzetting uit de kiesrechten.

Café „Welschap" Zeelsterstraat 120
 Gebouwd in 1929. Hoek Carmelitessenstraat - Zeelsterstraat.

Café „Welschap" Zeelsterstraat 120

Het café "Carmel" aan de Zeelsterstraat 120 werd in 1936 overgenomen door caféhouder Antoon van der Loo (geboren 4 april 1894). Het was een café annex woonhuis. Het pand had een grote zaal beschikbaar voor vergaderingen en, in de bezettingsjaren, voor iets anders. Hij veranderde de naam in Café "Welschap".

Van der Loo werd begin 1940 een NSB-sympathisant en waarschijnlijk lid. Hierdoor mocht hij, toen het verplicht werd om radio's in te leveren, de zijne behouden. Ook was hij lid geworden van het Economisch Front, een afdeling van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB)-organisatie. Dit alles om zogenaamd te voorkomen dat zijn café zou worden gesloten.

Later in de oorlogsjaren werd zijn bedrijf door de Duitsers gevorderd om ingericht te worden als een lazaret, een soort ziekenhuisje. Hijzelf ging vrijwillig op het vliegveld werken.

Het was zijn geluk dat tijdens zijn veroordeling bij het tribunaal de getuigenverklaringen zeer aanvechtbaar bleken te zijn en ze elkaar op alle punten tegenspraken. Zijn internering werd na negen maanden voorarrest beperkt tot 1 april 1946. Zijn radio werd verbeurdverklaard en hij verloor de kiesrechten.

Het pand is nog steeds in gebruik, nu met de naam Café-Biljart "De Strijpse Ketel".

Café "Onder den Toren" Kerkstraat 14 (Al deze panden zijn afgebroken eind 1959).

Op de foto is op nummer 10 een deel van de Synagoge der Israëlische Gemeente te zien (afgebroken 1959). De poort ernaast is van firma Bemelmans en Co (grossierderij in rookartikelen) op nummer 12. Direct na de oorlog was er in die poort gelegenheid tot het luisteren naar Radio Oranje. Naast de poort, in het eerste witte pand, bevond zich het café "Onder den Toren" van M. L. van Glabbeek, huisnummer 14. Na de oorlog zette zijn zoon Peter de zaak voort, later was het het café van Josephus van Hugte.
Bron foto https://www.eindhoveninbeeld.com

Café „Onder den Toren"

Café met bovenwoning "Onder den Toren" aan de Kerkstraat 14 is een van de oudere cafés van Eindhoven. Eigenaar Martinus L. van Glabbeek (geboren 7 februari 1882 - overleden 1 februari 1950) had al een café in 1920. Hij was daarnaast ook herbergier (1926), kleermaker (1934) en sigarenmaker. Voor eigenaren was alleen leven van de caféopbrengsten vaak niet mogelijk.

Het café gaat in de fout door diverse malen in advertenties het contactadres te zijn voor fondswerving voor Frontzorg. Dit gebeurde samen met andere "foute" cafés.

Na de oorlog is Martinus Leonardus van Glabbeek onderzocht door de Politieke Recherche Afdeling (PRA) in Eindhoven. De relatief milde overtredingen zijn afgehandeld door een speciale openbaar aanklager.

Na zijn overlijden is de slotzin van zijn bidprentje"Lieve Kinderen en Kleinkinderen, vele zorgen heb ik om u allen gehad, leef zoals ik geleefd heb, bewaar ons Heilig geloof, houdt uwe moeder in ere, vergeet mij niet en bidt voor mij."

Foto van café Edelweis, Hemelrijken 104.
De oorspronkelijke kleurenfoto is met AI aangepast naar een eerdere periode 1941 -1944.
Peter Johannes Wilhelmus Hendrick, geboren op 3 april 1901 - overleden 29-3-1965. In 1927 getrouwd met Karolina Auguste Kaufmann in Eindhoven.

Café Edelweis 

In december 1941 opende de veertigjarige chauffeur Peter Hendrick het woonhuis annex café-zaal aan Hemelrijken 104. Hij registreerde zijn nieuwe zaak onder de naam 'Edelweis'. Dit café had hij aangekocht van J.B. Kluijtmans, die het eigenaarschap deels kwijt was geraakt omdat de Duitse bezetter het pand gevorderd had.

Zijn 'Edelweis' trok voornamelijk Duitse soldaten en NSB-gezinde personen, die er ook kwamen dansen. Hij gaf zijn enige zoon, die in het jaar 1941 veertien jaar oud was, op bij de Jeugdstorm en de Hitlerjugend. Hij zamelde ook diverse keren fondsen in voor Frontzorg.

Na de bevrijding werd een onderzoek ingesteld naar deze ex-caféhouder. Zijn zaak werd door een speciaal aanklager onderzocht en afgehandeld door de rechtbank. Hij moest zich daar verantwoorden voor zijn lidmaatschappen van de NSB en de NVD, zijn sympathieën voor het Economisch Front en zijn veelvuldige omgang met Duitse soldaten. Zijn daden en opvattingen leidden uiteindelijk tot een internering tot 1 oktober 1946, met verlies van de kiesrechten en verbeurdverklaring van de radio.

Het pand kreeg na de oorlog diverse bestemmingen, waaronder NV Brouwerij 'Wertha' en Stichting 'Leger des Heils'. Het gehele pand werd in 1984 afgebroken. Nu staan er woonhuizen.

De bovenstaande foto uit het RHC archief, is van 1925. Het pand had toen nog huisnummer 250. Het café begon destijds als Café Dennenoord en kreeg later de naam Café Sebastopol. Vanaf 1938 huurde P. Arts de ruimte. In 1941 veranderde hij de naam in Café P. Arts. Het huisnummer was al in 1937 veranderd en werd na de omnummering Leenderweg 300. In 2023 is het pand afgebroken om plaats te maken voor zeven nieuwe woningen.

Na de bevrijding stond het pand leeg en vestigde de kraamzorg zich er tijdelijk. In december werd het het café van Weduwe de Kinderen. Een van de eerste daden van de nieuwe uitbaatster was het oprichten van een Oranjevereniging met de naam "Margriet". Hiermee werd het verleden weggepoetst en gezuiverd van de "bruine" smet.

Café P. Arts

Pieter Arts, 39 jaar huurde in 1938 het woonhuis annex café, met de naam Sebastopol. Hij veranderde de naam in 1941, zonder veel fantasie, in Café P. Arts. Waarschijnlijk omdat Sebastopol een Russische plaats is en Rusland opeens de vijand was van Nazi-Duitsland, sinds juni '41. Hij was een overtuigd aanhanger van de "nieuwe Duitse orde". Zijn zoon en dochter werden al vroeg lid van de Nationale Jeugdstorm (NJS), de jongerenorganisatie van de NSB. Zelf marcheerde hij mee in W.A.-uniform. Later in de bezettingsjaren werd hij Landwachter. Zijn Eindhovense broer of neef was bij de SS.

Voor zijn café adverteerde hij regelmatig in het plaatselijke NSB-kringblad, om meer klanten in zijn café te krijgen. Zijn oproep: "Kameraden! Laat het even fijn zijn en treft elkaar bij café P. Arts." werkte niet echt. Het tegenovergestelde gebeurde: de vaste klanten bleven weg en de NSB-cafés hadden veel onderlinge concurrentie, want zoveel NSB'ers waren er ook weer niet in Eindhoven. Ook ondersteunde regelmatig hij Frontzorg. Zijn café was in de avonduren een startpunt voor sportactiviteiten van de NSB, zoals het oefenen van kaartlezen en een veldloop voor gewone leden en de Weerbaarheidsafdeling (W.A.) – de paramilitaire, geüniformeerde 'knokploeg' van de NSB.

De dagen rond Dolle Dinsdag vertrok hij naar Den Haag. In zijn kleding had hij een groot aantal gouden tientjes verstopt. Hij liet zijn vrouw en twee kinderen alleen achter.

Zij vroeg direct een gerechtelijke echtscheiding aan; hij was in 1945 onvindbaar. Nadien werd hij opgespoord en het tribunaal legde hem internering op tot 1 november 1947 en verlies van de kiesrechten. Hij was zijn huwelijk, café en  idealen kwijt.

Pieter Gerardus Antonius Arts (geb. 30 augustus 1899 - overl. 31 oktober 1968)

Foto van de Boschdijk, met rechts de Barrierweg. Café Waldeslust, Boschdijk 426 in Eindhoven, bevond zich ongeveer ter hoogte van de drie puntdaken. De panden 426 en 428 zijn gesloopt in het voorjaar van 1981.

Café „Waldeslust”

Café “Waldeslust” was een café annex woonhuis, Boschdijk 426. Vanaf 1937 was Johannes Adrianus Verstraeten, met de naamvariant Verstegen, de huurder van dit pand.

Over dit café is weinig bekend. Wel beschrijft Ger de Wind in zijn boek "Oorlogsverhalen uit Eindhoven en de rest van de wereld": "Ik liep, als jochie van twaalf, langs café Waldeslust. Tijdens de bezetting mochten burgers niet in dat door Duitsers bezochte café komen, maar die waren verdwenen. De naam was al overgeschilderd; de buurt plunderde het café." Zijn ouders woonden op huisnummer 442.


https://www.bhic.nl/ontdekken/verhalen/de-les-van-waldeslust

Hotel Café “ST. Jan “
Groote Berg 20 Eindhoven.
G.C. Rovers-van Rens

Café -Hotel St. Jan : Moeke Roovers

Anna Gertruda Henrika van Rens, beter bekend als 'Moeke Roovers', had een café en hotel aan de Grote Berg 20 in Eindhoven. Haar zaak was gevestigd schuin tegenover het toenmalige politiebureau.

Tijdens haar tribunaal ontkende ze vriendschappelijke omgang met mensen van de Sicherheitsdienst (SD), hoewel deze 'heren' geregeld bij haar kwamen eten en feesten. Ze verontschuldigde zich door te zeggen dat deze mensen bij haar in pension waren. Zoals vaker gebeurt op een feest: de dochter werd verliefd op een van de feestgangers en verloofde zich met een politieluitenant.

Moeke Roovers had haar bijnaam deels te danken aan het huwelijk met G. C. Rovers, die echter in 1941 overleed. Al vrij snel kreeg zij een verhouding met een werkloze timmerman, J.D. van den Bovenkamp; ze trouwden in juli 1944. Bovenkamp was lid van de NOC-beweging, die tot doel had: kolonisatie van landen door Germaanse pioniers uit Nederland, dus Lebensraum in het oosten van Europa en de germanisering van deze gebieden.

"Op politiek gebied de schrik van heel de buurt", zo werd ze door getuigen genoemd. Ze maakte in haar café het eten klaar voor de arrestanten op het hoofdbureau van politie en wanneer zij hierover klachten hadden, dreigde 'Moeke Roovers' met de SD.



Bij de SD-man H.A.C. Sisenop diende zij een klacht in tegen marktmeester Aarts over de verdeling van de markt in Eindhoven. Voor Aarts had dit zelfs transport naar Vught tot gevolg kunnen hebben, zoals uit het dossier bleek. Door bemiddeling van de NSB-wethouder Apeldoorn wist zij een reorganisatie van de plaatsen op de markt te bereiken. Ze trok hier voordeel uit door ten koste van anderen meer kraamoppervlakte naar zich toe te trekken.

Er waren nog wel veel meer belastende zaken over deze dame bekend, maar deze waren niet in de dagvaarding opgenomen. Volgens de verdediger was het bezoek aan het café onafhankelijk van de wil van de verdachte. De verdediger noemde de beruchte 'kasteleinsmentaliteit' van de verdachte de oorzaak van haar principe: "vriendelijk zijn voor iedereen". Een van de vaste klanten was de NSB-brandweerman Anne L. Fock, die kwam regelmatig met SD'er Weber bij Moeke Roovers. Weber, de baas van de SD in Eindhoven, regelde (in het café?) voor Fock een woning. Volgens Weber was dit een 'Jodenwoning', volgens Fock een 'SS-woning'.

Het tribunaal volgde de verdediger wat betreft de bezwaren tegen de tenlastelegging, maar voor de andere feiten blijft Moeke geïnterneerd tot 15 mei 1947. Bovendien raakt zij 5000 gulden en haar kiesrecht kwijt. Tot slot werd haar de bevoegdheid ontnomen om in Eindhoven werkzaam te zijn in het hotel-, café- of restaurantbedrijf.

Na de bevrijding nog steeds te weinig voedsel

De overheid bepaalde na de oorlog nog steeds wat men mocht eten "buitenshuis" in de horeca.
Schaarste is nog lang na de oorlog aanwezig.
In 1952 gaat de koffie als laatste artikel van de bon. 

Vleesloze soep en geen gebakken aardappelen

Het Eindhovens Dagblad van 16 juni 1948 schrijft artikel over het wel en wee van de horeca:

Om het gecamoufleerde ei
Het overleg tussen de overheid en de horecabranche heeft geleid tot een nieuwe regeling voor het serveren van maaltijden in hotels, restaurants, enzovoort. In de Nederlandse Staatscourant publiceerde de "Beschikking Horecabedrijven 1948" van de minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening. 

Volgens de nieuwe voorschriften mogen warme maaltijden meestal uit maximaal vier gangen bestaan: voorgerecht, soep, hoofdschotel en dessert of fruit. Een vijfde gang is alleen toegestaan als deze bestaat uit oesters, kievitseieren, verse kreeft, asperges, haring of fruit.

Het vet van de ketel!
Buiten de hoofdschotel mag geen vlees worden geserveerd in of bij de soep of het nagerecht. Bij het klaarmaken van aardappelen mogen geen vetten worden gebruikt, waardoor gebakken aardappelen van het menu verdwijnen. Friet (patates-frites) mag alleen worden bereid in zaken die daarvoor een speciale vergunning hebben.

Het gebruik van vetten wordt beperkt. Zo mag botersaus alleen bij de hoofdschotel worden geserveerd. Deze saus moet minder dan 50 procent vet bevatten. Gesmolten boter serveren is verboden. Ook in of bij het dessert mag geen vet worden verwerkt of geserveerd.

De vleesportie per warme maaltijd voor volksrestaurants en cafetaria’s (prijsklassen A en B) wordt 75 gram (vers gewogen, zonder been) of 112,5 gram (vers gewogen, met been). Voor restaurants in de overige prijsklassen wordt de portie 90 gram (zonder been) respectievelijk 135 gram (met been). Er mogen maximaal tien dagschotels op de menukaart staan.

Voor de koffiemaaltijd (lunch) geldt een maximale vleesportie van 50 gram en/of 15 gram vet. Het aantal vleesloze dagen blijft twee: dinsdag en vrijdag.

Geen dessertkaas Verder is het verboden om gerechten te serveren die bestaan uit vlees met eieren in herkenbare vorm. Dit verbod geldt niet voor uitsmijters.

Saucijzenbroodjes en vergelijkbare producten mogen niet worden verkocht. Dit geldt ook voor versnaperingen die op de bon verkrijgbaar zijn. Hetzelfde geldt voor kaas of producten met kaas, behalve bij het ontbijt in hotels of pensions. Los vlees (zoals een bal gehakt) mag niet worden verkocht, tenzij het onderdeel is van een maaltijd of als broodbeleg dient. Belegde broodjes met vlees blijven toegestaan, met de hoeveelheid vlees die al volgens de normen was vastgesteld.

Toch nog iets te drinken koffie of thee mag alleen worden geserveerd als de zaak deze ook per kop verkoopt (en dus niet alleen per potje of als 'complet'). Bij een thee-complet of koffie-complet mag maximaal 40 gram gebak of koekjes worden gegeven.

Verder bevat de regeling een aantal voorschriften over de voorraad van distributieproducten. Het is voor hotels en restaurants nu ook verboden om gedistribueerde grondstoffen of producten op voorraad te hebben waarvoor zij geen vergunning hebben. De nieuwe regeling maakt het ook mogelijk om op te treden tegen de klant die zich niet aan de regels houdt.

Prijzen in restaurants en broodjeswinkels vrij
Vanaf 1 juni 1949 zijn de prijzen in restaurants en broodjeswinkels grotendeels vrijgegeven. In restaurants blijft wel de plicht bestaan om enkele menu’s en dagschotels tegen vastgestelde (lage) prijzen aan te bieden. Het publiek kan dus nog steeds eisen dat deze verplichte maaltijden worden geserveerd. Vermelding hiervan op de menukaart is verplicht. In broodjeszaken zijn alleen de prijzen voor broodjes met vlees en voor uitsmijters nog vastgesteld.

Bronnen

Diverse kranten artikelen over tribunaal verslagen www.delpher.nl
Informatie over bewoners Eindhoven: https://www.ihesm.com/eindhoven1934
Ansichtkaarten collectie Jan Spoorenberg
Naam controle bij: https://oorlogvoorderechter.nl
Eindhovense informatie: https://www.eindhoveninbeeld.com

Extra informatie over eten tijdens de oorlog:
Voedsel in de oorlog: https://www.verzetsmuseum.org/nl/voedsel-in-de-oorlog
Eten tijdens de bezetting: https://madamesjalot.nl/een-ode-aan-vrijheid-wat-aten-mensen-in-de-oorlog/
Alles over surrogaten: https://www.hinkepink.nl/1384578.htm

Om verder te onderzoeken wanneer het CARB archief openbaar is:
Johannes Cornelus van de Water (Hotel Old Dutch) https://oorlogvoorderechter.nl/naam/?id=532344
Simon Johannes Nijpels (Hotel Du Commerce) https://oorlogvoorderechter.nl/naam/?id=71537
Godefridus Johannes van der Made (café - restaurant "Cecil") https://oorlogvoorderechter.nl/naam/?id=255497
Eduard Cornelis Stratman (Café Stratman) https://oorlogvoorderechter.nl/naam/?id=433581
Antoon van der Loo (Café Welschap) https://oorlogvoorderechter.nl/naam/?id=261106
Jan Pieter de Bruin (Café Dommelzicht) https://oorlogvoorderechter.nl/naam/?id=184166
Martinus Leonardus van Glabbeek (Onder den Toren) https://oorlogvoorderechter.nl/naam/?id=122998
Martinus Leonardus Antonius Maria van Glabbeek https://oorlogvoorderechter.nl/naam/?id=122999 
Peter Hendrick (Café Edelweis ) https://oorlogvoorderechter.nl/naam/?id=98129
Pieter Gerardus Antonius Arts (café P. Arts) https://oorlogvoorderechter.nl/naam/?id=412857 
Johannes Adrianus Verstraeten (Café Waldeslust) https://oorlogvoorderechter.nl/naam/?id=497122
Anna Gertruda Henrika van Rens (Café -Hotel St. Jan) https://oorlogvoorderechter.nl/naam/?id=469156

G.E. van Schaick (Frontzorg) https://oorlogvoorderechter.nl/naam/?id=31487